dinsdag 12 mei 2015
Kansloos netwerken bij het UWV
De regel is dat je vlak voor je laatste werkdag begint met je aanvraag. Ik bel dus met het UWV en kreeg een heel aardige jongen aan de lijn. Hij vertelde wat ik doen moest, en dat kon gelukkig allemaal online. Tien jaar geleden zat ik in een soortgelijke situatie (nu werd één FTE wegbezuinigd, toen een hele afdeling). Destijds moest ik me met een enorme stapel formulieren, waaronder alle loonstrookjes uit mijn hele werkzame leven, melden bij een kantoor waar een mannetje achter een loket zat. Dat mannetje vertelde me op welke vacatures ik het best kon solliciteren. En hoe ik een sollicitatiebrief het best kon beginnen. Echt, de betutteling. Het viel me mee dat ik geen uitbrander kreeg omdat ik me pas om vijf over negen had gemeld in plaats van negen uur stipt. Dat kon ook niet, want het hek voor het gebouw zat nog op slot.
Hoe anders was de situatie nu. Vol goede moed maakte ik een DigiD aan, meldde me aan bij iets dat Netwerkplein ofzo heette en stuurde een pdf-versie van mijn paspoort de ambtelijke molen in. Dat was allemaal op mijn eerste dag als steuntrekkende werkloze. In het telefoongesprek had de aardige jongen aangekondigd dat er voor hoger opgeleiden zoals ik speciale bijeenkomsten waren. Daar zouden ze allerlei handige tips geven die hielpen bij het vinden van een nieuwe baan. 'Moet ik me tot die tijd nog ergens melden?', vroeg ik. 'Nee hoor', zei de aardige jongen. De bijeenkomst was op 14 juni. 'Maar het kan in de tussentijd geen enkele kwaad om alvast een beetje om je heen te kijken, natuurlijk', lachte de jongen.
Het werd 14 juni. Om 15.00 uur stipt meldde ik me bij een groot, glanzend pand op Amsterdam Sloterdijk. Ik had een plukje mensen verwacht dat net als ik op een 'werkcoach' zat te wachten. In plaats daarvan kwam ik in een ruimte terecht waar zeker zestig mannen en vrouwen vertwijfeld om zich heen stonden te kijken. Wat bleek: dit was een 'netwerkmeeting'. Vandaag gingen we leren hoe we online netwerken als LinkedIn en (whoehoe) misschien zelfs Twítter konden inzetten om te netwerken. En wie weet hadden we ook nog wel iets aan elkaar.
Wat er toen gebeurde was werkelijk te bizar voor woorden. Echt, Toren C was zelfs niet weggekomen met de volgende scène. Twee dames - eentje eind twintig, de ander eind dertig - in bloemetjesjurken met een witte legging eronder vroegen ons in het midden van de ruimte te gaan staan. 'De muur aan de overkant is het noorden van Nederland, de muur aan ónze kant is het zuiden. Nu moet iedereen gaan staan waar hij geboren is.' Als een schooljuf klapte de oudste van de twee in haar handen. Ongemakkelijk begonnen de aanwezige steuntrekkers door elkaar heen te bewegen. Een van de aanwezigen klom in een hoek van de zaal op een vensterbank. 'Wat doe jij nou?', kirde de jongste schooljuf. Ietwat schaapachtig volgde het antwoord. 'Ik kom uit Curacao.' Dat was lachen geblazen. Overigens kwamen de meeste mensen gewoon uit Amsterdam en omstreken, dus halverwege de achtermuur stond een pluk mensen elkaar in de nek te hijgen. 'Nu moeten jullie gaan staan waar je hebt gestudeerd'. En hup, daar dook de rest ook op het kluitje Amsterdammers.
Gelukkig mochten we ons daarna weer door de zaal verspreiden. De dames gingen ons uitleggen waarom LinkedIn handig was. 'Wie van jullie heeft LinkedIn?' 59 van de zestig vingers gingen de lucht in. 'En wie van jullie heeft Twitter?' Een stuk of tien handen bleven over. 'Twitter is anders hartstikke handig hoor. Als je ons volgt op Twitter kun je hele interessante vacatures tegenkomen.' Vervolgens ontstond een discussie in de zaal over het zoeken van werk via internet. Of dat niet gewoon via vacaturesites kon. Maar toen bleek dat het bij de sollicitatieverplichtingen óók telde als je je LinkedIn-profiel bijwerkte, verstomde het gemor.
Na een kwartier gezwatel over sociale media pakten beide schooljuffen een mandje. De twintiger deelde oranje usb-sticks uit, de dertiger blauwe. De oudste riep vervolgens: 'Hou nu allemaal je usb-stick in de lucht. Zestig verbaasde armen zwaaiden omhoog. 'Willen degenen met een oranje usb-stick in een kring gaan staan?' Aarzelend kwam een kring tot stand. 'Willen degenen met een blauwe usb-stick een kring vormen om de oranje mensen heen?' zo gezegd, zo gedaan. 'Nu tel ik tot drie en draaien alle oranje mensen zich om. Je stelt je voor aan degene die tegenover je staat en dan ga je met die persoon netwerken!' Nog voor ik What The Fuck kon denken klonk het 'Een! Twee! Drie!'.
Een soort van jongen of een man draaide zijn vlassnor naar me toe. 'Hi! Ik ben Stacey.' Stacey bleek middenin een metamorfose van man naar vrouw te zitten, of andersom. Ik heb het niet durven vragen. Maar Stacey moest een periode overbruggen van een studie psychologie en een postdoctoraalachtig iets. Leuk voor Stacey, maar ik had nog steeds geen zicht op een baan. Toen blies de oudste schooljuf op een fluitje, dat ze tot dusver ongezien om haar nek had hangen. 'Nu schuiven we allemaal twee personen op naar links!' Nu stond ik over een ex-directeur van een dure bank, denk aan Lanschot of iets dergelijks. Ik viel maar meteen met de deur in huis. 'Vind jij deze bijeenkomst net zo idioot als ik?' Gelukkig kreeg ik bijval.
Na weer vijf minuten ging het fluitje opnieuw. 'Op de usb-stick staan alle formulieren die je nodig hebt bij het Netwerkplein. En nu is het tijd voor de borrel!'
Ik heb nog nooit zo snel een zaal zien leegstromen….
(Dit verhaal schreef ik in 2011)
woensdag 20 juni 2012
De vlindergeliefden
Naast het bed staan ze, naakt, tegenover elkaar. Hun beider haren ongewassen. Ze staren uit het raam in een muur waarvan zo te zien tientallen schilderijlijsten zijn verwijderd. Ze trekken elkaars kleding aan en voeren een intieme dans uit voor dat raam. Hij neem haar in een wurggreep en duwt haar tegen de grond. Al zoenend geeft zij zich aan hem over.
Wat volgt is een rituele paringsdans, waarbij de twee elkaar aantrekken en afstoten. Wanneer hij een beweging maakt waarbij hij denkbeeldig zijn neus afzet, komt een tweetal als soldaat verklede mannen binnen. Ze hebben lichtgevende lolly's bij zich. Gretig doen de man en vrouw zich tegoed aan de versnapering.
De soldaten blinddoeken het stel en blazen ze met koude lucht de kamer uit. Ze stommelen door een gang, waarvan de vloer is bedekt met peuken. Ze worden naar buiten gedreven, een parkeergarage in. De twee nemen gedwongen plaats in een rode mercedes, nog steeds geblinddoekt likkend aan een lolly.
De auto verdwijnt onder water, een octopus glibbert over de motorkap. De twee soldaten, of eerder desolaten, zitten voorin de auto. De een slaat een bierfles stuk op de ander. Een haai zwemt voorbij en slaat het zooitje belangstellend gade. Dan doet het stel de blinddoek af en wat blijkt: ze zijn nog steeds in de parkeergarage.
Ze keren terug naar de kamer. De ontklede muren zijn nu ineens bedekt met lijstjes vol geprepareerde vlinders. Ze vinden dit zo vreemd dat ze bijna moeten huilen. Het meisje gaat op haar kop aan het hemelbed hangen betast de jongen met haar kousenvoeten. Die kleedt zich onmiddellijk uit. Hij beschildert haar borsten met zwarte verf en raakt buiten zinnen van genot.
Het meisje pakt nu een vlinderschilderij van de muur en begint te schreeuwen naar de jongen. Die wordt ook boos en leeft zich uit op eerst een spiegel en daarna de rest van de vlinderschilderijen. Intussen verdwijnen verschillende porseleinen beeldjes symbolisch naar een zeebodem.
De jongen en het meisje gaan elkaar nu te lijf op het bed. Er is vuur en bloed. Ze moeten huilen en vallen in slaap. De desolate soldaten zijn inmiddels met bezems in de weer om de chaos op te ruimen. Ineens blijkt alles een flashback. De jongen ruikt aan een vlinder. Ze veren allebei op en kijken naar de muur: alle vlinderschilderijen zijn verdwenen.
