Posts tonen met het label Nachtwerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nachtwerk. Alle posts tonen

dinsdag 13 november 2012

Even bellen met Mariska van Kolck

Zeg Maris, waarom doet Leco jou eigenlijk niet?
‘Lieve schat, dat heb ik toch helemaal niet nodig? Ik kan dat gewoon zelf.’

Dacht je dat Sylvie en Yolanthe ook alles zelf bedenken?
‘Neeeeeeee, maar dat zijn nog van die meisjes. Die moeten nog een eigen stijl ontwikkelen. Ik heb dat allang in mijn vingers.’

Hoe zou jij je stijl omschrijven?
‘Ik pas mij altijd honderd procent aan aan mijn omgeving. Jij weet natuurlijk dat ik een prachtig programma presenteerde over dagtochtjes in Nederland, kom, hoe heet het ook alweer. Wekelijks zag je me in de weer op tandems, kerktorens of imkerbezoek. Dan trek ik natuurlijk een lekker makkelijke bodywarmer aan en grote wollen vesten.’

Dus toen je hoorde dat de André Hazes-musical in première ging…
‘Heb ik me geen moment bedacht. Die Raggel is natuurlijk bloedordinair, dus ik dacht: daar móet ik overheen. Dus wat heb ik gedaan: mijn vooronder gecontroleerd op zijkantlekkage, uit met die slip en gáán met die banaan!’

dinsdag 1 mei 2012

Stekelbaarsjes

Het grillseizoen ging afgelopen donderdag van start met een wel heel opmerkelijk gastoptreden. We zaten met wat mensen op de stoep bij café Koosje, wat bij twaalf graden al prima te doen is dankzij de terrasverwarmers. Grillen, zoals wij zitten onder het hittekanon noemen, is al een tijdje vaste prik. Zodra het weer het toelaat en iedereen tijd heeft, doen we ons tegoed aan vaasjes, vlammetjes en wat er aan gespuis voorbij wandelt.

Donderdag was het meteen raak. Het terras was verder uitgestorven, maar dat belette een bejaard stel niet om pal naast ons neer te strijken. Nou ja, strijken... neer te storten. We zagen ze in de verte al aan komen wankelen, een man die bij nadere bestudering niet ouder kon zijn geweest dan 55 (en dan toch bejaard lijken) met aan zijn arm een soort Willeke van Ammelrooy, maar dan vunzig. En laddertjezat.

De Willeke droeg een lang zwart gewaad van waaronder ze wijd gebarend begon te oreren. Wat ze zei weet nog steeds niemand, want er kwam alleen onsamenhangend geraaskal uit. Toen ze eenmaal zat, kreeg ze ons groepje in de gaten. We waren inmiddels uitgedund tot een trio, maar waarschijnlijk zag Willeke dubbel: 'Wie zijn jullie allemaal!', riep ze. 'Waar gaat het over!' Toevallig waren we net de beginselen van een yell aan het oefenen, die ze met rollende tong probeerde te herhalen.

Aangezien ik naast haar zat, was ik het eerst de klos. 'Hee, ben je homo of zo. Waarom kijk je me niet aan?' Haar negeren werd pas echt lastig toen ze hoog hinnikend in mijn oor begon te gillen. Het bleek Willekes 'signature lach' te zijn, die ze later losliet op mijn tafelgenoten.

Ze werd een beetje kribbig toen we haar bleven negeren. Ze voegde R. toe: 'Wat ben jij een klein mannetje. Als ik wil kan ik je zó omrollen! HAHAHAHAHAHA!' Al die tijd had haar partner in crime maar weinig gezegd. Toen de Willeke voor drie kwartier naar het toilet verdween kwam hij pas een beetje los. 'Jongens, doen jullie die yell nog eens? Dan kan ik ook een beetje lachen.'

Toen hij de vrouw uit de wc had gevist, was ons gezelschap weer uitgebreid tot vier. Ze deed een poging tot een dansje en riep: 'Heee! Moet je kijken! Een stekelbaarsje!' De vrouw wees naar het baardje van T., en begon opnieuw keihard te lachen. 'HAHAHAHA! Het zijn bijna allemaal stekelbaarsjes!' De Willeke blééf er bijna in.

Pas toen ze om seks begon te bedelen (R., achteraf: 'Ik zou d'r wel doen.') werd haar man het zat. Ze stonden op en waggelden weg. 'Nou, dan doe ik het wel gewoon weer met hem! HAHAHAHAHA!'

zondag 15 januari 2012

Zweedse meisjes

Ik studeerde journalistiek. Hoe we precies op een studentenbeurs beland waren weet ik niet meer, maar voor we het wisten hadden Nina Rosa en ik ons opgegeven als mentor voor buitenlandse studenten. En waarom we dat deden weet ik ook niet meer. Onder parallelle omstandigheden hadden we er nooit meer van gehoord en waren we direct vergeten wat we nu weer gedaan hadden. Maar nog geen maand later waren Nina Rosa en ik de onwennige ouders van twee kersverse mentorkinderen.

