Posts tonen met het label onderweg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderweg. Alle posts tonen

donderdag 17 januari 2013

Een surrealistische thriller

I know, het is bloedvervelend als mensen je lastigvallen met wat ze nu weer voor raars gedroomd hebben. Zelf probeer ik mijn nachtelijke slaapavonturen dan ook zoveel mogelijk voor me te houden. Maar soms zit er een pareltje tussen. Afgelopen nacht bijvoorbeeld. Het is de aanzet voor een magisch-realistische tv-thriller die zich afspeelt in een tijdloze wereld, het begin van een surealistische misdaadroman of gewoon alleen maar dit verhaaltje.

De setting: een oud stadhuis met een aanpalende brandweerkazerne. De tussenliggende restaurantruimte is in gebruik bij het gezamenlijke personeel. Zowel ambtenaren in grijze pakken als brandweerlieden in uniform nuttigen hier hun maaltijd (niet lunch zeggen, dat doen de mensen niet in tijdloze werelden). Deze dag was anders: er had zich een wonder voltrokken. Het matglazen raampje in de deur had zich ongemerkt verplaatst, waardoor er om precies twaalf uur een zonnestraal het fonteintje in het midden van dat restaurant verlichtte. In het neerdalende water manifesteerde zich een adembenemende regenboog.

Vanaf dat moment veranderde er van alles. Er werd niet meer gewerkt, maar apathisch naar de fontein gestaard. Van heinde en verre kwamen mensen en dieren af op het licht en vormden een cirkel rond het fenomeen. Van tijd tot tijd week het water en verscheen een vrouw in de bron. Ze droeg een blauwgroen gewaad, had lang, blond Medusa-haar en was overduidelijk zwanger. Zo onverwacht de vrouw verscheen verdween ze ook weer, en samen met haar ook andere mensen uit de samenleving.

Op een dag waren alle ratten weg. Dat gaf een hoop rust, maar ook verwarring. Mensen werden begonnen hun huisdieren, kinderen en bejaarde ouders weg te houden bij de bron. Op het stadhuis werd koortsachtig vergaderd. Moest het visioen gestopt worden? En als dat niet lukte, moest er beleid komen wie of wat de vrouw tot zich kon nemen? En wie bepaalde wie of wat er werd geofferd? Er kwam een groot hek rond de fontein, maar de vrouw liet zich hierdoor niet weerhouden. Ze verscheen nu ook op andere plekken in het openbaar. Het matglazen raampje was op dat moment allang dichtgespijkerd en de fontein drooggelegd. Kortom: het was niet leuk meer.

De boel escaleerde. Mensen vielen spontaan in slaap, lagen stuiptrekkend op de grond of maakten ruzie met elkaar. De ongrijpbare dader begon nu ook direct mensen te consumeren. Ze opende haar jurk en willekeurige omstanders verdwenen in haar baarmoeder.

Toen werd ik wakker. Ik heb nog geprobeerd er een bevredigend einde bij te dromen, maar dat is niet gelukt.

dinsdag 16 oktober 2012

Haartransplantatie

Het is druk in lijn 10. Op het Weteringcircuit stappen twee vrouwen en een man in, zo te horen collega’s van elkaar. Ik val in het gesprek op het moment dat het gaat over de gemiddelde leeftijd van de afdeling waar de drie werken. We noemen ze even Vrouw1, Vrouw2 en Paul.

Vrouw1: ‘Wel fijn, een beetje vers bloed. En lekker jong ook.’
Vrouw2: ’36. Noem je dat lekker jong?’
Vrouw1: ‘Het trekt in elk geval de gemiddelde leeftijd niet omhoog. Die is 37.’
Vrouw2: ‘Wie zijn er allemaal ouder dan 37? Marijke, die is 49, Paulien…’
Vrouw1: ‘René is 45. Dat zou je echt niet zeggen.’
Vrouw2: ‘Nee, inderdaad. Nog een flinke bos zwart haar en geen enkele rimpel.’
Vrouw1: ‘Als ik René naast jou zou neerzetten, zou ik hem jonger schatten, Paul.’