Was het een droom? Nee! Was het een fantasie? Nee! Het was de zoveelste vage videoclip van Sigúr Ros! Kijk zelf:
zondag 20 mei 2012
Bloedverwanten - de brainstorm
'Ja, anders wordt het te snel een gewone soap.'
'Dus dan doen we iets met incest of zo.'
'In de kassen? Nee, dat trekken ze niet bij de Avro.'
'Halve incest dan. Dat halfbroer en -zus met elkaar het bed in duiken.'
'Maar dan moet die broer wel al een beetje verknipt zijn. Weet je wat, dan maken we daar een homo van.'
'Dan kijkt niemand er raar van op nee. Goed opgelost.'
...
'Wat doen we met die moeder?'
'Het is wel Henriëtte Tol hè. Een rasactrice.'
'Kost ze?'
'Best veel.'
'Dan moet ze in álle scènes.'
'Dat wordt schmieren... Ben je daar niet bang voor?'
'Je zei toch dat ze een rasactrice was? Ze dráágt deze serie. Wedden dat het goed gaat?'
...
'De Avro probeert de serie te verkopen als een soort Dynasty aan Zee. Maar echt glamourous is het allemaal niet.'
'Wat zeg je? Dynasty? Dan laten we Henriëtte en Tanja Jess à la Krystle en Alexis door de modder rollen! Bitch fight!
'Dat is in drie woorden Ge Ni Aál!'
...
'Derek de Lint, Eelco Smits, Pierre Bokma, Yvonne van den Hurk... Gaan die de soapies niet overschaduwen?'
'Daar zeg je wat. We maken de rol van Tanja nóg hysterischer.'
'Die Viktoria Koblenko is toch Russisch of zo? Kan zij wel zoveel Nederlandse tekst achter elkaar onthouden?'
'Dan geven we haar toch geen tekst? Niemand die zo veelbetekenend voor zich uit kan staren als Viktoria.'
'Ziezo, ook weer opgelost.'
...
'Wacht! We halen het allochtonenquotum niet!'
'Ok. Dan wordt de vriend van Iris een Youssef.'
'Maar Iris had al problemen genoeg. Kanker enzo. Veel te gecompliceerd.'
'Dan gaan ze snel scheiden. Dat scoort: een eenzame vrouw met een ziekte. Kunnen de Avro-kijkertjes zich prima mee identificeren.'
'Zitten we alsnog met dat allochtonenquotum.'
'Laten we het wat breder trekken. We zetten wel iemand ergens in een rolstoel. Heft het gehandicaptenquotum het allochtonenquotum op.'
'Wat dacht je van een zwarte gehandicapte?'
'Dat werkt alleen als ie homo is.'
'Maar een homo hadden we al.'
'Dan krijgt ze alsnog een neger als vriend.'
'Prima. Once you go black you never go back!'
...
'Wat doen we met de locaties?'
'Er is veel budget. Rare huizen dus, met veel te grote keukens.'
'We laten de homozoon in een verbouwd station wonen. Kan de NS de serie sponsoren elke keer als er een trein voorbij raast.'
'Stoort dat niet, geluidstechnisch gezien?'
'Dat filteren we er later wel weer uit. Het oog wil ook wat.'
'Wat staat er eigenlijk in de kassen van de familie De Winter?'
'Geen idee. Doe maar iets met bollenvelden.'
...
'Toch schuurt het nog niet genoeg.'
'Meer incest?'
'Soort van. Maar wel verkapt.'
'Wat nou als we vader en zoon kutzwagers maken?'
'Dat vind ik zielig voor Roos Ouwehand. Die kijkt zo... eh... lief.'
'Dus laten we haar in een ongemakkelijke scène opscheppen over de geslachtsdelen van beide heren. Tegen de zus en dus ook de dochter.'
'Kijk... Nu gaat het ergens naar toe.'
'Wordt het toch nog een typisch Nederlandse dramaserie.'
'Draai dat subsidiekraantje maar open!'
maandag 14 mei 2012
Sjieke Nederlandse toeristen
Een paar jaar geleden was ik in Athene. Henk en Ingrid bestonden officieel nog niet, maar ze zochten verdwaasd naar een gratis toilet. Het begon nog quasi-grappig. ‘Ik ga toch geen vijftig cent betalen voor iets dat ik kom brengen?’ Maar toen de spanning op de blaas toenam, sloeg de stemming snel om. ‘Als het zo moet dan pies ik wel achter een boom!’ Dit alles luidkeels en met zo’n triomfantelijke blik van iemand die in alles ‘Hoor mij nou toch eens’ uitstraalt.
Zaterdagavond zaten we op Kos te eten met Patricia van de reisorganisatie. Zij was dolenthousiast over haar werk, maar we wisten haar toch enkele frustraties te ontlokken. Over een oude vrouw bijvoorbeeld, die haar mokkend toebeet waar die koffie nou bleef. Die kon Patricia toch best even komen brengen? Het was toch all-inclusive? Daar had ze toch voor betaald?
Eerder die dag zat ik voor ons appartement met een glas wijn. Boven mij zaten twee Groningse dames die het allemaal prachtig vonden in Griekenland. Ze hadden alleen een páár opmerkingen. Over het eten bijvoorbeeld. Daarvan raakte je gelukkig niet aan de schijt, maar wat eruit kwam was zóveel dat je wel drie keer moest gaan verzitten. Verder vonden ze Schiphol maar niks. ‘Daar ontbreekt het vakantiegevoel. Je gaat niet eens met een busje naar het vliegtuig.’ Tot slot hadden ze hun vakantietiming niet helemaal op orde. ‘Ik ben al rood vanaf dinsdag en ik heb nog geen zonsondergang gezien. Vandaag blijf ik gewoon liggen. Dan maar huidkanker.’
Inderdaad, erg sjiek allemaal. Maar dat Nederlanders nogal openhartig zijn wist ik natuurlijk al. Lees hier nog maar eens hoe een zekere M. volledig losging op Mallorca.
dinsdag 17 januari 2012
Zweedse meisjes, het vervolg: Sita het Hongaarse meisje
Aangezien het mentorvader- en -moederschap ons goed was bevallen, bedachten Nina Rosa en ik ons geen moment toen zich in het nieuwe studiejaar wederom een mentormeisje aandiende. Deze keer had het lot bepaald dat we een Hongaarse studente ter opvang kregen, Sita genaamd.
Sita was een donkerharige schone met ravissant zwart haar. Als ze lachte tenminste. De eerste vijf minuten deed ze dat nog volop, al was ze na een week nog steeds vermoeid van de uitputtende reis die haar van een Hongaars bergdorpje naar Utrecht had geleid. We maakten kennis met een kopje thee en om het ijs te breken stelden we haar nieuwsgierig de ene vraag na de andere. Sita vroeg niets terug. Na een minuut of tien was ze het eenzijdige verhoor zat en ze zei: 'Dat hoeven jullie allemaal niet te weten.'
Een paar dagen later informeerden we voorzichtig bij het Buitenlandsestudentenhuis op het Janskerkhof hoe het Sita beviel, hier in Nederland. Ze had al die dagen binnen gezeten, ook al hadden we haar gewezen waar het postkantoor was. We waren op dat moment nog vast voornemens haar de Afsluitdijk te laten zien en een oer-Hollandse maaltijd voor haar te koken. Toen nog wel.
Gedurende een periode van drie maanden hebben we om de zoveel dagen geprobeerd contact te leggen met Sita. Vaak schold ze mopperend in de telefoon wat voor koud kutland Nederland was. En dat iedereen vervelend tegen haar deed. En waarom hier geen goulashsoep in ruime hoeveelheden voorhanden was. Waarom ik stiekem naar haar vriendje had gegluurd toen hij een paar dagen over was uit Hongarije (wat overigens niet zo was, de jongen had de uitstraling van een hork met z'n platvissengezicht). Waarom iedereen hier Nederlands sprak. Waarom haar huisgenoten zo vervelend waren. En zo ging het vaak nog even door.
Het lachen was Sita totaal vergaan. Het schone was er dus wel vanaf. En dat ravissant zwarte haar hing inmiddels in vette slierten om haar hoofd. Zo verwaterde het contact, dat op het eind tot een onverwachte climax kwam. Sita had namelijk besloten ons te trakteren op een afscheidsetentje! Dat ze wegging moest inderdaad groots gevierd worden.
We belden aan. Een buitenlandse student (een hele leuke, aardige, Jessica en Jenny-achtige) deed open en stuurde ons door naar Sita's kamer. Daar lag ze, languit op de grond met het gezicht naar de vloer. Bezorgd vroegen we of het wel goed met haar ging. Sita deelde haar kamer met een Amerikaanse Kimberley. Zo'n doorsnee Natalee Holloway-kloon die haar helft van de kamer had behangen met roze schilderijlijstjes vol vriendinnenfoto's. 'Zo lig ik hier altijd', zei Sita. 'Dan hoef ik die stomme blije foto's van Kimberley of hoe ze ook heet niet te zien.'