Zweedse meisjes waren het, Jessica en Jenny. We stelden ons voor hoe ze eruit zouden zien: allebei blond, de haren in vlechten of staartjes en allebei op z’n minst in een rok met een zwierige petticoat eronder. Erboven zo’n bloesje met pofmouwen zoals je ze kent van zonovergoten zomerweiden op posters die Zweedse natuurtaferelen moeten voorstellen. Het zouden twee vrolijk giechelende meisjes zijn, die we maar wat graag de weg naar het postkantoor zouden willen wijzen. Want dat stond in de taakomschrijving van ons mentorschap: de meisjes wegwijs maken in het gevaarlijk drukke Utrecht. Ze zouden niet alleen vrolijk zijn, maar ook verlegen en een beetje verdrietig van de heimwee. Met kopjes thee en kaakjes konden we ze liefdevol troosten als ze daar na een dag hard studeren aan toe waren.

We hadden afgesproken onder het beroemde blauwe klappertjesbord op Utrecht Centraal. Het meeting point puilde uit van de mensen, maar welke zoekende blikken de onze ook kruisten: nergens keken vier blonde poppenogen ons aan. Wel stonden er opeens twee grote kortharige vrouwen voor ons. De een had sproeten die overgingen in vuurrood piekhaar, de ander zwarte krullen die uit haar brutale gezicht sprongen. Enthousiast klampten ze ons aan: ‘Our new Mummy and Daddy!’

Onze droom lazerde in duizend stukken uit elkaar. Exit lieftallige meisjes, enter twee brutale vrouwen die zich op hun beurt verbaasden over ónze schattigheidsfactor: ik had waarschijnlijk witgeblondeerd haar en Nina Rosa droeg vast haar lange zwarte avondjurk. Het doel van Jenny en Jessica's reis was snel duidelijk. Ze schreven een thesis over het softdrugsbeleid in Nederland. Hoewel ze zelf niet per se van de jointjes waren, kon je de coffeeshop naar ze horen lonken.

Aanvankelijk hielden we het contact vrij zakelijk, door ze direct naar het postkantoor te sturen. Dat moest immers. Maar al snel bleven Jessica en Jenny plakken in het Lombokse studentenhuis waar Nina Rosa haar kamer had. De weken daarna namen we ze steeds vaker op sleeptouw, als we het Utrechtse nachtleven afstruinden. Meestal begonnen we in de Wolkenkrabber, een smal pijpenlaadje waar gays en lesbo´s de boventoon voerden.

En daar gebeurde het. Jessica had bepaalde ideeën over Nederlandse mannen en die moesten op de een of andere manier gecheckt worden. Ze had daarom wat Nederlandse zinnetjes geleerd om indruk te maken op de heren. Gefrustreerd over het feit dat ze alwéér in een gaybar stond, besloot Jessica dan maar een homo te versieren. Ze legde haar been in haar nek (want dat deed ze nou eenmaal), haalde dat been weer los, liep vervolgens naar de bar en zei tegen de eerste de beste jongen: ‘Ik wil jou aanraken, niet aanranden.’ De schrik in de ogen van die arme jongen zal ik niet snel vergeten.

Tussen de Nederlandse mannen en Jessica is het nooit wat geworden.

zondag 6 november 2011

Loopcam

Leuke app: Loopcam. Hier mijn videoreportage van gisteravond, vanuit het raam van De Ondeugd. De Ferdinand Bolstraat.



 

woensdag 10 augustus 2011

Gay Pride 2011 versus Gay Games 1998

De buurmannen van drie deuren verderop hebben hun regenboogkleurige homovlag nog buiten hangen. De rest van de gays in onze straat heeft niet gevlagd. Hadden we dat met z'n allen wel gedaan, dan had iedereen kunnen zien dat we hier bijna onze eigen versie van Blue Movie* kunnen naspelen. Zóveel wonen er hier. Dat klinkt overigens spannender dan het is, want daar zijn we met z'n allen veel te gezapig voor geworden. En dan heb ik het vooral over mezelf, natuurlijk.

Lees bijvoorbeeld hoe ik de gay pride het afgelopen weekend heb gevierd. Vrijdagavond op een bootje de grachten doorgevaren. Zaterdagmiddag met nog zo'n vijftig anderen bij vrienden die op de Prinsengracht wonen de boten aan ons voorbij laten gaan - zowel letterlijk als figuurlijk. Daarna opnieuw op een bootje, vanwaar de lieftallige Nienke en ik een ietwat teleurstellende komkommer-act hebben opgevoerd. Rond 19.00 uur uit eten - nee, geen snelle, kleffe hap kebab zoals ik vroeger zou doen, maar op stand in een klasserestaurant - en vervolgens een plasstop op kantoor. Ik ga natuurlijk niet in zo'n ondergelopen piskruis staan. Tot slot nog even brallen bij een barretje in de buurt van de Amstel. Het entertainment: de paraplu in mijn hand met een doodskop als handvat die willekeurige voorbijgangers ophield en aan het lachen probeerde te maken.

