Posts tonen met het label verloedering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verloedering. Alle posts tonen

zondag 25 november 2012

Bizarre jeugdherinneringen

Waarom kan ik me bijna niets meer herinneren van leuke verjaardagsfeestjes uit mijn jeugd, maar wel heel veel vreemde andere dingen? Gek hoe je kindergeheugen werkt als een zeef die zogenaamde hoogtepunten laat glippen en totaal onbelangrijke details in je hoofd laat rondspoken. Want waarom weet ik bijvoorbeeld nog dat ik, een jaar of negen, achter mijn vader aanliep in de Haagse Panorama Mesdag, bedelend om een smartiedrol? Juist, met een d, al ging dat per ongeluk. Dat wist ik zeker en dat weet ik nu nog, maar het lukte me keer op keer niet het woord normaal uit te spreken. Niet gek dat mijn vader mijn verzoek compleet negeerde.

Een andere herinnering gaat over het broertje van een jongen uit mijn klas, dat niet kon poepen. Er mankeerde iets aan zijn darmstelsel of in ieder geval aan de ontknoping daarvan. Zijn rectum moest daartoe worden opgerekt. Of dat operatief ging of door middel van oefeningen, vertelt mijn herinnering er niet bij. Wel dat hij meerdere keren naar het ziekenhuis moest. Mijn moeder had hem daarom een kaartje gestuurd met op de achterkant de vraag: 'Ben je nu op de helft?' Ik kreeg daar behoorlijk enge associaties bij.

Nog één in het genre kinderziektes. Een meisje op school had een groot gat in haar arm, ter hoogte van haar elleboog. Er zat zwart spul op. Nu denk ik teerzalf of iets anders, toen dacht ik dat zoiets uit je lichaam liep indien dat besmet was. De juf had namelijk gezegd dat we niet aan de wond mochten zitten vanwege infectiegevaar. Dus dachten we met z'n allen dat ze besmettelijk was. Wat gebeurde er: precies ik moest naast dat meisje zitten. Natuurlijk kwam ik met de wond in aanraking en ik wist niet hoe snel ik naar de wc moest om mijn arm af te spoelen. Ik heb zeker nog een maand mijn hele lichaam gecontroleerd op de uitstorting van enge zwarte sappen.

Nu ik het zo opschrijf zijn het herinneringen die voortkomen uit gene, walging of angst. Of ik me dan niets vrolijks kan herinneren? Jazeker wel. We speelden altijd bij een vriendje op zolder. Daarvoor moesten we over de balken lopen, de vloer zelf was half vergaan. Achterop die zolder stond een grote ijzeren kast. Daarin lag een helm. Opa's helm. Daar speelden we mee, maar ik moest zweren dat ik er nooit iets over zou zeggen. Tegen niemand. Dus dat deed ik dan ook niet. Maar hij stond best leuk, die helm, op mijn blonde, arische kinderhoofdje.

maandag 15 oktober 2012

Respect? My ass!

Donderdag, 08.15 uur. Bus 65 richting Amstelstation. Ter hoogte van de Borneolaan staat een dikke negermeid in een veel te strakke jeans met aan een touwtje een allerschattigst knulletje van een jaar of drie. Als de bus stopt voor de halte, knalt ze nog net een hubbabubba aan stukken en slobbert die omstandig haar mond weer binnen.

Geïrriteerd trekt ze het jongetje achter zich omhoog de bus in. Ze wankelt door het gangpad, haar ene hand met een mobieltje tegen het oor, de ander trekt het jongetje voort. Ze plant het kind op de lege stoel voor me en gilt in de telefoon: 'BEN IK WEER! Waar was ik ook alweer gebleven. O, ja. Me kind dus. Loopt zomaar de straat op dus heb ik hem een riempje omgedaan. Een commentááár joh! Niet normaal. Waar bemoeit iedereen zich mee. Laat iedereen ze bek houden. Suuuuuhng!'

Al die tijd blokkeerden zij en haar kont het gangpad. Een ouder echtpaar - het vrouwtje een soort oldie-Gerda Havertong, haar man een lichte bochel - probeert zich staande te houden terwijl ze wachten tot de dikbil haar gesprek heeft afgerond. Dat wachten gaat gepaard met veel ge-tssk. Dan is mevrouw het zat. Ze prikt de meid in haar schouder en gilt: 'Zou je niet eens aan de kant gaan? Toon een beetje respect, ja?'