Zwaar geïrriteerd ging Sita ons voor naar de keuken. Ze viste een vieze pan uit de gootsteen en hield deze voor de vorm onder een lauwe waterstraal. Daarna mikte ze de pan voor de helft vol met macaroni, gooide er wat blokken kaas en bevroren spinazie door en zette hem op het vuur. Na een kwartier was het 'eten' 'klaar'. Na een half uur stonden we weer buiten, nadat we Sita omstandig hadden bedankt voor de feestelijke maaltijd. Voor de vorm telefoonnummers uitwisselen konden we niet meer opbrengen.
En zo eindigde het o-zo vrolijke mentorverhaal in een debâcle. Aan een nieuwe lichting studenten zijn we dan ook nooit begonnen.
woensdag 11 januari 2012
Mediacircus
Het Groot Lexicon der – bijna – Vergeten Bekende Nederlanders. Met een naam die klinkt als een klok begonnen Roelof en ik alweer anderhalf jaar geleden aan een megalomaan project. Een allesomvattend overzicht moest er komen van ALLE bekende Nederlanders die bijna vergeten zijn. Voor iedere gedoofde ster moest gelden dat het de gemiddelde Onbekende Nederlander een ahaaa-moment zou opleveren. Wie was Amanda Spoel ook alweer? Leeft Fred Emmer nog? En hoe gaat het nu met Jody Bernal?
Al snel hadden we een lijst met achthonderd namen. Van obscure figuren als Hansje Ravenstein en Joekie Broedelet tot presentatoren als Rolf X. Wouters en Frank Masmeijer, die iedereen nog wel kent maar al jaren uit beeld zijn verdwenen. Na de zomer gingen we van start. Op de website Lichtuitspotuit.nl verscheen vanaf augustus dagelijks een Bijna Vergeten BN’er. Dat het aansloeg, was te merken aan de reacties op Facebook en Twitter. Bijna dagelijks stroomden de verzoeken binnen. Sommige tweeps stuurden zelfs complete Word-documenten met tientallen suggesties. Het werkdocument – met als titel Tetske’s Ossewaardeparadijs – wordt nog wekelijks aangevuld met nieuwe namen.
We hadden een eenvoudig Tumblr-blogje in elkaar gehackt. Dat moest professioneler. Goede man Niels werd ingeschakeld, die tijdens de kerstdagen vanuit Australië een slick ogende site optuigde. Op 2 januari gingen we live. Voor een stukje extra publiciteitsbeleving stuurden we een persbericht de wereld in.
En toen ging het los. Diezelfde middag werd ik gebeld voor een interview in het AD. Een dag later belde De Pers en weer een dag later stond er een verhaal in het Parool. Best grote stukken ook nog. Inmiddels was Roelof te horen geweest in de bestbeluisterde ochtendshow van Nederland, bij 3FM en bij QMusic. Zelf kwam ik in de uitzending bij BNN Today op Radio 1 en bij Prem in zijn ochtendshow, ook op Radio 1. Verder haalden we verschillende websites, en ook nog de VPRO-gids.
Naarmate de week vorderde naderde ons mediacircus zijn climax. Vrijdagmiddag was ik bijna twintig minuten te horen op Amsterdam FM (zie uitzending vrijdag 16.00 uur), maar het absolute hoogtepunt was de uitzending van Spijkers met Koppen van afgelopen zaterdag (luister vanaf 13.10 uur). In een afgeladen café (er zat een paar honderd man klapvee) werden Roelof en ik aan de tand gevoeld over sterren als Dodi Apeldoorn, Marceline Schopman en Rebecca Loos. Het werd onbedoeld hilarisch toen Roelof presentator Felix Meurders alvast op de lijst zette voor het Lexicon. Het werd onbedoeld ranzig toen ik de anekdote over Rebecca Loos en een varken oplepelde. Dolf Jansen: ‘Zeg je nou dat Rebecca Loos een varken heeft afgetrokken?’ ‘Eh, ja?’ Felix Meurders: ‘Daar geloof ik niks van!’ Ik: ‘Het is echt waar, er zijn beelden van!’ Roelof: ‘En dat is allemaal te zien op Lichtuitspotuit.nl!’
Tot zover onze fifteen minutes of fame. Overigens zijn er ook beelden van ons te zien. In SBS Shownieuws. Het zou een item worden van een paar minuten, maar we zijn teruggesneden tot ongeveer twintig seconden. Niet met je ogen knipperen dus.
Wie weet wat er nog volgt. We hopen op een boek, een scheurkalender, een bord- of een kwartetspel. En op nog meer fanmail van BN’ers. Tot dusver hebben alleen Tetske van Ossewaarde en Ronnie Tober iets van zich laten horen, waarvoor dank ;-).
O wat is het toch fijn om een mediahoer te zijn!
vrijdag 9 december 2011
De beste albums van 2011
1. Processory - Change Is Gradual
De Finnen Jori Hulkkonen en Jerry Valuri maken elektronische droompop met diepgang. Ze putten hierbij schaamteloos uit de eighties-archieven van de New Romantics. Denk aan de overdadig georchestreerde ballads van Tears for Fears, de laag-op-laag stapelende Godley & Creme en de fluffy productie van Spandau Ballet. Hun hedendaagse soortgenoten vind je bij Gayngs en M83, die net als Processory aardig experimenteel te werk kunnen gaan. Maar laat je hierdoor niet weerhouden, want het album vormt in zijn geheel een warme, romantische muziekdeken voor zwoele zomeravonden en later dit jaar voor bij het haardvuur. Mét sax-solo's, en dat is een aanbeveling.
2. M83 - Hurry Up, We're Dreaming
Als er iemand is die muziek episch kan laten klinken, is het Anthony Gonzalez van M83. Geef je eraan over en je voelt de zwaar georchestreerde tracks keihard bij je binnenkomen.
3. The Weeknd - House of Balloons
Progressieve R&B voor na het uitgaan. Nakateren op donker ingekleurde, druggy technosoul. Over het gezelschap achter The Weeknd is weinig bekend, wat alleen maar bijdraagt aan het mysterieuze van deze muziek. 'You wanna be high for this.'
4. Destroyer – Kaputt
Zowel arty als grappig en tegelijkertijd retro en futuristisch. Liedjes met trompetsolo’s en melancholische zang die soms aan Roxy Music doen denken.
5. Danger Mouse & Daniele Luppi – Rome
Geïnspireerd door de muziek van oude spaghetti westerns. Met zang van Norah Jones en Jack White (van de White Stripes). En dat is moooooi.
6. Araabmuzik - Electronic Dream
Als hiphop-producer zorgde Aarabmuzik voor de comeback van rapper Cam'ron, als soloartiest zoekt hij het totaal ergens anders: bij de kazige haargel-house van Jam & Spoon (Right in the Night) en Culture Beat- en Capellla-klonen. Hij vervormt samples en loops tot kunstwerken waar je niet op kunt dansen, maar fijn op kunt relaxen.
7. James Blake - James Blake
Met Limit To Your Love scoort James Blake een van de meest onwaarschijnlijke Top 40-hits in West-Europa. In Nederland haalt zijn dubstep-ballad zelfs de toptien. De afgelopen jaren leverde Blake enkele EP's af die zeer van elkaar verschilden. Wat ze gemeen hadden waren Blakes virtuoze pianospel en een melancholisch elektrogevoel. Op zijn eerste album laat Blake zich van een meer toegankelijke kant zien.
8. Metronomy - The English Riviera
Denk aan de seventies jazzrock van Steely Dan, maar dan met de sounds van nu: Junior Boys en Phoenix.
9. Katy B - On A Mission
Een van de fijnste dancetracks van 2010 was Perfect Strangers van het Britse dubsteppioniers Magnetic Man. Op deze single was Kathleen Brien te horen, die inmiddels als Katy B een solocarrière nastreeft. Haar muziek is een aanstekelijke combinatie van dubstep, R&B, pop en dance. Loeiende bassen, opzwepende beats, met hulp van Ms Dynamite en wederom de magnetische mannen.
10. Gil Scott-Heron & Jamie XX - We're New Here
In mei ging Gill Scott-Heron dood. Producer Jamie Smith van The XX geeft zijn breekbare soulstem een minimale elektronische sound mee. En dat werkt.
11. Light Asylum - In Tension EP
Heel zelden komt er een band voorbij waarvan je denkt: WOW! Dit is anders! Light Asylum is zo'n band. Alsof Grace Jones ineens als frontvrouw van Joy Division opduikt, met een serie tracks die zowel pikdonker gothic als ultralicht elektronisch klinken. Zangeres Shannon Funchess zingt letterlijk alsof haar leven ervan afhangt in lang uitgesponnen, fraai opgebouwde nummers die door partner Bruno Coviello subtiel van lichte synthezisertoetsen worden voorzien.
Beste single van het jaar is Light Asylum's Dark Allies, een repeterend dance-monster om bijna bang voor te worden.
12. Beyoncé – 4
De eerste single Run The World (Girls) komt in eerste instantie wat weird over, met z'n stuiterende Major Lazer-beats en repeterende rateldrums. De bonustrack Schoolin’ Life heeft een fijn foute 80s rocksound, Love on Top glijdt lekker binnen en Countdown is gewoon stand-out Beyoncé.