De zondag vulde zich met uitslapen, tv kijken, sushi eten en een laatste feestelijke stuiptrekking op het Rembrandtplein, waar X-Factorsterren en deejays de boel nog even aan de gang hielden. En toen was het uit met de pret. Geen wilde Rapido-feesten meer, en ook niet losgaan in de Trut.

Al met al klinkt het nog best gezellig (toch?), en dat was het zeker ook. Maar wat een enorm verschil met dertien jaar geleden! Die eerste augustusweek van 1998 stond niet alleen in het teken van Gay Pride, maar van een complete Gay Games. Een hele week lang stond het centrum van Amsterdam volledig op z'n kop. Ons huis bood plaats aan een horde logees uit het verre Brabant, maar van slapen kwam niet veel. Overdag werkten we bij de Daily Friendship, een krantje dat iedere dag onder het gayminnende publiek verspreid werd. 's Avonds en 's nachts was het één groot feest.

Tijdens die avonden kwamen we de gekste types tegen. Troeteltrans Kelly was toen nog Ferry. Niels en ik deden onze toen al niet meer wekelijkse Jermaine Jackson & Pia Zadora-act op het in hoogte verstelbare minipodium in de Montmartre. Om toeristen te pesten vroegen we kerstliedjes aan van Mariah Carey, die prompt gedraaid werden. Ook kwam ik een groepje lesbo's tegen waarvan ik er overdag eentje had geïnterviewd. 's Middags durfde ik het nog niet, maar eenmaal in extase heb ik toch even aan haar zorgvuldig gecultiveerde baardharen getrokken. Daarna dansten we tot diep in de nacht op een White Party in de Heineken Music Hall of op spontaan georganiseerde feesten. Het gíng maar door!

Eén avond herinner ik me in het bijzonder. Het was de nacht dat stellen van hetzelfde geslacht symbolisch met elkaar in het huwelijk traden, iets wat pas vanaf 2001 officieel zou mogen. Een paar herinneringen lopen door elkaar heen, en de volgorde komt anno nu wat onrealistisch over, maar het gebeurde toch écht zo. Voordat we naar een fraai aangeklede trouwzaal in het sjieke Krasnapolsky togen, maakten we een omtrekkende beweging naar de RoXY. De legendarische discotheek maakte z'n naam waar, die avond. Als bizarre act werd er namelijk live op het podium gefistfucked. Dat het een lieve lust was, ook nog. In een grote cirkel stond het publiek met uitpuilende ogen en opengesperde monden toe te kijken hoe twee uitermate gespierde, kaalgeschoren nichten in de weer gingen met Crisco en poppers. We zagen het een tijdje aan, maar toen we vuistdiep in de voorstelling zaten vonden we het welletjes.

Op naar Kras, op naar de trouwende stelletjes. Een groter contrast was nauwelijks denkbaar. De versmeltende geur van goedkope campingboter en rotte eieren tegenover de snoezige snorretjeshomo's en potten in Dietrich-pakken die elkaar met tranen in de ogen een ongeldig ja-woord gaven.

De gayvlag hangt er nog. Ik weet precies waar ik moet zijn. Zal ik even langsgaan om een kopje, eh, boter te lenen?

*Blue Movie: film waarin Hugo Metsers II de hele tijd aanbelt bij buurvrouwen en ze vervolgens aan z'n lans rijgt.

dinsdag 3 mei 2011

Lucide dromen die eindigen in geschreeuw

Ik weet niet of meer mensen hier last van hebben, maar af en toe haalt mijn onderbewustzijn een nare mindfuck met me uit. Dan droom ik dat ik wakker schrik, maar niet in de werkelijke wereld. De slaapkamer, de omgeving en de situatie komen ongeveer overeen met de werkelijkheid, maar net niet helemaal. Hoewel ik weet dat er iets niet klopt, lukt het me pas na een tijdje die situatie zo te beïnvloeden dat ik écht wakker word.

De positieve kant van het verhaal is dat dit af en toe gebeurt met leuke dromen. Dat ik denk: 'Hé, dit is mijn droom. Laat ik eens kijken hoe diep ik onder water kan of hoe hoog de lucht in. Hoe hard ik kan vliegen, enzovoort. Zo heb ik ooit een complete stad in Toscane verkend in een levende Google Streetview-situatie. Ik kan me nog herinneren dat ik me afvroeg waarom de mensen in die stad lampenkappen op hun hoofd droegen. En hoe fijn het was om drukke kruisingen te passeren door er gewoon overheen te zweven. Maar soms komt het ook voor dat een nachtmerrie eindigt in woest geschreeuw.