Dan gebeurt het. In slow motion draait de bil zich om en roept iets te nadrukkelijk in haar telefoon: 'Wacht even!' Intussen wurmt het bejaarde echtpaar zich door de draai ontstane opening en mompelt opnieuw iets over respect. 'Weet je hoeveel respect ik voor jullie heb?', gilt nu de dikbil door de bus. 'GEEN MOER! Ik moet hier mijn kind in bedwang houden en ik ben aan het bellen ja? Dat zie je toch? Je kan toch gewoon wachten tot ik je er langs laat? RESPECT? My ASS! En nou je bek houden.'

De mini-Gerda zegt nog dat 'ze wel weet uit wat voor nest jij komt' en pruttelt drie haltes later dat ze 'er alleen maar even langs wilde'. Al die tijd speelde het jongetje handjeklap met een medepassagier.

Hij zal het inmiddels wel gewend zijn, zo'n moeder.

dinsdag 1 mei 2012

Stekelbaarsjes

Het grillseizoen ging afgelopen donderdag van start met een wel heel opmerkelijk gastoptreden. We zaten met wat mensen op de stoep bij café Koosje, wat bij twaalf graden al prima te doen is dankzij de terrasverwarmers. Grillen, zoals wij zitten onder het hittekanon noemen, is al een tijdje vaste prik. Zodra het weer het toelaat en iedereen tijd heeft, doen we ons tegoed aan vaasjes, vlammetjes en wat er aan gespuis voorbij wandelt.

Donderdag was het meteen raak. Het terras was verder uitgestorven, maar dat belette een bejaard stel niet om pal naast ons neer te strijken. Nou ja, strijken... neer te storten. We zagen ze in de verte al aan komen wankelen, een man die bij nadere bestudering niet ouder kon zijn geweest dan 55 (en dan toch bejaard lijken) met aan zijn arm een soort Willeke van Ammelrooy, maar dan vunzig. En laddertjezat.

De Willeke droeg een lang zwart gewaad van waaronder ze wijd gebarend begon te oreren. Wat ze zei weet nog steeds niemand, want er kwam alleen onsamenhangend geraaskal uit. Toen ze eenmaal zat, kreeg ze ons groepje in de gaten. We waren inmiddels uitgedund tot een trio, maar waarschijnlijk zag Willeke dubbel: 'Wie zijn jullie allemaal!', riep ze. 'Waar gaat het over!' Toevallig waren we net de beginselen van een yell aan het oefenen, die ze met rollende tong probeerde te herhalen.

Aangezien ik naast haar zat, was ik het eerst de klos. 'Hee, ben je homo of zo. Waarom kijk je me niet aan?' Haar negeren werd pas echt lastig toen ze hoog hinnikend in mijn oor begon te gillen. Het bleek Willekes 'signature lach' te zijn, die ze later losliet op mijn tafelgenoten.

Ze werd een beetje kribbig toen we haar bleven negeren. Ze voegde R. toe: 'Wat ben jij een klein mannetje. Als ik wil kan ik je zó omrollen! HAHAHAHAHAHA!' Al die tijd had haar partner in crime maar weinig gezegd. Toen de Willeke voor drie kwartier naar het toilet verdween kwam hij pas een beetje los. 'Jongens, doen jullie die yell nog eens? Dan kan ik ook een beetje lachen.'

Toen hij de vrouw uit de wc had gevist, was ons gezelschap weer uitgebreid tot vier. Ze deed een poging tot een dansje en riep: 'Heee! Moet je kijken! Een stekelbaarsje!' De vrouw wees naar het baardje van T., en begon opnieuw keihard te lachen. 'HAHAHAHA! Het zijn bijna allemaal stekelbaarsjes!' De Willeke blééf er bijna in.

Pas toen ze om seks begon te bedelen (R., achteraf: 'Ik zou d'r wel doen.') werd haar man het zat. Ze stonden op en waggelden weg. 'Nou, dan doe ik het wel gewoon weer met hem! HAHAHAHAHA!'

dinsdag 17 januari 2012

Zweedse meisjes, het vervolg: Sita het Hongaarse meisje

Lees eerst het vorige verhaal over de Zweedse meisjes. Dit is dus het vervolg.

Aangezien het mentorvader- en -moederschap ons goed was bevallen, bedachten Nina Rosa en ik ons geen moment toen zich in het nieuwe studiejaar wederom een mentormeisje aandiende. Deze keer had het lot bepaald dat we een Hongaarse studente ter opvang kregen, Sita genaamd.

Sita was een donkerharige schone met ravissant zwart haar. Als ze lachte tenminste. De eerste vijf minuten deed ze dat nog volop, al was ze na een week nog steeds vermoeid van de uitputtende reis die haar van een Hongaars bergdorpje naar Utrecht had geleid. We maakten kennis met een kopje thee en om het ijs te breken stelden we haar nieuwsgierig de ene vraag na de andere. Sita vroeg niets terug. Na een minuut of tien was ze het eenzijdige verhoor zat en ze zei: 'Dat hoeven jullie allemaal niet te weten.'