Paul: ‘Nou, bedankt hè?’
Vrouw1: ‘Maar serieus. Hij ziet er een stuk jonger uit.’
Vrouw2: ‘Ja, nu je het zegt.’
Vrouw1: ‘Paul is dan ook al helemaal grijs, als hij het niet verft.’
Vrouw2: ‘En je kin gaat een beetje hangen ook, Paul.’

Paul: ‘Sja... M’n kop begint behoorlijk te veranderen. Maar grijs haar vind ik niet zo erg. Wel dat het snel dunner wordt.’
Vrouw1: ‘Dan neem je toch een haartransplantatie? Dat heeft Gerard Joling ook gedaan. Maar het is heus niet alleen voor homo’s hoor.’
Vrouw2: ‘En je verft je haar toch ook al? Dan is zo’n transplantatie niet eens zo’n grote stap.’
Vrouw1: ‘Bij Gerard Joling valt het alleen op omdat iedereen het weet. Van jou weet niemand het.’

Paul: ‘Behalve jullie. En de hele tram.’
Vrouw1: ‘Woehaha! Jij schaamt je toch niet omdat je je haar verft, Paul?’

Ze stappen uit op het Weesperplein. De twee vrouwen zich van geen kwaad bewust en de man een kopje kleiner.

maandag 15 oktober 2012

Respect? My ass!

Donderdag, 08.15 uur. Bus 65 richting Amstelstation. Ter hoogte van de Borneolaan staat een dikke negermeid in een veel te strakke jeans met aan een touwtje een allerschattigst knulletje van een jaar of drie. Als de bus stopt voor de halte, knalt ze nog net een hubbabubba aan stukken en slobbert die omstandig haar mond weer binnen.

Geïrriteerd trekt ze het jongetje achter zich omhoog de bus in. Ze wankelt door het gangpad, haar ene hand met een mobieltje tegen het oor, de ander trekt het jongetje voort. Ze plant het kind op de lege stoel voor me en gilt in de telefoon: 'BEN IK WEER! Waar was ik ook alweer gebleven. O, ja. Me kind dus. Loopt zomaar de straat op dus heb ik hem een riempje omgedaan. Een commentááár joh! Niet normaal. Waar bemoeit iedereen zich mee. Laat iedereen ze bek houden. Suuuuuhng!'

Al die tijd blokkeerden zij en haar kont het gangpad. Een ouder echtpaar - het vrouwtje een soort oldie-Gerda Havertong, haar man een lichte bochel - probeert zich staande te houden terwijl ze wachten tot de dikbil haar gesprek heeft afgerond. Dat wachten gaat gepaard met veel ge-tssk. Dan is mevrouw het zat. Ze prikt de meid in haar schouder en gilt: 'Zou je niet eens aan de kant gaan? Toon een beetje respect, ja?'

Dan gebeurt het. In slow motion draait de bil zich om en roept iets te nadrukkelijk in haar telefoon: 'Wacht even!' Intussen wurmt het bejaarde echtpaar zich door de draai ontstane opening en mompelt opnieuw iets over respect. 'Weet je hoeveel respect ik voor jullie heb?', gilt nu de dikbil door de bus. 'GEEN MOER! Ik moet hier mijn kind in bedwang houden en ik ben aan het bellen ja? Dat zie je toch? Je kan toch gewoon wachten tot ik je er langs laat? RESPECT? My ASS! En nou je bek houden.'

De mini-Gerda zegt nog dat 'ze wel weet uit wat voor nest jij komt' en pruttelt drie haltes later dat ze 'er alleen maar even langs wilde'. Al die tijd speelde het jongetje handjeklap met een medepassagier.