Dit gebeurde er vannacht. In het huis van mijn ouders was een social media-bijeenkomst belegd. De woonkamer zat vol met honderd bezwete marketeers, die het al snel niet meer uithielden in de oververhitte woonkamer. Ze stonden met z'n allen te roken in de keuken. Ik vond dat het er stonk en begon een paar enorme vuilnisbakken leeg te laden. Bruine smurrie droop er aan alle kanten uit. Vuilniszakken met verrot voedsel, bedorven vlees, maden, vliegen. Al snel begonnen we met z'n allen te stikken.

Ik strompelde naar buiten. Daar stond mijn zus met haar kinderen. Ik raakte om iets met haar in conflict en gaf haar voor het oog van de hele groep mensen een lel. Vervolgens begon zij me op allerlei manieren zwart te maken. Ik vluchtte weer naar binnen, waar mijn moeder me met een bierfles tegen mijn slaap sloeg.

Op het volgende moment was de meeting voorbij en gingen we met z'n allen naar een soort kinderpretpark. De entree was bereikbaar via een trap die steeds steiler werd. Op het laatst werd het een klim over bemoste blokken ijzer, die eindigde in een donkere ruimte met ronde, metalen wanden. Het bleek het ruim van een Boeing.

Plotseling stonden we oog in oog met zwaarbewapende mannen in rode pakken die ons het ruim incommandeerden. Een voor een werden we levend in een lijkzak gepropt. Om ons heen hoorden we kinderen huilen die van hun ouders gescheiden werden. Geschreeuw, gegil. Ik probeerde mijn familie niet uit het oog te verliezen, maar het was al te laat. Ik lag in een dichtgeritste lijkzak te midden van een krioelende hoop lotgenoten, die zich al stompend en schoppend probeerden te bevrijden. Intussen meldden de commando's dat het ongeveer 2,5 uur vliegen was naar New York. Maar ik wist nu al dat we die stad nooit levend zouden bereiken.

Toen ik voelde dat ik stikte, schrok ik wakker. Niet in onze slaapkamer, maar op een vreemde zolder. Ik probeerde me te oriënteren op het licht, maar alles wat ik zag was een bed met roodwitte lakens. Zelf was ik tegen het plafond gespijkerd. Inmiddels had ik wel door dat dit allemaal niet echt was, dus ik probeerde me los te rukken. Ik landde in mijn eigen bed, maar daar werd ik ruw omklemd door een tiental armen die me stevig in mijn kussen drukten. Aan het voeteneind stond mijn vriend, volledig aangekleed.

'Haal me hieruit!' Schreeuwde ik op z'n hardst. Maar mijn vriend deed niets. In plaats daarvan verschrompelde zijn gezicht en zakte zijn kleding als een lege huls in elkaar. 'Maak me wakker!' schreeuwde ik nogmaals, en toen lukte het eindelijk. Op het eind weet ik precies wat echt is en wat niet, maar mezelf eruit bevrijden gaat niet altijd even makkelijk.

Hoog tijd dus om het winterdekbed op te ruimen en een raampje open te zetten :-).

maandag 11 april 2011

Hoe het eten van een hotdog had kunnen uitlopen op wilde seks

Gisteren zat ik te eten bij Toko MC. Waarschijnlijk kwam het door het lekkere weer, maar menig terraszitter had 'm om 18.30 uur al aardig zitten. Maar wat er toen binnenkwam aan lallend volk was moeilijk te geloven. Een rood aangelopen kerel met drankwallen tot op z'n knieën en een vrouw die niet meer recht uit haar ogen kon kijken, laat staan lopen. De man vertrok vrij snel naar buiten, waarna de vrouw een oudere man aan een andere tafel begon lastig te vallen. Eerst probeerde ze haar tong in de mond van de man te proppen en toen dat niet lukte duwde ze haar hoofd in zijn kruis. Niet lang daarna smeerde ook deze man 'm naar buiten. De vrouw tolde door de ruimte, sloeg dubbel tegen de bar en landde uiteindelijk op een bank, waarna ze in slaap dreigde te vallen. Toen het personeel haar naar een taxi begeleidde, keerde de rust weder.

Deze situatie deed me denken aan een incident van enkele jaren geleden. Ik was wezen stappen in Utrecht en kwam met de nachttrein aan in Amsterdam. Nu is het CS 's nachts hermetisch afgesloten, op één uitgang na. Hier staat - heel strategisch - pontificaal een hotdogkraam die inspeelt op de broodnodige behoefte van de nachtelijke reizigers. Zo stond ik dus een broodje hotdog te nuttigen, toen er naast mij een vrouw opdook.