Een paar dagen later informeerden we voorzichtig bij het Buitenlandsestudentenhuis op het Janskerkhof hoe het Sita beviel, hier in Nederland. Ze had al die dagen binnen gezeten, ook al hadden we haar gewezen waar het postkantoor was. We waren op dat moment nog vast voornemens haar de Afsluitdijk te laten zien en een oer-Hollandse maaltijd voor haar te koken. Toen nog wel.

Gedurende een periode van drie maanden hebben we om de zoveel dagen geprobeerd contact te leggen met Sita. Vaak schold ze mopperend in de telefoon wat voor koud kutland Nederland was. En dat iedereen vervelend tegen haar deed. En waarom hier geen goulashsoep in ruime hoeveelheden voorhanden was. Waarom ik stiekem naar haar vriendje had gegluurd toen hij een paar dagen over was uit Hongarije (wat overigens niet zo was, de jongen had de uitstraling van een hork met z'n platvissengezicht). Waarom iedereen hier Nederlands sprak. Waarom haar huisgenoten zo vervelend waren. En zo ging het vaak nog even door.

Het lachen was Sita totaal vergaan. Het schone was er dus wel vanaf. En dat ravissant zwarte haar hing inmiddels in vette slierten om haar hoofd. Zo verwaterde het contact, dat op het eind tot een onverwachte climax kwam. Sita had namelijk besloten ons te trakteren op een afscheidsetentje! Dat ze wegging moest inderdaad groots gevierd worden.

We belden aan. Een buitenlandse student (een hele leuke, aardige, Jessica en Jenny-achtige) deed open en stuurde ons door naar Sita's kamer. Daar lag ze, languit op de grond met het gezicht naar de vloer. Bezorgd vroegen we of het wel goed met haar ging. Sita deelde haar kamer met een Amerikaanse Kimberley. Zo'n doorsnee Natalee Holloway-kloon die haar helft van de kamer had behangen met roze schilderijlijstjes vol vriendinnenfoto's. 'Zo lig ik hier altijd', zei Sita. 'Dan hoef ik die stomme blije foto's van Kimberley of hoe ze ook heet niet te zien.'

Zwaar geïrriteerd ging Sita ons voor naar de keuken. Ze viste een vieze pan uit de gootsteen en hield deze voor de vorm onder een lauwe waterstraal. Daarna mikte ze de pan voor de helft vol met macaroni, gooide er wat blokken kaas en bevroren spinazie door en zette hem op het vuur. Na een kwartier was het 'eten' 'klaar'. Na een half uur stonden we weer buiten, nadat we Sita omstandig hadden bedankt voor de feestelijke maaltijd. Voor de vorm telefoonnummers uitwisselen konden we niet meer opbrengen.

En zo eindigde het o-zo vrolijke mentorverhaal in een debâcle. Aan een nieuwe lichting studenten zijn we dan ook nooit begonnen.

Homotherapie

De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelt een onderzoek in naar een organisatie die therapie zou aanbieden waarin homo’s leren hun ‘zondige’ geaardheid te onderdrukken.

Ja ja. Het staat er echt. Als tegenwicht daarvoor bied ik mijn diensten aan: mensen die zich als hetero onderdrukt voelen kunnen hier juist homo worden. Let wel: het gaat niet alleen om uiterlijk vertoon. We gaan je complete geaardheid veranderen. Als Tot Heil Des Volks het kan, kunnen wij het zeker!

Het pakket bestaat uit een cursus 'Leer Voguen als Madonna', een proseccoproeverij en het perfect stylen van een Ken-Barbiepop. Voor het serieuze datingwerk krijgen kandidaten een account op Gaydar, Grindr en Gayromeo en op de eerste date via een oortje opdrachten ingefluisterd: 'NU over Lady Gaga beginnen!' 'Zeg tegen je date dat z'n haar op dat van dingetje van Glee lijkt' (verzin hier een acteur naar keuze).

Voor de liefhebber zijn er niet-verplichte cursussen als 'Iedereen kan zingen als Cher-met-autotune' en 'Metamorfoos jezelf als Liza Minnelli.' Sowieso doen we veel aan drag, want in iedere homo schuilt immers een diva?

Uiteraard kan de cursist zich overal voor verzekeren. Meer algemene zaken als 'leren lopen als een homo' (zo hetero mogelijk maar wél op Prada-hakken) en 'leren eten als een homo' (cock) worden standaard vergoed door het basispakket. Ook alle gebruikelijke grooming maakt daar deel van uit: de spray tan, de body hair trimmer en de anusbleekset.