13. Black Keys – El Camino
Lekker ranzige rock, met orgels, koortjes en nog veel meer vertier.
14. tUnE-yArDs - W H O K I L L
Normaal ben ik nooit zo van folk, maar als het wordt gemixt met funk, R&B en afropop: yummie!
15. Bombé and Mr. Caribbean - James Drake
Het werkt: de muziek van James Blake en Drake zijn door een blender gehaald en vormen samen een geluid dat beide muzikanten recht doet.
16. Jessica 6 - See The Light
Een spin-off van Hercules & Love Affair. Denk disco, denk New York. Met wederom een gastbijdrage van Antony Hegarty.
17. Nicolas Jaar - Space Is Only Noise
Downtempo soundcollages met lagen jazz, hiphop, house en lounge. Relaaaxed….
18. Jamie Woon – Mirrorwriting
UK Bass wordt de muziek van Jamie ook wel genoemd. Hij maakt er bij vlagen een feestelijk rave-achtig geluid van. Op andere momenten klintkt ie melancholisch nineties-retro.
19. Com Truise – Galactic Melt
Achter dit geniale pseudoniem gaat de uit Princeton, New Jersey afkomstige Seth Haley schuil. Hij maakt instrumentale tracks die het midden houden tussen staccato soundtracks van computergames uit de eighties tot atmosferische midtempo chill-out grooves. De een wordt er bloednerveus van, de ander doet er een tripje op.
20. Kate Bush - 50 Words For Snow
Veel muziek brengt ze niet uit, maar als er iets komt is het raak. Langdurende ballads zijn het waarop haar stem deze keer fraai fragiel klinkt. Haar zoon en Elton John zingen ook mee, al had dat laatste niet per se gehoeven.
21. Neon Indian - Era Extraña
Bijna net zo episch als M83, maar dan met zeezieke synthesizers, Mario Brothers-geluiden en gelaagde soundscapes. En dan gaat het in de teksten ook nog eens over eenzaamheid en verbroken relaties…
22. Toro Y Moi - Underneath The Pine
Beetje Brian Eno-achtig wel, deze laptop-achtige drones die soms ineens heel erg akoustisch voor de dag komen.
23. Pinch & Shackleton - Pinch & Shackleton
Alsof een grote muziekcomputer je in het donker van een afstandje toegromt. Kom je dichterbij, dan walsen de reggae-achtige loops dwars over je heen.
24. Azari & III - Azari & III
Feest! Denk aan de house van Steve ‘Silk’ Hurley en Todd Terry. Soms slaan ze even rechtsaf een poppaadje in, maar in de beste tracks herleeft de rave van de eerste helft van de jaren negentig.
25. Cat’s Eyes – Cat’s Eyes
Met The Horrors maakt frontman Faris Badwan duistere garagerock. Voor dit project werkte hij samen met Rachel Zeffira, een klassiek geschoolde sopraanzangeres. Het resultaat: dromerige nachtmuziek die Julee Cruise en Twin Peaks in herinnering roept. Maar ook sixtieshelden als Lee Hazlewood en Nancy Sinatra. Gloomy, doomy, spooky.
26. Adele – 21
Nooit gedacht dat ik een voor mijn smaak zó mainstream album zo mooi kon vinden. Die stem…
27. SBTRKT – SBTRKT
James Blake en Jamie Woon zorgden ervoor dat dubstep een mainstream publiek heeft bereikt. SBTRKT borduurt hierop voort. Toegankelijke pop is het, gezongen door een trits gastvocalistes, met hier en daar een spooky soundeffect, een doffe drumklap of een dreigend rommelende bas.
28. The Horrors – Skying
Beetje gothic, beetje new wave, beetje navelstaren. Indie eyelinerpop.
29. Ill Skillz - Nectar & Ambrosia
Drum ‘n Bass die nergens klinkt alsof het weer 1997 is. Gewoon je kop in de speaker steken en stuiteren maar!
30. Drake – Take Care
Elektro-R&B waarin het af en toe behoorlijk spookt. Die Drake is een gevoelig mannetje. Met hersens ook nog, bovendien. Beste track is het duet met Rihanna, die zelf met een album kwam waarvan maar een paar tracks echt beklijfden.
31. Tom Waits - Bad As Me
De oude troubadour is terug. Z’n rommelpotterig geproduceerde liedjes zijn rafelige chansons. Z’n stem vertelt per track een heel verhaal.
32. Panda Bear – Tomboy
Alsof de zon ineens gaat schijnen. Orchestrale meerstemmige harmonieën, gemaakt van één stem. Voor op het strand of in bed. Ga in ieder geval in de ligstand om deze muziek te beleven.
33. The Field - Looping State Of Mind
Axel Willner maakt mini-minimale techno die hij voorziet van samples en geluidsflarden die hij in een loop hangt zodat het bijna klinkt als trance. Maar dan héél rustige trance. Muziek om per koptelefoon in een vage vibe mee te geraken.
34. Pictureplane - Thee Physical
Beetje onduidelijk wat de Pictureplaners nou eigenlijk willen: een vette dansplaat neerzetten of een op elektropunk gestoeld album. Het ene liedje neigt naar hitparadepop, het andere naar ouderwetse shoegaze. Maar toch klopt het allemaal bij elkaar.
35. Oneohtrix Point Never – Replica
Afstandelijke robotstemmen, lawaaierige samples, stemflarden. Klinkt vaag, en dat is het ook. Maar toch levert het een collectie miniaturen op die zó als een sci-fi soundtrack kunnen dienen.
36. Yelle - Safari Disco Club
Geen zuchtmeisje maar een zingmeisje. Robyn, maar dan in het Frans.
zaterdag 3 december 2011
De junks next door
Ik niet. Ik heb namelijk een fascinatie ontwikkeld voor alles wat men raar of afwijkend vindt. Ik loop juist graag langs het vermakelijke biotoopje voor de ingang van het pand. Vaak ook extra langzaam zelfs. Gedurende het halfjaar dat we nu op deze locatie zitten heb ik al aardig wat mafs meegemaakt met 'mijn' junks next door. Zo hangt er een oude gerimpelde donkerbruine neger rond met een enorme witte baard. De Zwarte Sinterklaas noem ik hem. Hij doet niet veel meer dan rondzwalken over het rijtje tegels voor het grote pand, maar dat dan wél met zo'n statig trage Sinterklaas-tred. Wat gun ik die man zijn eigen Witte Piet. *
Dan is er de Skelterman. Dit is een figuur van een jaar of veertig dat rondrijdt op een voertuig waarvan ik even niet meer weet of het nou een rolstoel is of een trike-voor-beginners. De Skelterman schept er genoegen in rondjes om je heen te rijden, terwijl hij je omstandig begroet. Negeer je zijn geschreeuw, dan begint ie je uit te schelden. Soms heeft hij z'n dag niet. Dan racet hij recht op je af. Wijk je uit naar links, dan pakt hij je op links. Voor rechts geldt hetzelfde. Uiteindelijk is de Skelterman alleen te ontwijken door ver opzij te springen en weg te rennen. Zijn reactie: 'Ha! Weer gewonnen!'
Er is ook een troetel-Marokkaantje in het opvangcentrum. Dit is een joch van een jaar of twintig dat bij het geringste zonnestraaltje z'n shirt uittrekt om z'n sixpack te flashen. Bij hem vraag ik me af wat ie daar te zoeken heeft. Als Gordon hem ziet, neemt ie alsnog een zwerver in huis.
In HVO-Querido bestaan op het eerste gezicht geen klasseverschillen. Het Marokkaantje praat net zo makkelijk met de Zwarte Sinterklaas als met de twee tandeloze wijfjes die je in het voorbijgaan om een centje vragen. Een van de twee vroeg laatst: 'Ga je naar de Albert Heijn?' Ja, zei ik. 'Kun je dan een zak drop meenemen?' Sorry, zei ik weer. Drop is veel te verslavend.
Mijn laatste contactmomentje dateert van afgelopen donderdag. Bij het verlaten van de tramhalte fladderde er vanuit het niets een gezette, in grijze joggingkleding gehulde homo tegen me aan. Het was zo'n typische lossepolsjes-homo uit de oude doos. Hij tikte me op de arm en gilde met overslaande stem: 'Joehoe, haaaai!'
Ik keek hem vriendelijk doch dringend aan: 'Ehm… ikke niet hoor.'
*De man op de foto hierboven is niet de Zwarte Sinterklaas, maar gewoon iemand die ik via Google heb opgeraapt.
zondag 13 november 2011
Werken bij Joop
Toen ik las dat TV10 ook op zoek was naar minder bekend personeel, aarzelde ik natuurlijk geen moment. Wat had ik mijn sollicitatiebrief graag teruggelezen, want ik heb geen idee wat ik er op 14-jarige leeftijd allemaal heb uitgekraamd. Het was in ieder geval serieus genoeg voor de HR-afdeling van TV10 om mij uit te nodigen voor een gesprek.