'Hoe kom je daaraan?', vroeg de vrouw, die ik zo'n 55 jaar schatte. Ze droeg een sexy bedoelde outfit met veel soorten dierenprint. Het platinablonde, kapotgepermanente haar had uitgroei. De lipstick was in de lijntjes rond haar mond gelopen en ook haar oogmake-up hing uit het lood. 'Kijk eens naast je?', zei ik tegen de vrouw, terwijl ik naar de hotdogkraam knikte. 'O, maar dat ken ik niet betalen hoor'. Ik bood haar mijn laatste stuk hotdog aan, dat ze gretig uit mijn handen trok. 'Waar zijn we hier ergens?', vroeg de vrouw. 'Bij het Centraal Station, waar moet je heen?' 'Naar Noord. Met de pont.' Nu stond mijn fiets toevallig aan de achterkant van het station, dus ik zei: 'Kom, geef me een arm, dan loop ik met je mee. Ik moet ook die kant op.'

Zo slingerden we samen onder het spoor door, waar ze me prompt stilhield. 'Wat ben jij eigenlijk lief!' Ja ja, kom, loop door, sputterde ik. 'Nee echt, kom hier.' Haar hand gleed richting mijn kruis en de hotdogrestjes op haar gezicht zaten ineens op dat van mij. 'Je mag wel bij mij blijven slapen hoor. Je bent liehiehief!', lalde de vrouw in mijn oor. 'Sorry, ik ben homo. Aan mij heb je dus sowieso niks vanavond.' Oké, misschien een slap excuus om me achter te verschuilen. Ze nam er dan ook geen genoegen mee. 'Geeft niks, ik bekeer je wel!', en ze duwde zich tegen me aan. Ik pakte haar weer stevig bij de arm en we marcheerden verder. 'Mooi niet. Jij gaat naar jouw huis en ik ga naar mijn huis.'

Terwijl de vrouw al dreinend achter me aan slenterde, kwam het platform met de pontjes in zicht. 'Kijk, daar is het. Mijn fiets staat hier. Succes verder hè?' 'Hé, niet weggaan! Ah toe!' 'Jawel. Niet in het water vallen hè?' Terwijl ik die laatste woorden uitsprak dacht ik: als ik haar maar niet op ideeën breng. Nadat ik m'n fiets had losgekoppeld ging ik toch maar even kijken. Er zaten drie dronken meiden op een rij en verder stond er alleen de tas van de vrouw. Het zou toch niet... Ik vroeg of ze een blonde vrouw hadden gezien. 'O, dat oude wijf. Die is even pissen. Wij letten op haar tas.'

In de verte hoorde ik haar gillen: 'Is dat die leuke jongen weer? Vraag hem zijn telefoonnummer! Ik móet met hem bellen!' Het nummer dat ik heb gegeven klopte, op een haar na.

donderdag 10 maart 2011

Wildplassen met Samantha

Als man heb ik het maar makkelijk. Als je moet plassen, gewoon gulp open en gaan. Nog goed voor de natuur ook, alhoewel... Niet iedereen is even gecharmeerd van een plas in een portiek of tegen een boom, maar het feit dat het kan als de nood het hoogst is: fijn.

Wat dat betreft hebben vrouwen het een stuk lastiger. Zo liep ik alweer jaren geleden met Samantha door Amsterdam. Zo heet ze niet echt, maar het staat wel charmant in de kop: wildplassen met Samantha. Heeft zelfs iets kinky's, iets waarop deze blog binnenkort veel gevonden gaat worden in Google. Hoop ik dan maar.

- Eerst even een anekdote tussendoor: Samantha en ik liepen ooit eens door Utrecht toen zij plotseling moest poepen. Ik wachtte voor het café tot ze klaar was, maar het duurde en duurde... Wat was er aan de hand: het toiletpapier was op. Samantha was met haar broek op de knieën naar het herentoilet gestrompeld, maar wat bleek: het was de bezemkast. En net op dat moment kwamen er mensen binnen. Daar sta je dan, met je ongeveegde damesbillen tussen dweil en bezem. Gelukkig voor Samantha lag daar ook het toiletpapier. Al vond ze het in het donker nog knap lastig... -

Anypee, Samantha en ik liepen dus door Amsterdam. We waren wezen stappen en uit de Exit-bar naar buiten gerold. We waren op weg naar het Centraal Station, op de een of andere manier moest dat via de Nes. En daar hield Samantha het niet meer. 'Ik moet zóóó nóóódig!', kermde ze, daarbij haar dijen stevig tegen elkaar aanknijpend. 'Ik hou het echt niet meer!'