Hij zal het inmiddels wel gewend zijn, zo'n moeder.

dinsdag 31 juli 2012

First date

Zaterdag. We zitten bij Ruis onder de Bomen. Of letterlijk: onder de luifel, want de regen plenst met bakken tegelijk naar beneden. Aan de tafel naast ons zit een stelletje, overduidelijk nog in de leren-kennen-fase. Dat kun je zien, want van de twee voert de jongen het hoogste woord. Hij, een niet onknappe knul van een jaar of vijfentwintig, probeert haar, een beetje een nuffig dametje, overduidelijk uit de tent te lokken. De grote vraag is of zij behaarde jongens aantrekkelijk vindt.

'Kijk, gays vinden dus altijd dat ik dit moet scheren.' Demonstratief trekt de jongen z'n v-hals een stuk naar beneden en begint met z'n andere hand aan zijn borsthaar te rukken. 'Gays vinden dit dus smerig, als het er helemaal uithangt zoals bij mij. Maar ik ga het echt niet scheren hoor. Niet voor de gays. Ik hoef toch niet in l'Homo.'

'Maar het puilt uit je shirt.'

'Ja, nou? Moet ik het dan toch scheren dan? Vind jij het soms ook smerig? Nou, ik vind mannen die hun haar scheren gay. Dat je de boel daar beneden een beetje bijhoudt, ok. Dan lijkt ie nog groter ook. Maar ik ga toch ook niet m'n benen scheren? Dat is iets voor wielrenners. Als je kale benen hebt kun je harder fietsen. Dat scheelt vast een paar tiendes van seconden. Maar als je amateur-wielrenner bent is het sneu en als je helemaal niet wielrent is het gay.'

'Maar homo's scheren hun benen toch niet. Behaarde benen vinden ze juist mannelijk.'

'Potten scheren hun benen ook niet. En hun oksels. Vrouwen met okselhaar zijn lesbisch. Hou jij het wel goed bij eigenlijk? Ik vind stoppels misschien nog wel viezer dan gewoon lange haren. Jij bent een vrouw, dus is het logisch dat je je scheert. Hoe zit het eigenlijk met je punani?'

Intussen kijkt het meisje verstoord om zich heen. Dat hij z'n hele harige hebben en houden op tafel gooit wil toch niet zeggen dat zij dat ook doet? Ze hapt naar adem en zegt:

'Borsthaar vind ik eigenlijk best wel een beetje goor.'

Onder de bomen op het Van der Helstplein slaat de regen steeds feller tegen de klinkers. Dit wordt nooit meer wat, na deze eerste date.

maandag 14 mei 2012

Sjieke Nederlandse toeristen

Nederlanders in den vreemde. Het zijn over het algemeen heel beschaafde mensen, dat geloof ik echt. Maar sommige exemplaren maken het op allerlei manieren bont. Meestal doe ik net of ik ze niet kan verstaan, zodat ze lekker los kunnen gaan. Soms gaan ze er domweg vanuit dat je ook uit Nederland komt, dus bond- dan wel lotgenoot bent. Zodat je lekker samen verontwaardigd kunt zijn over alles wat de boer niet kent.

Een paar jaar geleden was ik in Athene. Henk en Ingrid bestonden officieel nog niet, maar ze zochten verdwaasd naar een gratis toilet. Het begon nog quasi-grappig. ‘Ik ga toch geen vijftig cent betalen voor iets dat ik kom brengen?’ Maar toen de spanning op de blaas toenam, sloeg de stemming snel om. ‘Als het zo moet dan pies ik wel achter een boom!’ Dit alles luidkeels en met zo’n triomfantelijke blik van iemand die in alles ‘Hoor mij nou toch eens’ uitstraalt.

Zaterdagavond zaten we op Kos te eten met Patricia van de reisorganisatie. Zij was dolenthousiast over haar werk, maar we wisten haar toch enkele frustraties te ontlokken. Over een oude vrouw bijvoorbeeld, die haar mokkend toebeet waar die koffie nou bleef. Die kon Patricia toch best even komen brengen? Het was toch all-inclusive? Daar had ze toch voor betaald?