Aangezien ik zelf op school zat, handelde mijn moeder het eerste telefoongesprek af. Nee, er stond geen leeftijd in de brief. En ja, 14 jaar was eigenlijk iets te jong voor een medewerker van een nieuwe tv-zender. Bovendien zou het reizen vanuit het oosten des lands mij op die leeftijd zeker gaan opbreken.
En zo werd mijn tv-carrière in de knop gebroken. Als troost kreeg ik nog wel een officiële afwijzing van Mr. Van den Ende himself. Al ben ik die brief inmiddels ook kwijtgeraakt…
maandag 22 augustus 2011
Rare werkpraatjes
Een paar banen geleden werkte ik voor een vakblad op het gebied van reclame. Behalve een collectieve hekel aan de baas (een narcist pur sang met een bord voor d’r kop, dat het elke dag om vier uur op een wijnzuipen zette) hadden de collega’s erg weinig met elkaar gemeen. Zo kon het gebeuren dat de ene helft van de sales-afdeling bij ons op de redactie over de andere helft kwam roddelen. Er werkte bijvoorbeeld een zeer grote, omvangrijke vrouw, die dagelijks over de tong ging bij haar collega die we voor de vorm maar even Yoghurt noemen (dat was immers zijn bijnaam). Yoghurt sloeg altijd toe op momenten dat het net niet uitkwam. Zat de meerderheid van de redactie aan de telefoon, dan bedacht hij dat hij bij jou op de hoek van je bureau moest komen zitten. ‘Heb je Gemma (bijna haar echte naam) gezien?’, begon hij dan. ‘Gemma zit nú al weer te vreten.’ Vervolgens keek hij je samenzweerderig aan en fluisterde: ‘Een heel pak aardbeienyoghurt. Daar schudt ze dan van die pure chocoladevlokken over uit. En dat slobbert ze dan achter elkaar naar binnen.’ Gemma was verder best aardig, al noemde ze haar homocollega’s steevast zaadvreters en van haar is de uitdrukking ‘Hare Narigheid’ afkomstig, een titel die we voor de bazin reserveerden. Maar dat vreten, dat ging op een gegeven moment iedereen tegenstaan.
Overigens was Hare Narigheid al even schaamteloos. Als ze zichzelf niet liep op te hemelen (‘Overal waar ik binnenkom beginnen mensen te stralen. Ik ben een bron van pure inspiratie.’), liep ze anderen af te kraken. Werknemers werden plotseling op non-actief gezet omdat ze haar hadden geïntimideerd dan wel met een mes in haar tuin hadden gestaan. Of omdat ze er mee in bed had gelegen, volgens het roddelcircuit. Eén persoon, iemand die de redactie moest coachen nota bene, bleef weg omdat ze volgens Hare Narigheid ‘geestelijk en lichamelijk volledig was uitgewoond.’ En zo had ze over iedereen wel wat.
Weer een paar banen daarvoor werkte ik bij een grote internetprovider. Met name in de studio heerste bij vlagen complete anarchie. Op vrijdag kwam een cokebusje allerlei lekkers bezorgen, terwijl collega’s wodka en ander sterk spul haalden bij de Gall & Gall. Twee vrouwelijke collega’s, die de dag doorkwamen op een groentensapdieet en een enkele tictac, gingen er geregeld lam lallend aan onderdoor. Maar op maandag werden ze bij de koffieautomaat weer even vriendelijk bejegend door collega L., die met z’n onschuldigste ogen doodleuk aan zo iemand kon vragen: ‘Sta je lekker kutscheetjes te laten?’ L. was nogal een ongeleid projectiel. Hij verscheen soms dagen niet op kantoor, kwam dan terug met spierwit haar, om er nog voor het einde van de dag allemaal zwarte anarchistentekens in te kliederen. Het ging pas echt mis toen collega R. bij hem introk. Die zat vanaf dat moment knikkebollend in z’n bureaustoel. Het schijnt dat hij tijdens een personeelsuitje nog eens door de HR-mevrouw uit een volgekotste plantenbak is gevist. Afijn, L. dus. Die de grofste opmerkingen naar de hoofden van brave, duurbetaalde consultants slingerde. Waar L. was, daar gebeurde wat. Stond hij geen tram te moonen, dan vloog er wel een prullenbak in de fik. Uiteindelijk is L. gewoon maar helemaal niet meer komen opdagen en tot op heden ontbreekt ieder virtueel spoor van hem. Naar het schijnt is hij tegenwoordig keurig getrouwd en heeft ie een paar (nu nog) lieve kinders.
Zo heb ik nog veel meer voorbeelden van bizarre gesprekken, vreemde collega’s, idiote practical jokes, inside information en stiekeme lift-affairettes die ik met liefde voor jullie neer pen. Maar voorlopig lijkt me dit wel even genoeg…
woensdag 10 augustus 2011
Kansloos netwerken bij het UWV
Ik ben alweer ruim een jaar druk aan het werk, maar vorig jaar heb ik drie maanden zonder gezeten. Achteraf een heerlijke periode, want het was van 1 mei tot 31 juli alleen maar mooi weer. Maar na mijn niet-verdiende ontslag moest ik een WW-uitkering aanvragen en kwam daardoor in een ambtelijke molen terecht. Althans, dat dacht ik van tevoren.
De regel is dat je vlak voor je laatste werkdag begint met je aanvraag. Ik belde dus met het UWV en kreeg een heel aardige jongen aan de lijn. Hij vertelde wat ik doen moest, en dat kon gelukkig allemaal online. Tien jaar geleden zat ik in een soortgelijke situatie (nu werd één FTE wegbezuinigd, toen een hele afdeling). Destijds moest ik me met een enorme stapel formulieren, waaronder alle loonstrookjes uit mijn hele werkzame leven, melden bij een kantoor waar een mannetje achter een loket zat. Dat mannetje vertelde me op welke vacatures ik het best kon solliciteren. En hoe ik een sollicitatiebrief het best kon beginnen. Echt, de betutteling. Het viel me mee dat ik geen uitbrander kreeg omdat ik me pas om vijf over negen had gemeld in plaats van negen uur stipt. Dat kon ook niet, want het hek voor het gebouw zat nog op slot.
Hoe anders was de situatie nu. Vol goede moed maakte ik een DigiD aan, meldde me aan bij iets dat Netwerkplein ofzo heette en stuurde een pdf-versie van mijn paspoort de ambtelijke molen in. Dat was allemaal op mijn eerste dag als steuntrekkende werkloze. In het telefoongesprek had de aardige jongen aangekondigd dat er voor hoger opgeleiden zoals ik speciale bijeenkomsten waren. Daar zouden ze allerlei handige tips geven die hielpen bij het vinden van een nieuwe baan. 'Moet ik me tot die tijd nog ergens melden?', vroeg ik. 'Nee hoor', zei de aardige jongen. De bijeenkomst was op 14 juni. 'Maar het kan in de tussentijd geen enkele kwaad om alvast een beetje om je heen te kijken, natuurlijk', lachte hij.
Het werd 14 juni. Om 15.00 uur stipt meldde ik me bij een groot, glanzend pand op Amsterdam Sloterdijk. Ik had een plukje mensen verwacht dat net als ik op een 'werkcoach' zat te wachten. In plaats daarvan kwam ik in een ruimte terecht waar zeker zestig mannen en vrouwen vertwijfeld om zich heen stonden te kijken. Wat bleek: dit was een 'netwerkmeeting'. Vandaag gingen we leren hoe we online netwerken als LinkedIn en (whoehoe) misschien zelfs Twítter konden inzetten om te netwerken. En wie weet hadden we ook nog wel iets aan elkáár.
Wat er toen gebeurde was werkelijk te bizar voor woorden. Echt, zelfs Toren C was niet weggekomen met de volgende scène. Twee dames - eentje eind twintig, de ander eind dertig - in bloemetjesjurken met een witte legging eronder vroegen ons in het midden van de ruimte te gaan staan. 'De muur aan de overkant is het noorden van Nederland, de muur aan ónze kant is het zuiden. Nu moet iedereen gaan staan waar hij geboren is.' Als een schooljuf klapte de oudste van de twee in haar handen. Ongemakkelijk begonnen de aanwezige steuntrekkers door elkaar heen te bewegen. Een van de aanwezigen klom in een hoek van de zaal op een vensterbank. 'Wat doe jij nou?', kirde de jongste schooljuf. Ietwat schaapachtig volgde het antwoord. 'Ik kom uit Curacao.' Dat was lachen geblazen. Overigens kwamen de meeste mensen gewoon uit Amsterdam en omstreken, dus halverwege de achtermuur stond een pluk mensen elkaar in de nek te hijgen. 'Nu moeten jullie gaan staan waar je hebt gestudeerd'. En hup, daar dook de rest ook op het kluitje Amsterdammers.