In de aanvullende verzekeringspakketten zitten de minder gebruikelijke gaygerelateerde zaken als kaartjes voor de Toppers (vanzelfsprekend krijgen alle aantoonbaar homoseksuele mannen korting), kniebeschermers voor op de parkeerplaats, de cursusfilms Philadelphia/The Wizard of Oz/Abba in Australië/A Single Man, Crisco, een basisabonnement op XTube en het kookboek 'Natural Harvest'. En vergeet ook het Gay Pride-pakket niet, met een leren veterslip, een supersoaker en een verenboa.

Ik moet nog even een marketingconcept schrijven en een businessplan, maar aanmelden is nu al mogelijk via @jbartelds op Twitter.

woensdag 2 november 2011

Beschaving anno 2011

Restaurant Zushi, woensdagavond, een uur of half acht. We zitten aan de ronde bar, met voor ons een lopende band waarop schoteltjes met allerhande sushi voorbij slakkegangen. De barkrukken staan vrij dicht naast elkaar, waardoor lichamelijk contact met een onbekende buurman of -vrouw onvermijdelijk is. Gelukkig zijn de meeste mensen zo beleefd zich te verontschuldigen als ze op de een of andere manier even wat meer ruimte nodig hebben.

Zo niet de 'dame' links naast mij. We noemen haar voor het gemak maar even Mevrouw de Cultuurrelativist. Ze had me al vernietigend aangekeken voordat ik plaatsneem op de lege kruk naast haar. Haar stapel lege schoteltjes staat pontificaal voor mijn neus. Een serveerster zet deze subtiel een eindje naar links, maar met een ferm handgebaar schuitft de Cultuurrelativist ze weer terug in de oude positie.

Luid tetterend zet ze haar gesprek voort. 'Wat een heeeeeerlijk eten hebben ze hier. Ik ga zo DIE daar nemen!' Om haar woorden kracht bij te zetten duwt ze haar arm bijkans in mijn gezicht en priemt met haar vinger naar een schoteltje met gyoza's. 'Echt, moet je zien hoeveel bordjes ik al op heb', giert ze naar haar gezelschap, rammelend met het de stapel schoteltjes voor mijn neus.

Ik kijk naar links. Voor de Cultuurrelativist ligt een telefoon met daarop een sticker. 'De Mars der Beschaving' staat erop. Even word ik afgeleid door twee latina's die de trap bij de ingang opkomen en plaatsnemen aan de bar tegenover ons. Mevrouw naast mij roept iets te luid: 'Zou dat nepbont zijn? Dat is toch geen echt bont hè? En als het nepbont is, dan nóg! Dat trek je toch niet aan? Het idee alleen al dat je de suggestie wekt dat je in doodgeknuppelde dieren rondloopt!'

De meisjes doen alsof ze niks horen. De Cultuurvrouw richt haar pijlen daarom maar weer op haar soortgenootjes. 'Moet je ons toch eens zien zitten! Terwijl heel Europa in puin ligt zitten wij hier lekker sushi te eten. In Griekenland kan dat straks niet meer hoor! En in Nederland misschien ook niet. Geniet er nou maar lekker van. Hier, ik heb steeds de duurste schoteltjes genomen. Hahaha, wat nou, crisis!'

De Cultuurrelativist staat op. 'Jij betaalt, toch?', roept ze naar de man naast haar. 'Ik moet weg.' Bij het opstaan had ze me al ruw in m'n zij gepord met haar elleboog. Nu slaat ze haar jas tegen me aan, waarbij mijn schoteltjes bijna van de bar lazeren. Daarop trekt ze zonder iets te zeggen haar tas onder de bar vandaan. Mijn kruk wankelt, maar ik blijf overeind. Na een luidkeels 'DOE-DOEI' verdwijnt mevrouw de Cultuurrelativist uit beeld.

Beschaving? Laat me niet lachen...

maandag 24 oktober 2011

Het mysterie van de makelaarsjongen

Aan de Weteringschans is een kantoortje gehuisvest waar om de zoveel tijd een nieuw bedrijf in trekt. Jaren geleden zat er een low budget telecomaanbieder die reclame maakte met een foto van Beau van Erven Dorens. Een naaktfoto wel te verstaan. De presentator droeg slechts een paar cowboylaarzen en een witte slip. Deze foto hing meer dan levensgroot tegen de oranjerood geverfde achterwand van het kantoortje. Ongeveer een jaar lang hebben de medewerkers van het betreffende bedrijf - Scarlet, blijkt na enig gegoogle - naar het blote lijf van Beau moeten kijken en moeten wennen aan een oranje werkomgeving. Wat doet zoiets met je, vraag ik me dan af.