Eerder die dag zat ik voor ons appartement met een glas wijn. Boven mij zaten twee Groningse dames die het allemaal prachtig vonden in Griekenland. Ze hadden alleen een páár opmerkingen. Over het eten bijvoorbeeld. Daarvan raakte je gelukkig niet aan de schijt, maar wat eruit kwam was zóveel dat je wel drie keer moest gaan verzitten. Verder vonden ze Schiphol maar niks. ‘Daar ontbreekt het vakantiegevoel. Je gaat niet eens met een busje naar het vliegtuig.’ Tot slot hadden ze hun vakantietiming niet helemaal op orde. ‘Ik ben al rood vanaf dinsdag en ik heb nog geen zonsondergang gezien. Vandaag blijf ik gewoon liggen. Dan maar huidkanker.’

Inderdaad, erg sjiek allemaal. Maar dat Nederlanders nogal openhartig zijn wist ik natuurlijk al. Lees hier nog maar eens hoe een zekere M. volledig losging op Mallorca.

dinsdag 1 mei 2012

Stekelbaarsjes

Het grillseizoen ging afgelopen donderdag van start met een wel heel opmerkelijk gastoptreden. We zaten met wat mensen op de stoep bij café Koosje, wat bij twaalf graden al prima te doen is dankzij de terrasverwarmers. Grillen, zoals wij zitten onder het hittekanon noemen, is al een tijdje vaste prik. Zodra het weer het toelaat en iedereen tijd heeft, doen we ons tegoed aan vaasjes, vlammetjes en wat er aan gespuis voorbij wandelt.

Donderdag was het meteen raak. Het terras was verder uitgestorven, maar dat belette een bejaard stel niet om pal naast ons neer te strijken. Nou ja, strijken... neer te storten. We zagen ze in de verte al aan komen wankelen, een man die bij nadere bestudering niet ouder kon zijn geweest dan 55 (en dan toch bejaard lijken) met aan zijn arm een soort Willeke van Ammelrooy, maar dan vunzig. En laddertjezat.

De Willeke droeg een lang zwart gewaad van waaronder ze wijd gebarend begon te oreren. Wat ze zei weet nog steeds niemand, want er kwam alleen onsamenhangend geraaskal uit. Toen ze eenmaal zat, kreeg ze ons groepje in de gaten. We waren inmiddels uitgedund tot een trio, maar waarschijnlijk zag Willeke dubbel: 'Wie zijn jullie allemaal!', riep ze. 'Waar gaat het over!' Toevallig waren we net de beginselen van een yell aan het oefenen, die ze met rollende tong probeerde te herhalen.

Aangezien ik naast haar zat, was ik het eerst de klos. 'Hee, ben je homo of zo. Waarom kijk je me niet aan?' Haar negeren werd pas echt lastig toen ze hoog hinnikend in mijn oor begon te gillen. Het bleek Willekes 'signature lach' te zijn, die ze later losliet op mijn tafelgenoten.

Ze werd een beetje kribbig toen we haar bleven negeren. Ze voegde R. toe: 'Wat ben jij een klein mannetje. Als ik wil kan ik je zó omrollen! HAHAHAHAHAHA!' Al die tijd had haar partner in crime maar weinig gezegd. Toen de Willeke voor drie kwartier naar het toilet verdween kwam hij pas een beetje los. 'Jongens, doen jullie die yell nog eens? Dan kan ik ook een beetje lachen.'

Toen hij de vrouw uit de wc had gevist, was ons gezelschap weer uitgebreid tot vier. Ze deed een poging tot een dansje en riep: 'Heee! Moet je kijken! Een stekelbaarsje!' De vrouw wees naar het baardje van T., en begon opnieuw keihard te lachen. 'HAHAHAHA! Het zijn bijna allemaal stekelbaarsjes!' De Willeke blééf er bijna in.