Gelukkig mochten we ons daarna weer door de zaal verspreiden. De dames gingen ons uitleggen waarom LinkedIn handig was. 'Wie van jullie heeft LinkedIn?' 59 van de zestig vingers gingen de lucht in. 'En wie van jullie heeft Twitter?' Een stuk of tien handen bleven over. 'Twitter is anders hartstikke handig hoor. Als je ons volgt op Twitter kun je hele interessante vacatures tegenkomen.' Vervolgens ontstond een discussie in de zaal over het zoeken van werk via internet. Of dat niet gewoon via vacaturesites kon. Maar toen bleek dat het bij de sollicitatieverplichtingen óók telde als je je LinkedIn-profiel bijwerkte, verstomde het gemor.
Na een kwartier gezwatel over sociale media pakten beide schooljuffen een mandje. De twintiger deelde oranje usb-sticks uit, de dertiger blauwe. De oudste riep vervolgens: 'Hou nu allemaal je usb-stick in de lucht. Zestig verbaasde armen zwaaiden omhoog. 'Willen degenen met een oranje usb-stick in een kring gaan staan?' Aarzelend kwam een kring tot stand. 'Willen degenen met een blauwe usb-stick een kring vormen om de oranje mensen heen?' Zo gezegd, zo gedaan. 'Nu tel ik tot drie en draaien alle oranje mensen zich om. Je stelt je voor aan degene die tegenover je staat en dan ga je met die persoon netwerken!'
Nog voor ik 'What The Fuck' kon denken, klonk het 'Een! Twee! Drie!'.
Een soort van jongen of een man draaide zijn vlassnor naar me toe. 'Hi! Ik ben Stacey.' Stacey bleek middenin een metamorfose van man naar vrouw te zitten, of andersom. Ik heb het niet durven vragen. Stees moest een periode overbruggen van een studie psychologie en een postdoctoraalachtig iets. Leuk voor Stacey, maar ik had nog steeds geen zicht op een baan. Toen blies de oudste schooljuf op een fluitje, dat ze tot dusver ongezien om haar nek had hangen. 'We schuiven allemaal twee personen op naar links!' Nu stond ik tegenover een ex-directeur van een dure bank, denk aan Lanschot of iets dergelijks. Ik viel maar meteen met de deur in huis. 'Vind jij deze bijeenkomst net zo idioot als ik?' Gelukkig kreeg ik bijval.
Na weer vijf minuten ging het fluitje opnieuw. 'Op de usb-stick staan alle formulieren die je nodig hebt bij het Netwerkplein. En nu is het tijd voor de borrel!'
Ik heb nog nooit zo snel een zaal zien leegstromen. En van die ambtelijke molen heb ik weinig gemerkt. Tot het moment dat ik meldde dat ik weer werk had, was het enige contact met mijn 'werkcoach' een autoreply: 'Van 3 tot en met 24 juli ben ik op vakantie.'
dinsdag 17 mei 2011
Verlepte glorie - Dana International
Ik ken een stuk of vier transseksuelen in het echt. Dat zijn stuk voor stuk hele leuke meiden. De transen die je op tv ziet daarentegen, dat zijn meestal nichten met hun pik eraf. Kijk maar naar Neerlands troeteltrans Kelly, da's gewoon een relnicht in een goedkope glitterjurk. Een aantal jaren voordat Kelly haar opwachting maakte in het Big Brotherhuis (en waar tijdens de persconferentie voorafgaand aan die entree niemand van de pers haar wilde of durfde te ontmaskeren), had Nederland al kennisgemaakt met Dana International, die min of meer in de Kelly-categorie valt. En laat die nou prompt weer opduiken vorige week, in de voorrondes van het Eurovisie Songfestival (zoals ik het bij wijze van nostalgie hardnekkig blijf noemen).Dana International. Die naam alleen al. De eerste keer dat Europa haar zag, was in 1998. Ze won het songfestival in een jurk met veren en groeide al snel uit tot een homo-icoon. Een ster ging ze worden, met internationale allure. Ze toerde heel de wereld rond met een repertoire dat bestond uit simpele dancedingetjes als Viva la Diva (het winnende lied), slecht ingespeelde covers (denk aan het genre This Is My Life en It's Raining Men) en tracks die moesten maskeren waar het Dana International aan ontbrak: een prettig stemgeluid. Na vier of vijf van die nasale liedjes wisten de meesten het wel. Niet gek dus, dat Dana's carrière alweer strandde voordat ze het zelf goed in de gaten had.
Afijn. In de tijd dat Dana heel even wereldnieuws was, werkte ik bij sQueeze. Het was de week van de Gay Games en de Eurovisiester verzorgde de openingsact. Uiteraard had sQueeze wel oren naar een interview. Samen met een collega toog ik dus naar het Americain, waar Dana en haar staff een trits kamers had geboekt. En daar lag ze, verveeld en chagrijnig, languit op een bed in een anoniem ingerichte suite. In een roze trainingspak! Oké, het jack hing open dus er was wel degelijk sprake van enige sexyness. Maar niks veren! Niks glamour! Viel dat even tegen. Het hielp ook al niet dat Dana bijna niks interessants had te melden. Een beetje nukkig begon Dana onze vragen te beantwoorden, terwijl ze af en toe een haarlok uit haar decolleté veegde.
Al met al duurde het interview een kwartier want de eikel van de platenmaatschappij (waarom zijn dat zo vaak van die zelfingenomen lulletjes, eigenlijk?) wilde afronden. We pakten net onze opnameapparaatjes in toen Dana uit haar comateuze toestand ontwaakte. Ze sprong van het bed, gaf mij en mijn collega allebei een zoen en riep ineens dat ze het een geweldig gesprek had gevonden. Nou, wij ook, Dana.
Even later stond ze plotseling bij ons in de lift. Ze moest naar boven, maar aangezien wij eerst naar beneden moesten wilde ons wel even 'joinen for a ride downstairs...' En toen zei ze het: 'Mijn kamernummer is 666 (weet ik niet meer, wilde gok) en ik ben daar en daar uitgenodigd. Gaan jullie ook mee? En na afloop ben je welkom op mijn kamer...'
Of ik het gedaan heb? Dat zullen jullie nooit weten!
Ik moest hier ineens weer aan denken toen Dana dus in al haar verlepte glorie ineens weer op tv was vorige week. Overigens is het verhaal dat ik destijds geschreven heb nog altijd op internet te vinden. Zij het in een onmogelijk slecht vertaalde Engelse versie.
dinsdag 26 april 2011
Te vroeg gepiekt: de hipheid van Boo.com
Waarom ik er ineens weer aan moest denken weet ik niet, maar ooit heb ik gesolliciteerd bij Boo.com. In 1998 was dit een van de allerhipste internet-startups, maar Boo.com ging de geschiedenis in als een van de grootste internetflops aller tijden.Boo.com was van oorsprong een Zweeds bedrijf. De oprichters wilden een wereldwijd platform neerzetten waarop vooraanstaande fashionlabels hun kleding konden verkopen. Het was vlak voor de dotcom-crash en de bomen groeiden tot in de hemel. Er moest dus ook een Nederlandse dependance komen van Boo.com.
Dus ik erheen. Ik werkte op dat moment bij World Online, het bedrijf dat zo'n beetje symbool heeft gestaan voor die dotcom-crash. Maar op dat moment was er nog geen vuiltje aan de lucht. Toen Boo.com op zoek ging naar 'cutting edge' tekstschrijvers bedacht ik me geen moment. Ik schreef een sollicitatiemail, trok mijn hipste outfit uit de kast en ging solliciteren.
Boo.com was een site met een hostess, Miss Boo. Dit was een virtuele dame die je door het assortiment hielp. De site zag er fraai en flashy uit, tenminste: dat was de bedoeling. Maar anno 1998 trokken de meeste computers zoveel techniek helemaal niet. De site opende in een aparte browser die minstens drie minuten nodig had om te laden. Een ander probleem: betalen via internet was destijds totaal niet ingeburgerd. Maar bij Boo.com geloofden ze toen nog heilig in het succes.
De Nederlandse afgevaardigde van Boo.com zetelde in een souterrain ergens op één van de Amsterdamse grachten. De kelder stond vol kartonnen dozen. Natuurlijk zag de Boo-man er ultragestyled uit: hij droeg een paars tuinpak, weet ik nog. Eronder exclusieve gympen. Ik weet ook nog dat ie een kale kop had, een hippe bril en heel veel armbanden.
Zonder me iets te vragen hield hij een fles champagne voor mijn neus. 'Lekker, bubbels, dat praat makkelijker!' En terwijl hij me naar een groot, leeg bureau dirigeerde, donderden de honderden Boo.com-dozen over hem heen. 'Ja, we zitten nog middenin de verbouwing.' Hij keek me aan alsof ik zojuist expres die enorme dozenwand had omgetrapt.
Het gesprek verliep niet bepaald voorspoedig. 'We weten nog niet of het in het Engels moet of in het Nederlands. Hoe is jouw Engels?' Ehm... hak alsjeblieft eerst even een knoop door, voor je mensen uitnodigt voor een gesprek. 'Verder zijn we op zoek naar een funky accountant. Ken jij die toevallig? Het moet niet zo'n suffe kantoornerd zijn die de hele tijd met z'n neus in de boeken zit.' Nee, je zou maar serieus de hele dag alleen met de administratie bezig zijn. Hoe onhip is dat!