Dan maar een hoekje opzoeken dacht ik, en ik begon mijn jas - zo'n lange, zwarte potloodventers-unit - al open te knopen. Die kon mooi dienen als gordijn. Samantha trok al aan de rits van haar broek toen ze vanuit haar ooghoek een marktkraam spotte. 'Mijn redding!' riep ze en rende naar de kraam, die voor cultureel centrum De Brakke Grond stond opgesteld.

Samantha kroop onder het plastic dat over de kraam was gespannen, ledigde haar blaas en slaakte een zucht van verlichting. Opeens hoorden we nóg een kreet. Onder het andere uiteinde van de kraam was iemand wakker geworden. Grommend krabbelde een aangekoekte zwerver overeind, aan één kant helemaal doorweekt. De Nes liep schuin af, en meneer had het gootje tot rustplaats gekozen.

Intussen bleef Samantha gewoon doorzeiken. 'Ja, zeg, ik ga nou echt niet stoppen! Dat kan ik niet eens! Doe die man weg!' En zo was het dat ik een doornatte zwerver van me af probeerde te houden, terwijl een meter verderop Samantha onder het plastic van een marktkraam al mopperend zat te klateren.

Tja. Soms kan een avond raar lopen.

maandag 18 oktober 2010

De klysma-fontein van Leigh Bowery



Hoe val je op tijdens een bruiloft vol sketches, liedjes, stukjes en alfabetten? Met een klysma-act, dachten wij. En dan niet de suffe kliedertoestand waarmee Patty Brard zich ooit voorgoed voor schut zette, maar het échte werk. Die week ervoor had ik een verhaal gelezen over Leigh Bowery, het Britse clubfenomeen dat in de jaren tachtig de aandacht trok met zijn klysma-fontein. Men neme een liter Histor Levend Wit en een trechter. Vervolgens beklim je het podium van een dancing of middelgroot theater, buigt voorover met de rug naar het publiek en tadaa: spuiten en sproeien maar.

Uiteraard hebben we de act niet opgevoerd. Maar toen ik vorige week vertelde over Leigh Bowery, bleek niemand uit mijn gezelschap ook maar een vermoeden te hebben wie of wat Leigh Bowery was. Leigh Bowery dus. Levend kunstwerk dat taboes doorbrak. Leigh, die door Boy George ooit werd omschreven als 'moderne kunst op pootjes', brak in januari 1985 door met zijn eigen clubnight, genaamd Taboo. Al snel groeide deze avond uit tot de Britse tegenhanger van New York's Studio 54. Bowery was niet alleen bedenker van de avond, maar ook performance artist, fashion designer, acteur en model.



Gaandeweg de eigthies ging Bowery zich steeds extravaganter kleden en gedragen. In wezen is Lady Gaga kattenpis vergeleken met de bizarre, kolossale outfits waarmee deze artiest zich continu bleef vernieuwen. Begin jaren negentig scoorde hij zelfs nog een klein hitje in Nederland met de single Useless Man, met Minty als de 'sickest band in the world': ook nu kon Bowery het niet laten bij tijd en wijle het podium onder te schijten - alles in het teken van de kunst. Zijn podiumact bestond daarnaast uit een live-bevalling. Natuurlijk kreeg Bowery aids. In zijn nadagen toonde hij zijn moddervette lijf als naaktmodel en trouwde vlak voor zijn dood in 1994 met zijn hartsvriendin, Nicola Bateman.

Hoewel Bowery zelf vaak riep: 'The only reason I'm here is to make an entrance', heeft hij aardig wat wapenfeiten op z'n naam staan. Zo was hij regisseur van de baanbrekende video voor Massive Attack's Unfinished Sympathy. Verder bedacht hij podiumdecors voor U2 en verschillende modecollecties, waaronder eentje genaamd 'Pakis from Outer Space'.



Op zijn sterfbed sprak Leigh Bowery voor het laatst zijn zieke gevoel voor humor uit. 'Tell them I've gone pig farming in Bolivia', en toen was het klaar. Begin deze eeuw kwam er een musical uit over zijn leven, Taboo geheten. Boy George, op dat moment ook niet meer de slankste, leek als twee druppels water op Leigh.

Hier een tribute-site met enorm veel foto's en video's.

woensdag 15 september 2010

Großartige Oktoberfesten!

Duitse Gemütlichkeit, ik ben er dol op. Maar dan wel met een rauw, sleazy, blond, schreeuwerig randje. Ina rules! En dit jaar ga ik eindelijk naar de Münchener Oktoberfesten, dus dit is alvast een fijne voorbereiding...

vrijdag 15 januari 2010

Puppy versus bal



Het bovenstaande filmpje doet me terugdenken aan de Shiba Inu Puppy Cam. Ruim een jaar geleden was via een webcam te zien hoe zes pups opgroeiden, vanaf de geboorte tot het moment dat ze het nest verlieten. Zodra we thuiskwamen ging de puppycam aan. Met de laptop op schoot keken we tv, om maar niets te hoeven missen van alle cuteness. De pups waren herkenbaar aan hun eigen kleur halsband. Er waren drie jongenspups: Aki, Akoni en Ando. De meisjes luisteren (niet bepaald) naar de namen Autumn, Ayumi en Amaya.