Pas toen ze om seks begon te bedelen (R., achteraf: 'Ik zou d'r wel doen.') werd haar man het zat. Ze stonden op en waggelden weg. 'Nou, dan doe ik het wel gewoon weer met hem! HAHAHAHAHA!'

dinsdag 24 januari 2012

Vakantiebejaarden in Eilat

Eilat. Een Israëlisch toeristengat. Helemaal bovenin het uiterste puntje van de golf van Aqaba en vlak naast de grens met Jordanië ligt een klein stadje met daaromheen alleen maar gebergte en woestijn. Het water van de Rode Zee werkt al jaren als een lap op de stier van menig Europeaan. Van februari tot en met december is het hier vergeven van de Russen, Engelsen en – hoe kan het ook anders – Nederlanders.

Behalve in januari. Dan zijn er alleen wat weekenders uit het noorden van Israel die in Eilat hun keppeltje komen luchten. Een handvol Russen, omdat Russen namelijk de nieuwe Nederlanders zijn: die zijn ook overal. Maar de oude Nederlanders zijn er ook, en dat kun je letterlijk nemen. Op een paar uitzonderingen na zijn ze 65-plus.

Wij gaan meestal buiten het seizoen om op vakantie. Lekker rustig. Geen gezinnen met dreinende kinderen. Geen luidruchtige jongeren. Maar wel heel veel bejaarden dus. En die kunnen ZEUREN. Echt, overal zeuren ze over. Het begint al bij het inchecken. ‘Moet je dat mens daar zien. Die koffer is groter dan haarzelf. Gaat ze soms verhuizen?’ ‘Vast niet. Wie wil er nou in Israel wonen?' 'Ja, de zon is fijn, maar die mensen. Altijd zo onbeschoft met hun gebrabbel.' 'Als ik iemand niet kan verstaan dan denk ik altijd dat ze het over mij hebben.’ ‘Ja, zó onbeleefd.’

Eenmaal aan boord is het al niet veel beter. Het is te koud of te warm, het opstijgen gaat niet snel genoeg of juist te hard (‘Wat weer een ellende. Ik kiep bijna uit mijn stoel,’). ‘Vroeger mocht je tenminste nog gewoon roken aan boord. Nu moeten we vier uur wachten. VIER UUR!’ ‘Waarom moet je nu alweer naar de wc. Ik blijf maar opstaan. Kun je niet gewoon nu één keer goed gaan?’ ‘Die jongen daar is al zeker drie keer naar de wc geweest. Je zou er maar naast zitten. Doodmoe word ik ervan!’ ‘Wat? Moeten we betalen voor de koffie? Ach, die was toch al niet te zuipen. Ik drink wel water op de wc.’

‘Wat is het hier koud. Vorig jaar rond deze tijd waren we hier ook en toen was het veel warmer. En kan die airco uit? Dat is nu helemaal niet nodig. Ik heb toch al m’n winterjas aan. En waarom hobbelt dat busje zo? Al het ontbijt komt weer naar boven. Waar ze negen dollar voor vroegen. NEGEN DOLLAR! Mooi dat ik dat dus wél binnen probeer te houden. Wat een zonde van het geld. Vorig jaar hadden ze veel meer keus. Maar ja, dat was ook in een ander hotel. Halfpension hadden we toen. Maar dat doen we niet meer. Elke dag hetzelfde buffet met alleen maar van dat vieze kosjere vreten. Maar hier is het ook niet te doen. Er zijn niet eens plakjes ham om op brood te doen.’

‘En nu moeten we alwéér dat hele eind naar Petra. Want vorig jaar was het te druk om alles te zien. Dus moeten we nu nog een keer. Opgeteld bij elkaar kom je zomaar uit op 250 euro per persoon. En dat voor een paar ouwe rotsblokken. En natuurlijk moet Henk weer de hele tijd plassen. Ik zeg nog tegen Henk, ik zeg: ga nou even achter die struiken in het begin waar geen bewaking staat, maar dat dorst ie niet! Terwijl ik gewoon ga zitten hoor. Ik hang er gewoon zo’n lap voor. Zo eentje die ik op een markt heb gekocht. O ja, een hoofddoek heet dat. Zijn ze toch nog ergens goed voor. Maar ook in heel dat Petra is natuurlijk weer geen fatsoenlijke kop koffie te krijgen.’