Het werd me al vrij snel duidelijk de Boo-man het wiel niet had uitgevonden. Na het tweede glas bubbels vroeg ik hem wanneer een en ander zou worden opgelijnd en wat de rol van de tekstschrijver precies inhield. 'Dat zien we vanzelf. We gaan binnenkort gewoon een keer beginnen.'
Vervolgens hoorde ik wekenlang niets. Mail werd niet beantwoord, de telefoon niet opgenomen. Toen bleek dat Boo.com failliet was. Het moederbedrijf in Zweden had er in achttien maanden tijd maar liefst 135 miljoen dollar van investeerders doorheen gejaagd. Zo ging Boo.com in al zijn hipheid in volle vaart ten onder, met in zijn kielzog honderden andere startups. Maar de champagne smaakte er niet minder om.
dinsdag 8 maart 2011
Workfailblog





maandag 14 februari 2011
Vrouwen met een bruggetje
Het blad werd destijds uitgegeven door een reclamebureau uit Rotterdam, dat speciaal voor sQueeze een uitgeverij had opgericht: Maximum Media. Over dat reclamebureau wil ik het nu hebben. Het was mijn eerste echte ervaring met hoe volwassen mensen kantoortje spelen, en alles wat daarbij komt kijken. Samen lunchen bijvoorbeeld, en de wekelijkse woensdag-, donderdag- en/of vrijdagmiddagborrel.
Waar andere bedrijven het houden bij bier of een slobberwijntje, werden hier ladingen wodka vergoten. De mensen die er werkten waren allemaal op hun eigen manier kleurrijk. Er werd dan ook wat afgebabbeld. Tijdens de lunch waren dode Bekende Nederlanders een dankbaar gespreksonderwerp. Een van de directeuren had een fictief eiland verzonnen waarop BN'ers zich terugtrokken als ze het zat waren om herkend te worden. Dus elke keer als er weer een BN'er dood neerviel was het raak. 'Goh, wat leuk hè, dat Leen Jongewaard een café heeft geopend op het eiland.' 'We zagen Annie M.G. Schmidt al met haar wandelstok op de bar rammelen: 'waar blijft die neut!'' 'En Georgette Hagendoorn maar acteren dat ze Annie níet irritant vond.' 'Wat een vakvrouw hè, die Georgette. Toch jammer dat ze haar acteercarrière heeft ingeruild voor een bestaan als dakdekker van rieten strandstoelen.'
Zo ging dat zo'n beetje elke dag, als ze het niet hadden over rustieke interieurinrichtingen met veel terracotta potten erin. De trend destijds was 'Toscaans'. Mensen verfden hun kasten met grondverf, schuurden die vervolgens er half weer af, om het meubel daarna te lijf te gaan met een spons en - heel belangrijk - gele verf. Zo'n beetje alles dat neigde naar pastel was eigenlijk 'Toscaans', maar de kleur geel was dat toch wel het meest. Het duurde niet lang of de gekste dingen hadden een Toscaanse interpretatie. Had iemand de wc niet doorgetrokken, dan 'lag de pot er wel heel Toscaans bij.'
Afijn, ik dwaal af. Borrelpraat was er natuurlijk ook, in alle ranzige gradaties. Wij doken vanuit ons homohoekje bovenop de wodka en hoorden tijdens dergelijke vrijdagmiddag-gelagen de heterocollega's uit. Zo kwamen we erachter dat veel mannen het opwindend vinden wanneer vrouwen 'zo'n geil bruggetje' hebben. Een bruggetje krijgt een vrouw wanneer ze in spijkerbroek zó superslank is dat de binnenkanten van haar bovenbenen elkaar niet raken. Staat zo'n vrouw met haar bruggetje voor bijvoorbeeld een raam of een beamer, dan schijnt er licht doorheen. De vagina is op die manier in wezen het bruggetje tussen het linker- en het rechterbeen. En dat vonden die mannen dus een opwindend gezicht. Vooral de eerder genoemde directeur vond het schitterend.
Nu was er in ieder geval één collega die over een dergelijk bruggetje beschikte. Ze werd dan ook met complimenten overladen wanneer ze in spijkergoed het pand betrad, wat in feite een indirecte aanmoediging was. Natuurlijk werd in haar nabijheid nooit over haar bruggetje gesproken, maar ik zag ze naar elkaar kijken als ze voorbijkwam, die mannen.
En zoals dat gaat in dit soort bedrijven, ging uiteindelijk de directeur er met het bruggetje vandoor. Voor zover ik weet heeft hij z'n bruggetje nu nog, al is moeilijk vast te stellen wat daar na ruim vijftien jaar nog van over is...
dinsdag 2 november 2010
Weg met het internet?
Volgens de VVD hebben de nieuwssites van de NOS en 'discussiesites' als Joop.nl van de Vara een 'vervuilend' effect. 'Kranten moeten proberen op internet geld te verdienen, terwijl de omroepen dat soort beperkingen niet hebben. Het is oneigenlijke concurrentie. Bovendien is er op internet geen sprake van schaarste. De activiteiten van de publieke omroepen zijn niet nodig.'
Wat een vreemd verhaal. Internet is een audiovisueel medium bij uitstek. En oneigenlijke concurrentie? Waarom niet samenwerking zoeken met kranten en andere printmedia? En waarom pakt de VVD er zoiets groots en ongrijpbaars uit als 'Het Internet'? Al eerder riep de Publieke Omroep zélf al dat het minder met commerciële omroepen zou moeten concurreren door amusementsprogramma's als Bananasplit niet langer uit zou moeten willen zenden (bij monde van omroepbaas Henk Hagoort). Waarom daar niet op gefocust, VVD? En wat te denken van al die omroepgidsen in het tijdschriftenschap, die naast het aanbieden van programmagegevens (exclusief!) ook nog allerlei verstrooiing voortbrengen? Dat zou je ook kunnen zien als oneerlijke concurrentie. Net als themazenders als Sterren.nl, die direct concurreren met Oranje TV.
Laat ze daar eerst eens naar kijken, dan naar het beknotten van de mogelijkheden op internet. Want internet is niet meer dan een nieuw doorgeefkanaal dat vele extra mogelijkheden biedt, zoals het tonen van extra interviewmateriaal in plaats van een fragment van enkele minuten, zoals het NOS Journaal nu al online doet. Dat is geen oneerlijke concurrentie, maar het delen van eigen nieuwsgaring. En ja, op kosten van de belastingbetaler. Maar die heeft er blijkbaar behoefte aan, want als geen hond op die extra reportages had geklikt, waren ze er natuurlijk allang mee gestopt bij de NOS.
Kortom: het eerste proefballonnetje zal hopelijk snel overwaaien, want dit plan raakt kant noch wal.
dinsdag 12 oktober 2010
Solliciteren
Er zijn honderden boeken, websites, onderzoeken, psychologische voorbereidingstests, do's & don'ts en weet ik wat al niet als het gaat over solliciteren. Die zijn vrijwel allemaal gericht op de sollicitant en niet op de werkgever. Eerder dit jaar heb ik volop gesolliciteerd. Uiteindelijk ben ik prima terechtgekomen, maar wat zou ik sommige van die potentiële werkgevers graag nog eens spreken. Om ze sollicitatieles te geven. Zo zat ik bij een klein adviesbureau, dat het nodig vond mijn cv vanaf het allerprilste part-time baantje tot aan mijn voorlaatste functie door te vlooien. Maar erger nog: eerst kwamen er allemaal trivialiteiten aan bod. En dat allemaal op zo'n vreselijk opgewekt toontje:
'Vertel eens, wat ben jij voor mens?'
'Ik beschik over een uitermate vlotte persoonlijkheid. Ben ruimhartig, collegiaal, weet mijn keuzes helder toe te lichten dan wel te verdedigen, ben pro-actief, hands-on en betrokken. Maar ook flexibel als het moet en informeel wanneer de situatie het toelaat. Ik denk dat de termen dynamisch en spontaan de lading ruimschoots dekken.'
Toevallig zijn in dit uiteraard fictieve antwoord alle woorden verwerkt die sollicitanten irritant vinden, maar door werkgevers het vaakst in vacatureteksten worden gebruikt. (bron: persbericht van TMG, waarin het nieuwe vacatureplatform 360inc.nl wordt aangekondigd).
Terug naar dat adviesbureau. Nadat mijn hobby's de revue waren gepasseerd (lezen, theater, concertbezoek, reizen en andere politiek correcte antwoorden als K3 playbacken of met een infrarood lichtje op bejaarde voorbijgangers schijnen) en mijn thuissituatie was besproken (waarbij ik snikkend kond deed van mijn jarenlange kinderwens, maar bij gebrek aan in-house-baarmoeder de wanhoop zó nabij ben dat ik in staat ben tot kidnap, etc. etc. etc. (ook niet echt gebeurd trouwens)), kwam dan eindelijk mijn cv aan bod.