Na Scarlet was het een komen en gaan van nieuwe hopefulls. Sinds enige tijd is het kantoor compleet gestript. Er staat alleen een glazen bureau in de ordentelijk witgeschilderde ruimte met daarop een laptop. Er zit tegenwoordig een makelaar. En die zit er echt. Letterlijk. Altijd. Het is een jonge vent nog, met een keurig overhemd aan en een nette pantalon. Zijn krullende haar is wat langer in de nek. Je ziet 'm in wezen zo wegrijden op z'n hippe makelaars-Vespa. Maar dat doet ie dus niet. Hij hangt daar maar voorover, languit over zijn bureau. Z'n ogen prikken bijna in het beeldscherm van de laptop, terwijl z'n benen op onnatuurlijke wijze om de poot van de bureaustoel zitten verstrengeld.

Wat zou hij daar de hele dag doen? Funda F5'en om te zien hoeveel potentiële klanten op zijn huisjes hebben geklikt? Spelletjes? In zijn houding wijst niets erop dat ie aan action games doet en voor patience lijkt ie me nog te jong. Twitteren? Facebooken? Als ik de hele dag alleen op een kantoortje zou zitten, had ik ook behoefte aan contact. Twitteren en FB'en is dus vrij logisch. Zou hij overigens wel eten, overdag? En drinken? En hoe pakt hij dat dan? Ik heb hem in ieder geval nog nooit iets zien doen behalve voorover in z'n laptop hangen.

Het is dus een groot mysterie wat hij de hele dag doet, en nu wil ik het weten ook. Misschien moet ik maar eens op zoek naar een nieuw huis, zogenaamd. Zal ik een afspraak maken?

maandag 22 augustus 2011

Rare werkpraatjes

In elke werkomgeving wordt geroddeld. Flink geroddeld ook. Vaak gaat dat er heel omzichtig aan toe, soms zelfs op fluisterniveau. Ook erg: collega’s die samenspannen tegen een bepaalde persoon en daar al hun ergernissen op projecteren (‘jee, gaat ze nu alweer naar de wc? Zou ze stiekem aan de coke zitten?’). Maar het ergst én het grappigst zijn de einzelgängers die doodleuk hun gang gaan en alles eruit kramen wat ze voor de bek komt.

Een paar banen geleden werkte ik voor een vakblad op het gebied van reclame. Behalve een collectieve hekel aan de baas (een narcist pur sang met een bord voor d’r kop, dat het elke dag om vier uur op een wijnzuipen zette) hadden de collega’s erg weinig met elkaar gemeen. Zo kon het gebeuren dat de ene helft van de sales-afdeling bij ons op de redactie over de andere helft kwam roddelen. Er werkte bijvoorbeeld een zeer grote, omvangrijke vrouw, die dagelijks over de tong ging bij haar collega die we voor de vorm maar even Yoghurt noemen (dat was immers zijn bijnaam). Yoghurt sloeg altijd toe op momenten dat het net niet uitkwam. Zat de meerderheid van de redactie aan de telefoon, dan bedacht hij dat hij bij jou op de hoek van je bureau moest komen zitten. ‘Heb je Gemma (bijna haar echte naam) gezien?’, begon hij dan. ‘Gemma zit nú al weer te vreten.’ Vervolgens keek hij je samenzweerderig aan en fluisterde: ‘Een heel pak aardbeienyoghurt. Daar schudt ze dan van die pure chocoladevlokken over uit. En dat slobbert ze dan achter elkaar naar binnen.’ Gemma was verder best aardig, al noemde ze haar homocollega’s steevast zaadvreters en van haar is de uitdrukking ‘Hare Narigheid’ afkomstig, een titel die we voor de bazin reserveerden. Maar dat vreten, dat ging op een gegeven moment iedereen tegenstaan.

Overigens was Hare Narigheid al even schaamteloos. Als ze zichzelf niet liep op te hemelen (‘Overal waar ik binnenkom beginnen mensen te stralen. Ik ben een bron van pure inspiratie.’), liep ze anderen af te kraken. Werknemers werden plotseling op non-actief gezet omdat ze haar hadden geïntimideerd dan wel met een mes in haar tuin hadden gestaan. Of omdat ze er mee in bed had gelegen, volgens het roddelcircuit. Eén persoon, iemand die de redactie moest coachen nota bene, bleef weg omdat ze volgens Hare Narigheid ‘geestelijk en lichamelijk volledig was uitgewoond.’ En zo had ze over iedereen wel wat.