‘Vorig jaar ook al niet. Toen had ik mijn eigen koffie meegenomen. Ja, gewoon in een thermoskan. Ik zeg nog tegen Henk, ik zeg, dat moeten we dit jaar ook weer doen. Maar Henk zei tegen mij, hij zei: weet je nog dat ik vorig jaar om het half uur moest pissen omdat die koffie van jou zo sterk was? Ja, kon ik ook niet weten. Ik had mijn koffiefilterschep niet bij me dus moest het op de gok. En van gokken houden we niet, hè Henk? Ja, wel van bingo. Maar het entertainment in Eilat dóet geen bingo. Nee, dan hadden we naar Spanje gemoeten. Daar is tenminste fatsoenlijk entertainment. Hier was dit jaar niet eens een kennismakingsbijeenkomst! Nu moesten we zelf alle nieuwe stellen bij het zwembad langs om kennis te maken.’

‘Er lagen ook twee jongens bij ons zwembad. Van die homo’s, dat zag je zo. Vinden we altijd heel gezellig hoor, homo’s. Maar dit waren geen leuke homo’s. Ze zeiden bijna niks terug nadat ik ze had uitgelegd waar je wél lekkere koffie kon halen! En toen ik zei dat ik homo’s altijd zo gezellig vond, zei de ene: nou, er zijn anders genoeg ongezellige homo’s hoor. En daarna zette hij z’n koptelefoon op!'

'De andere wilde wel aardig doen, dat zag je zo. Ik zei nog tegen hem, ik zei: ga nooit bij Giraffes eten. Daar hebben ze niet eens patat, maar van die rare rijstdingen. Soezie en zo. Daar is niks aan, en al helemaal niet in Eilat. Die ene jongen met de koptelefoon zei toen dat ie juist dol was op soezie. Gewoon om mij te sarren. Nee, voor mij was de lol er helemaal af. Voor straf heb ik de rest van de vakantie geen woord meer tegen ze gezegd. Ja, ik weet zeker dat ze dat héél jammer vonden.’

zondag 6 november 2011

Loopcam

Leuke app: Loopcam. Hier mijn videoreportage van gisteravond, vanuit het raam van De Ondeugd. De Ferdinand Bolstraat.



 

woensdag 2 november 2011

Beschaving anno 2011

Restaurant Zushi, woensdagavond, een uur of half acht. We zitten aan de ronde bar, met voor ons een lopende band waarop schoteltjes met allerhande sushi voorbij slakkegangen. De barkrukken staan vrij dicht naast elkaar, waardoor lichamelijk contact met een onbekende buurman of -vrouw onvermijdelijk is. Gelukkig zijn de meeste mensen zo beleefd zich te verontschuldigen als ze op de een of andere manier even wat meer ruimte nodig hebben.

Zo niet de 'dame' links naast mij. We noemen haar voor het gemak maar even Mevrouw de Cultuurrelativist. Ze had me al vernietigend aangekeken voordat ik plaatsneem op de lege kruk naast haar. Haar stapel lege schoteltjes staat pontificaal voor mijn neus. Een serveerster zet deze subtiel een eindje naar links, maar met een ferm handgebaar schuitft de Cultuurrelativist ze weer terug in de oude positie.

Luid tetterend zet ze haar gesprek voort. 'Wat een heeeeeerlijk eten hebben ze hier. Ik ga zo DIE daar nemen!' Om haar woorden kracht bij te zetten duwt ze haar arm bijkans in mijn gezicht en priemt met haar vinger naar een schoteltje met gyoza's. 'Echt, moet je zien hoeveel bordjes ik al op heb', giert ze naar haar gezelschap, rammelend met het de stapel schoteltjes voor mijn neus.