Soms werden we midden in de nacht wakker: hadden we beneden de laptop aan laten staan en bleken de pups verwikkeld in een gevecht om de kikker, de wortel of ander pluche speelgoed. Spelen, vechten, eten en slapen waren de enige bezigheden van belang. Als er écht iets gebeurde (Ayumi had de slaapmand op een dag gesloopt of Ando had een zusje in haar oor gebeten), dan werd dat subiet gerapporteerd in het commentaarblok op de website.

Toen het voorbij was hebben we het nog geprobeerd met een nest King Charles Chavaliers, maar dat was het nét niet. Het hok was lelijk en de pups keken voornamelijk suf voor zich uit. Jonge katten hebben kortstondig entertainment geboden, maar die zeggen dan weer de hele tijd niks. Uiteindelijk hebben we besloten het bij die tien weken Shiba Inu-vermaak te laten. En ik heb natuurlijk de kalender nog.

vrijdag 4 december 2009

Fever Ray in Paradiso



Gisteren was Paradiso letterlijk in nevelen gehuld. De vaagheid begon al bij het voorprogramma. Hildur Gudnadóttir zat roerloos op het podium met een enorme cello. Wat begon als licht klassiek, eindigde in een lange, uitgerekte drone van zwaar vervormde viool- en celloklanken, begeleid door ook alweer vage laptopmuziek. Wat ook hielp: Hildur had een enorm konijnenpak aan. Zo leek het tenminste.

Het voorprogramma schoof de coulissen in en het wachten op Fever Ray begon. De lange, uitgerekte drone hield een kleine tien minuten aan en veranderde plotseling in het intro van If I Had A Heart. Intussen was heel Paradiso bedekt onder een deken rookmachinerook. Ook was er geen ontkomen aan de penetrante wierooklucht. Karin Dreijer had van haar Fever Ray-soloproject een heuse band gemaakt die was uitgerust met bizar grote hoofddeksels. Er tussenin stond Karin, onder een bizarre overkapping van lappen, takken en lichtjes. Vanuit haar boom kwam haar stem aanvankelijk niet echt mooi naar voren, maar toen ze onder het woudkostuum vandaan kroop werd het beter.

Een indrukwekkende lasershow, een donker podium en twaalf knipperende schemerlampen zorgden voor een intieme, spooky sfeer. Karin werkte in 80 minuten haar hele album af en gooide en passent een aantal covers in de strijd, waaronder een fraaie elektrobewerking van Peter Gabriels Mercy Street. Wat opviel: de stukken die ze met min of meer haar eigen stem zong klonken helder en toegankelijk, maar wanneer ze naar vocoders en andere stemvervormers greep, sloeg de muziek als het ware dicht.

Hoogtepunt was het in duet met Cecilia Nordlund gezongen Keep The Streets Empty. Zij zorgde met haar tweede stem voor kippenvel (en het plaatje hielp ook mee: op haar hoofd had ze een enorme dim sum). Ook de eerste single When I Grow Up was top. Het publiek kwam zowaar even in beweging na een verder vooral louterende luisterervaring. Ik moet toegeven: een concert van The Knife is spannender, gevarieerder en leuker. Nu Karin het project Fever Ray afsluit, is het hopen op een nieuw Knife-album plus tour begonnen.

Triangle Walks

Triangle Walks from Fever Ray on Vimeo.



If I Had A Heart

If I Had A Heart from Fever Ray on Vimeo.

woensdag 1 juli 2009

The Big Picture: Glastonbury 2009







Blikken bevestigd aan modderige legerlaarzen, een bemodderde bezoeker die zich met bier overgiet, een met fakkels verlicht tentenkamp, een tipipark en een volledig uitgerust afvalsorteerbedrijf. Volgens Boston.com de hoogtepunten van het Britse Glastonbury Festival, het afgelopen weekend.

Keer op keer weet de site me te verrassen met hun Big Picture-overzichten.

Bekijk ook:
A troubled week in Iran
The 2009 Kentucky Derby
Human landscapes from above
Earth Day 2009
Scenes from the zoo

Of gewoon alles.

maandag 11 mei 2009

TMF komt naar je toe deze zomer

Of eigenlijk: dit weekend. Zaterdag lag ik herstellende van een fikse griep in bed nog wat te zappen, toen TMF voorbijkwam met een live programma. Leuk, dacht ik. Een live programma om half één 's nachts. Dat moet ik zien!