Weer een paar banen daarvoor werkte ik bij een grote internetprovider. Met name in de studio heerste bij vlagen complete anarchie. Op vrijdag kwam een cokebusje allerlei lekkers bezorgen, terwijl collega’s wodka en ander sterk spul haalden bij de Gall & Gall. Twee vrouwelijke collega’s, die de dag doorkwamen op een groentensapdieet en een enkele tictac, gingen er geregeld lam lallend aan onderdoor. Maar op maandag werden ze bij de koffieautomaat weer even vriendelijk bejegend door collega L., die met z’n onschuldigste ogen doodleuk aan zo iemand kon vragen: ‘Sta je lekker kutscheetjes te laten?’ L. was nogal een ongeleid projectiel. Hij verscheen soms dagen niet op kantoor, kwam dan terug met spierwit haar, om er nog voor het einde van de dag allemaal zwarte anarchistentekens in te kliederen. Het ging pas echt mis toen collega R. bij hem introk. Die zat vanaf dat moment knikkebollend in z’n bureaustoel. Het schijnt dat hij tijdens een personeelsuitje nog eens door de HR-mevrouw uit een volgekotste plantenbak is gevist. Afijn, L. dus. Die de grofste opmerkingen naar de hoofden van brave, duurbetaalde consultants slingerde. Waar L. was, daar gebeurde wat. Stond hij geen tram te moonen, dan vloog er wel een prullenbak in de fik. Uiteindelijk is L. gewoon maar helemaal niet meer komen opdagen en tot op heden ontbreekt ieder virtueel spoor van hem. Naar het schijnt is hij tegenwoordig keurig getrouwd en heeft ie een paar (nu nog) lieve kinders.

Zo heb ik nog veel meer voorbeelden van bizarre gesprekken, vreemde collega’s, idiote practical jokes, inside information en stiekeme lift-affairettes die ik met liefde voor jullie neer pen. Maar voorlopig lijkt me dit wel even genoeg…

zondag 24 juli 2011

Amy

Eigenlijk had ik een blog willen schrijven over hoe belachelijk ik Shakira vind… Met haar onmogelijke dance moves en bizarre songteksten vermaakt ze me al jaren en ik hoop dat ze dat nog jaren blijft doen. Net zoals ik had gehoopt dat Amy Winehouse het nog jaren zou volhouden. Dus daarom nu een blog over Amy. Die van Shakira houden jullie tegoed.

Bij elke keer dat Wino weer eens dramatisch in het nieuws verscheen, dacht ik: die krabbelt er wel weer bovenop. De dag bijvoorbeeld dat ze met haar toenmalige echtgenoot Blááááke (zo gilde ze zijn naam tijdens concerten) op bebloede balletschoentjes de straten van Camden afschuimde, beiden duidelijk gewond in het gezicht. Amy miste een tand en haar armen zaten vol krassen. Een maand of wat later zat Blake in de bak en nodigde Amy voorbijgangers uit in haar appartement. De Rolling Stone tekende het verhaal op van een zogenaamde fan, die een aantal dagen en nachten doorbracht in Amy’s ‘drugs den’. Tenminste, zo herinnerde ik het me. Het verhaal dat ik bedoel is hier te lezen.

Het was 2006 of 2007. In die tijd ging er geen week voorbij of de tabloids en gossipsites schreven over het verval van Amy Winehouse, Britney Spears en Whitney Houston. Vooral over Brit deden de wildste verhalen de ronde. Zo zou haar manager de zangeres stelselmatig drogeren met zware pijnstillers. Ze zou zichzelf totaal verwaarlozen, haar twee kinderen mishandelen, het bed induiken met paparazzi en ’s nachts de gekste toeren uithalen. Haar dagelijkse uitstapjes naar Starbucks werden op de voet gevolgd door hordes fotografen. Vanaf de dag dat ze haar hoofd kaalschoor was het alsof Britney vogelvrij werd verklaard. Een incident waarbij ze een auto met een paraplu te lijf ging werd breed uitgemeten. Pas na een interventie van haar familie kwam ze tot rust, achter de gesloten deuren van een psychiatrische instelling. Maar ook daar lekten een aantal bizarre foto’s uit, waarop Britney topless was te zien. Op haar hoofd een raar roze pruikje.

Brit is langzaam weer opgekrabbeld en nu lijkt het beter met haar te gaan. Maar het blijft een ordinair stuk trailer trash dat bij tijd en wijle in haar oude gewoontes lijkt te vervallen. Hoe anders is het gegaan met Whitney Houston. Ooit begon ze haar carrière als een vroom, ietwat onnozel gospelzangeresje dat geen idee had van wat er in de wereld om haar heen gebeurde. Bekijk het volgende fragment maar eens, waarin een ladderzatte Serge Gainsbourg zijn handen niet van haar af kan houden en roept ‘I want to fack her.’