Ik kijk naar links. Voor de Cultuurrelativist ligt een telefoon met daarop een sticker. 'De Mars der Beschaving' staat erop. Even word ik afgeleid door twee latina's die de trap bij de ingang opkomen en plaatsnemen aan de bar tegenover ons. Mevrouw naast mij roept iets te luid: 'Zou dat nepbont zijn? Dat is toch geen echt bont hè? En als het nepbont is, dan nóg! Dat trek je toch niet aan? Het idee alleen al dat je de suggestie wekt dat je in doodgeknuppelde dieren rondloopt!'

De meisjes doen alsof ze niks horen. De Cultuurvrouw richt haar pijlen daarom maar weer op haar soortgenootjes. 'Moet je ons toch eens zien zitten! Terwijl heel Europa in puin ligt zitten wij hier lekker sushi te eten. In Griekenland kan dat straks niet meer hoor! En in Nederland misschien ook niet. Geniet er nou maar lekker van. Hier, ik heb steeds de duurste schoteltjes genomen. Hahaha, wat nou, crisis!'

De Cultuurrelativist staat op. 'Jij betaalt, toch?', roept ze naar de man naast haar. 'Ik moet weg.' Bij het opstaan had ze me al ruw in m'n zij gepord met haar elleboog. Nu slaat ze haar jas tegen me aan, waarbij mijn schoteltjes bijna van de bar lazeren. Daarop trekt ze zonder iets te zeggen haar tas onder de bar vandaan. Mijn kruk wankelt, maar ik blijf overeind. Na een luidkeels 'DOE-DOEI' verdwijnt mevrouw de Cultuurrelativist uit beeld.

Beschaving? Laat me niet lachen...

maandag 24 oktober 2011

Het mysterie van de makelaarsjongen

Aan de Weteringschans is een kantoortje gehuisvest waar om de zoveel tijd een nieuw bedrijf in trekt. Jaren geleden zat er een low budget telecomaanbieder die reclame maakte met een foto van Beau van Erven Dorens. Een naaktfoto wel te verstaan. De presentator droeg slechts een paar cowboylaarzen en een witte slip. Deze foto hing meer dan levensgroot tegen de oranjerood geverfde achterwand van het kantoortje. Ongeveer een jaar lang hebben de medewerkers van het betreffende bedrijf - Scarlet, blijkt na enig gegoogle - naar het blote lijf van Beau moeten kijken en moeten wennen aan een oranje werkomgeving. Wat doet zoiets met je, vraag ik me dan af.

Na Scarlet was het een komen en gaan van nieuwe hopefulls. Sinds enige tijd is het kantoor compleet gestript. Er staat alleen een glazen bureau in de ordentelijk witgeschilderde ruimte met daarop een laptop. Er zit tegenwoordig een makelaar. En die zit er echt. Letterlijk. Altijd. Het is een jonge vent nog, met een keurig overhemd aan en een nette pantalon. Zijn krullende haar is wat langer in de nek. Je ziet 'm in wezen zo wegrijden op z'n hippe makelaars-Vespa. Maar dat doet ie dus niet. Hij hangt daar maar voorover, languit over zijn bureau. Z'n ogen prikken bijna in het beeldscherm van de laptop, terwijl z'n benen op onnatuurlijke wijze om de poot van de bureaustoel zitten verstrengeld.

Wat zou hij daar de hele dag doen? Funda F5'en om te zien hoeveel potentiële klanten op zijn huisjes hebben geklikt? Spelletjes? In zijn houding wijst niets erop dat ie aan action games doet en voor patience lijkt ie me nog te jong. Twitteren? Facebooken? Als ik de hele dag alleen op een kantoortje zou zitten, had ik ook behoefte aan contact. Twitteren en FB'en is dus vrij logisch. Zou hij overigens wel eten, overdag? En drinken? En hoe pakt hij dat dan? Ik heb hem in ieder geval nog nooit iets zien doen behalve voorover in z'n laptop hangen.

Het is dus een groot mysterie wat hij de hele dag doet, en nu wil ik het weten ook. Misschien moet ik maar eens op zoek naar een nieuw huis, zogenaamd. Zal ik een afspraak maken?

dinsdag 18 oktober 2011