In de studio een presentator, die hard z'n best doet heel tof over te komen. Hij communiceert met twee 'chickies' die in den lande op lokatie zijn, namelijk in discotheek FOX in Stadskanaal en in Empire New York in Hengelo.

Aanvankelijk verstond ik het verkeerd en dacht ik dat we getuige waren van een live-verbinding met een übercool iets in de échte Big Apple, maar gezien het aantal hobbezakken dat door het beeld schoof wist ik al snel dat ik er naast zat.
Waar ging het nou precies om in dit programma? Mensen die zich thuis zaten te vervelen, konden bellen met de presentator en zeggen wie ze in beeld precies een lekker wijf vonden. Vervolgens ging het chickie op lokatie polsen of het betreffende lekkere wijf vrijgezel was. Andersom gebeurde ook, dat een meisje (altijd met een Brabants accent) belde op zoek naar een lekkere vent.

Dit ging een tijdje zo door, totdat er een jongen belde voor Miranda uit Stadskanaal. Die stond zich als een van de weinigen uit te sloven op de dansvloer van bar dancing FOX, de rest van het publiek stond er bier en breezers drinkend omheen. 'Hee gozer, waar bel je vandaan?', vroeg de presentator. 'Uit bed. Ik bel voor Miranda in de FOX. Ik ken haar. Zij heeft een tatoeage op haar kont.' 'Echt waar joh? Hoe weet je dat?' 'Dat heb ik gezien. Vraag maar aan Miranda of ze haar broek naar beneden doet.'

Zo gezegd, zo gedaan. De chick op lokatie kreeg instructies om Miranda uit haar broek te praten. 'Heeej! Jij daar! Ben jij Miranda?' Zegt Miranda: 'Ja hoesoow?''Heb jij een tatoeage op je kont?' Miranda, zonder blikken of blozen: 'Nee, maar wel eentje op mijn buik', waarop ze prompt haar t-shirt (a-symmetrisch, mouwloos) omhoogslingert. Kijk maar! Twee pootafdrukken van een chihuahua worden zichtbaar, maar voor Miranda is het nog niet genoeg. 'Kijk, ik heb ook zeven mieren op mijn voet.' De camera pant naar beneden en de TMF-chick vraagt: 'Miranda. Waarom zeven mieren?''Nou gewoon. Iedereen noemt mij Mier en Miranda is zeven letters. Dusseh...'
Als een wervelwind stuift Miranda weg. Terug naar de studio. 'Maar ze heeft er echt eentje op haar kont hoor. Ik heb het zelf gezien. Kan Miranda haar broek echt niet naar beneden doen?'

Ik zeg: zet dit op prime time ná Lekker Slim (ook al zo'n hoogtepunt...)!

donderdag 23 april 2009

Pindakaas en een ontnuchterende tramervaring

Het begon vrij eenvoudig met een avondje netwerken op een borrel bij Pindakaas. Je kent het wel: 'Yadayadayada! Hihihi! Hahaha! Jahaaaa: Kwitterkwetterkwattersnatersnatersnater? Wieisu? Tim! Amaaaai! Amaaai! Allee zunne heeookier? Lachehahahahahaha! Twitterdetwit! Kwekkerdekwek! LALALALALALALALALALA Hahaha! LOL nogkeer! Ja he? Nee he? Ja He? WelNietWelNietWelNiet! Nee nou wordt ie mooi en ophoudenkappennou! HIHIHIHIHIHIHIHIHI? Hoeisdatnou? En je collega? Biertjewijntjecocktail? WATZEGJIJALLEMAAL IKNIETVERSTAAAAAAAAN! ARTIEKUULEEEERUN! Yadayadayada bardaar drankhier kommaardoor.'

Na afloop met tram 5 naar huis, want mijn fiets zei ineens krak. Daarna werd het ingewikkeld, want in het achterste compartiment domineerden drie erg vervelende, luidruchtige K-Marokkaantjes de rest van de passagiers. Halverwege de rit spookte het ene vooroordeel na het andere door m'n hoofd, maar toen gebeurde het: een ietwat provinciaal vrouwenduo enterde de tram. De een zeeg neer naast mij, de ander op het stoeltje dat door K-M nummer twee werd verwarmd tot het moment dat zijn waterflesje door de tram vloog en hij het moest terughalen. ' Guusellug', zei K-M een. 'Ja he', zei de provinciale vrouw. 'Het is altijd gezellig in de tram. Maar nu ga ik weer naar huis want ik vind het doodeng zo 's avonds, met al dat nare gespuis', onderwijl haar tas dubbelvouwend. 'Je wordt beroofd waar je bijzit. Maar zo zijn jullie niet he?' Alledrie gaven ze geen kick meer, de rest van de reis. Zo doe je dat dus.