Serge Gainsbourg vs. Whitney Houston

Afijn, Whitney bleef jarenlang braaf, totdat ze zanger Bobby Brown ontmoette. Aanvankelijk kreeg ze er wat street credibility door, met als hoogtepunt het album ‘My Love is Your Love’ uit 1998. Daarna ging het bergafwaarts met Whitney. Ze werd betrapt met diverse soorten drugs, ging gekleed in pyjama in het holst van de nacht peuken halen bij een tankstation en werd bij de Grammy’s verwijderd omdat ze onsamenhangende wartaal uitsloeg. Het verval van Whitney werd genadeloos vastgelegd in de reallifesoap rond haar echtgenoot, Being Bobby Brown. Hierin zien we twee trainwrecks die het erg fijn hebben samen, maar al snel is duidelijk dat er iets niet helemaal klopt. Vlak daarna komt een tante met een serie foto’s op de proppen waarop Whitney’s crack-parafernalia zijn te zien. Een interview met Diane Sawyer waarin Whitney beweert dat ‘crack is whack’, doet weinig goeds voor haar imago. Een comebackalbum flopte en tijdens de bijbehorende toernee werd Whitney uitgejouwd omdat ze haar stem meer kwijt dan rijk was.

Beide dames lijken inmiddels weer wat controle over hun levens te hebben. Dat dachten sommigen ook van Amy Winehouse. Ze zag er minder verrot uit, had zelfs wat kleur op de wangen. In juni deed ze weer eens een wankele poging tot optreden, waarvan ik de beelden jullie hier zal besparen. Want wat was het een aanfluiting… Geruchten gingen dat Amy bezig was met een nieuw album, en dat ze langzaam uit het drugsdal klauterde waarin ze de afgelopen jaren was neergekletterd. Maar Amy bleek geen negen levens te hebben, zo merkten we zaterdagavond. Hoe ze precies aan haar einde is gekomen weet nog niemand. Maar dat er drank en drugs in het spel waren is denk ik wel duidelijk. Toch denk ik dat het min of meer ‘per ongeluk’ is gegaan. Dat ze nog één keer compleet los wilde gaan, wat haar fataal is geworden. Of het was gewoon een notoire junk die zover was afgetakeld dat ze aan haar longemfyseem is bezweken. Who knows. Het is in ieder geval een ontzettende waste of talent. Met de komst van Amy Winehouse lag de lat voor zangeressen een stuk hoger. Zonder Amy geen Adele of Duffy. Ze gaf samen met Mark Ronson de popmuziek een nieuwe impuls met de retrosoulsound op haar tweede album, Back to Black. Ooit riep ik dit album uit tot een van de beste van de jaren 00, en dat vind ik nog steeds.

Zo begon het. Een bratty zangeresje dat zingt over Fuck Me Pumps.


Drag-dwerg La pequena brengt een bizar eerbetoon aan Rehab, de track waarmee Amy wereldwijd doorbrak.


Those were the days: samen met Pete Doherty aan de crack, met een nestje babymuizen. De ultieme ‘don’t try this at home’-video?


Het ultieme hoogtepunt uit Amy’s korte carrière: You Know I’m No Good.

maandag 16 mei 2011

Moeder botoxt haar 8-jarige dochtertje

Een ontzettend trieste video zag ik gisteren. Een moeder injecteert het gezicht van haar achtjarige dochtertje met botox zodat ze er langer 'mooi' en jong blijft uitzien:



Inmiddels is er een update. Beter dan Michael K. van mij favoriete blog Dlisted.com kan ik het niet verwoorden, dus voor deze ene keer even copy/paste.
"Botox Mom loses custody of the 8-year-old daughter she tried to de-wrinkle. This is just some sad shit however you look at it. Young Brittany is without her mom, is in the custody of Human Services and can't even move her face to show how sad she is. :("



...

maandag 11 april 2011

Hoe het eten van een hotdog had kunnen uitlopen op wilde seks

Gisteren zat ik te eten bij Toko MC. Waarschijnlijk kwam het door het lekkere weer, maar menig terraszitter had 'm om 18.30 uur al aardig zitten. Maar wat er toen binnenkwam aan lallend volk was moeilijk te geloven. Een rood aangelopen kerel met drankwallen tot op z'n knieën en een vrouw die niet meer recht uit haar ogen kon kijken, laat staan lopen. De man vertrok vrij snel naar buiten, waarna de vrouw een oudere man aan een andere tafel begon lastig te vallen. Eerst probeerde ze haar tong in de mond van de man te proppen en toen dat niet lukte duwde ze haar hoofd in zijn kruis. Niet lang daarna smeerde ook deze man 'm naar buiten. De vrouw tolde door de ruimte, sloeg dubbel tegen de bar en landde uiteindelijk op een bank, waarna ze in slaap dreigde te vallen. Toen het personeel haar naar een taxi begeleidde, keerde de rust weder.