'Ik zie dat je hier een gat hebt van drie maanden. Ik vind het erg intiem om te vragen, maar ik moet het toch doen. Je bent toch niet uit de running geweest vanwege, ehhh..., criminele activiteiten?' 'Nou', had ik moeten zeggen, 'Ik heb drie maanden in de bak gezeten omdat ik nogal een kort lontje heb als het gaat om het beantwoorden van impertinente vragen.'
En dat mens dan een keiharde hoek moeten geven.
Maar zo ben ik niet (zie alinea twee).
(Ps. toen ik de bovenstaande foto zocht kwam ik het volgende tegen:
Bullshit Job Interview Questions and Answers)
maandag 4 oktober 2010
Tandpasta- of prosecco-chips (mét bubbeleffect!)

Let op het prachtige jargon: het onderhanden nemen van vier 'concepten', die 'vernieuwd instromen' en daarmee een 'impuls geven' aan het 'toetjesschap'. In gewoon Nederlands staat hier eigenlijk: iemand heeft vier Mona-pakken leeggeschud in het koelvak, waarna de hele bende is overstroomd. Nou ja, zo had je het kúnnen lezen.
Maar er gebeuren dan ook heel rare dingen in de voedingsindustrie. Fraai zijn alle innovaties die de producenten loslaten op hun klanten. Zo is er yoghurt in knijpverpakking uitgevonden, erg handig voor als je onder de douche wilt ontbijten.
En Lays zit middenin een chipssmaakwedstrijd. Wie stemt op een van de drie smaken Babi Pangang, Patatje Joppiesaus en Mango Red Chili, maakt kans op een jaar lang gratis chips in de winnende smaak op het werk. Moet je je voorstellen: een jaar lang iedere dag babi pangang-chips! Echt, ik zou na twee dagen al over m'n nek gaan van de zoetzure chipsmeur.
Mijn suggesties zijn chips die nu eens niet zout zijn, maar met de smaak van:
- Honingdrop
- Tonijnsashimi
- Radijsjes
- Custardpudding
- Draadjesvlees (met van die vette, zoete jus)
- Cappuccino
- Tandpasta (lekker fris)
- Pistachenootjes
- Werther's Echte
- Prosecco (met bubbel-effect)
vrijdag 6 augustus 2010
Aan het werk
Eerst de reisjes: naar Ierland, Berlijn en Brussel, plus die week naar Ibiza natuurlijk.
Dan de klusjes: van een achttal interviews over en met accountants tot een verhaal over Glee of over exorbitante sterrenbruiloften (kijk maar in het tijdschriftenschap en zoek naar de laatste Grazia).
Ook leuk: de fietstochten van soms wel zestig kilometer op een dag. Van Muiden via Weesp en Abcoude weer terug naar Amsterdam. Of een tochtje Ronde Hoep, met als enige gezelschap eenden, libellen en identiek geklede bejaarde echtparen. Uitstapjes die altijd een dag later plaatsvonden dan gepland: naar de Praxis, het postkantoor of boekhandel Atheneum.
Dingen-die-altijd-al-moesten, maar nu eindelijk gelukt zijn: een archief voor de administratie, Sophie's Choice kijken (boooooring! Maar wel aangrijpend), vingervlekken die de schoonmaakster niet ziet van deuren verwijderen, et cetera.

Luieren natuurlijk. Boeken lezen op het dakterras. Tip: de nieuwe van Arthur Japin, Vaslav genaamd. Hij is nog niet uit, maar ik had een recensie-exemplaar van het verhaal over een balletdanser die er in 1919 ineens de brui aan geeft. Het is een fictief verslag van een waargebeurd incident, gezien door de ogen van zijn dienstknecht, zijn vrouw en zijn minnaar, die ieder op eigen wijze laten zien waar en hoe deze Vaslav Nijinsky precies ontspoorde. Japin kleurt het verhaal subtiel in door het van deze drie kanten te belichten. Je gaat bijna geloven dat het echt zo is gegaan, wat voor een deel ook zo is: achterin het boek staat een uitgebreide bronvermelding. Nog een tip: de boeken van David Sedaris, die overigens prima beluisterbaar zijn op de iPod - al lispelt de schrijver dat het een lieve lust is.
Minder fijn: de verveling. Wéér twee afleveringen van Who's The Boss, met de suffe verwikkelingen rond Tony en Angela. Die Angela werd gespeeld door Judith Light. Ze speelde het klaar er in de jaren tachtig oubolliger uit te zien met al haar schoudervullingen en jampotbrillen dan in Ugly Betty. Daar speelt ze de opvallend strak uitziende Claire Meade. De verveling sloeg ook toe tijdens de fietstochten. Wéér een dijk. Wéér een molen. Wéér een polder. En wéer die uniseksbejaarden op identieke fietsen.
Het allerleukst vond ik de lunches en borreldates overdag met zusjes, ex-collega's en vrienden op terrassen of in cafés in de stad, of daarbuiten. Iedere week was het wel een paar keer raak.
Nu weer aan het werk, dus. Gisteren naar het hoofdkantoor van Ajax gefietst voor een interview, op de kopse kant van de Arena. Vlak voor de ingang werd ik staande gehouden door drie toeristen die met het logo op de foto moesten. Na afloop van het gesprek fietste een jongetje me achterna: 'Heeft Ajax gewonnen?' 'Ja', zei ik. 'O, dan zijn we door! Joepie!'. Kijk, dat zijn leuke ontmoetingen voor tussendoor. Maar drie maanden lang waren dat de enige gesprekken die ik overdag voerde. En dan is het toch een stuk leuker om overdag iets zinnigs te doen, en daar ook nog geld voor te krijgen.
dinsdag 20 juli 2010
De blonde cavia
Op de redactie liep voornamelijk pas afgestudeerd jong volk rond, bijeengehouden door een flamboyante hoofdredacteur die in zijn gedrag regelmatig over de schreef ging. Zo riep hij regelmatig: 'Jongens wat heb ik zin om te neuken!' of 'Ben jij ook zo geil vandaag?'. Niemand die ervan opkeek of er ook maar iets van zei. Dat er überhaupt iets tot stand kwam was een klein wonder. Regelmatig vlogen de wc-rollen over de afdeling. Het nieuws werd tussen het bekijken van ranzige filmpjes door online gezet, maar elke dag waren alle channels weer voorzien van nieuwe content. Op een dag kregen we bordjes boven onze bureaus. Daar stond dan op: redactie ZDNet, of redactie Muziek. Boven het hoofd van de redactie-assistent kwam te hangen: 'Plakmiep'. Geintje van de hoofdredacteur.
Minder grappig was alles dat met De Directrice te maken had. De Directrice, door haar personeel de Blonde Cavia genoemd, ontbood haar staf regelmatig op haar landgoed in het Belgische Brasschaat, het liefst op zondagochtend. Ze heerste vanaf de bovenste verdieping van het pand, maar niemand kreeg haar ooit in levende lijve te zien op de werkvloer. Op een paar uitzonderingen na. De eerste keer dat ik haar trof, was op een foto. Naast de koffieautomaat hing een portret van de Blonde Cavia, waarop ze gekleed ging in een overall of soortgelijke werkkleding met verfspatten erop. In haar hand een kwast - alsof ze het World Online-pand eigenhandig en in haar eentje had opgeschilderd en ingericht. Een tweede Nina-sighting vond plaats in de kantine. Ze marcheerde langs de lange rij wachtende werknemers voor de kassa, wees haar chauffeur op hetgeen ze wilde eten en liep zonder wat te zeggen de kassière voorbij.
De derde keer dat Nina haar voetvolk tegemoet trad had ze een roodharige, ietwat mollige maar ook muizige, dame in haar kielzog. Sarah Ferguson was duidelijk geïmponeerd door de ijzeren dame. Toen ze mij op de eindredactiestoel zag zitten sprak ze tot mij. 'Where's Hans!' waren de woorden die ze persoonlijk aan mij richtte. Het antwoord ('He is in a meeting') wachtte ze niet eens af, want ze moest verder. Naar andere belangrijke mensen. De laatste keer dat wij als redactie met de Blonde Cavia te maken kregen, zat ze in Zuid-Afrika. Worldonline.nl had destijds nog een homepage die puur uit tekst en een paar advertenties bestond. Deze pagina werd opgemaakt in html en er stonden nog geen foto's op. Maar Nina was net op de foto gegaan met Nelson Mandela en dat moest de wereld weten. 'NOE!' Oftewel: nu meteen! De afdeling studio liet subiet al het werk uit de handen kletteren om ervoor te zorgen dat mevrouw en Mandela het wereldwijde web konden betreden. 'NOE!' duurde nog veel te lang, want ze bleef maar bellen dat ze nog niets zag.
Nog geen jaar later was het imperium van de Directrice ingestort. De hoofdredacteur en vele anderen - waaronder ik - waren toen allang vertrokken naar werkgevers waar niet met wc-rollen werd gesmeten. Maar mijn ex-collega's en ik moeten nog regelmatig denken aan de Blonde Cavia.