Deze situatie deed me denken aan een incident van enkele jaren geleden. Ik was wezen stappen in Utrecht en kwam met de nachttrein aan in Amsterdam. Nu is het CS 's nachts hermetisch afgesloten, op één uitgang na. Hier staat - heel strategisch - pontificaal een hotdogkraam die inspeelt op de broodnodige behoefte van de nachtelijke reizigers. Zo stond ik dus een broodje hotdog te nuttigen, toen er naast mij een vrouw opdook.

'Hoe kom je daaraan?', vroeg de vrouw, die ik zo'n 55 jaar schatte. Ze droeg een sexy bedoelde outfit met veel soorten dierenprint. Het platinablonde, kapotgepermanente haar had uitgroei. De lipstick was in de lijntjes rond haar mond gelopen en ook haar oogmake-up hing uit het lood. 'Kijk eens naast je?', zei ik tegen de vrouw, terwijl ik naar de hotdogkraam knikte. 'O, maar dat ken ik niet betalen hoor'. Ik bood haar mijn laatste stuk hotdog aan, dat ze gretig uit mijn handen trok. 'Waar zijn we hier ergens?', vroeg de vrouw. 'Bij het Centraal Station, waar moet je heen?' 'Naar Noord. Met de pont.' Nu stond mijn fiets toevallig aan de achterkant van het station, dus ik zei: 'Kom, geef me een arm, dan loop ik met je mee. Ik moet ook die kant op.'

Zo slingerden we samen onder het spoor door, waar ze me prompt stilhield. 'Wat ben jij eigenlijk lief!' Ja ja, kom, loop door, sputterde ik. 'Nee echt, kom hier.' Haar hand gleed richting mijn kruis en de hotdogrestjes op haar gezicht zaten ineens op dat van mij. 'Je mag wel bij mij blijven slapen hoor. Je bent liehiehief!', lalde de vrouw in mijn oor. 'Sorry, ik ben homo. Aan mij heb je dus sowieso niks vanavond.' Oké, misschien een slap excuus om me achter te verschuilen. Ze nam er dan ook geen genoegen mee. 'Geeft niks, ik bekeer je wel!', en ze duwde zich tegen me aan. Ik pakte haar weer stevig bij de arm en we marcheerden verder. 'Mooi niet. Jij gaat naar jouw huis en ik ga naar mijn huis.'

Terwijl de vrouw al dreinend achter me aan slenterde, kwam het platform met de pontjes in zicht. 'Kijk, daar is het. Mijn fiets staat hier. Succes verder hè?' 'Hé, niet weggaan! Ah toe!' 'Jawel. Niet in het water vallen hè?' Terwijl ik die laatste woorden uitsprak dacht ik: als ik haar maar niet op ideeën breng. Nadat ik m'n fiets had losgekoppeld ging ik toch maar even kijken. Er zaten drie dronken meiden op een rij en verder stond er alleen de tas van de vrouw. Het zou toch niet... Ik vroeg of ze een blonde vrouw hadden gezien. 'O, dat oude wijf. Die is even pissen. Wij letten op haar tas.'

In de verte hoorde ik haar gillen: 'Is dat die leuke jongen weer? Vraag hem zijn telefoonnummer! Ik móet met hem bellen!' Het nummer dat ik heb gegeven klopte, op een haar na.

dinsdag 15 maart 2011

Als god innerlijk belangrijk vond, dan had hij ons wel binnenstebuiten geschapen

Echte schoonheid zit van binnen, zegt men. Onzin natuurlijk. Het gezegde luidt niet voor niets: 'Als god innerlijk belangrijk vond, dan had hij ons wel binnenstebuiten geschapen.' Of je het leuk vindt of niet: in eerste instantie gaat het altijd om de buitenkant. Al-tijd. Om een bekende oneliner van Marijke Helwegen te citeren: 'You'll never get a second chance to make a first impression.' Of dat in haar geval een aanbeveling is? Ik denk van niet. Maar wat ze duidelijk probeert te maken: het uiterlijk is het eerste dat je van iemand ziet.

En daarom is iedereen onzeker over zijn eigen uiterlijk. Ook de mensen die zeggen van niet. Ik weet zeker dat er mensen zijn die zichzelf ongelofelijk knap vinden en ongegeneerd op zichzelf geilen als ze in de spiegel kijken. Maar ook die mensen worden ouder en vrezen de eerste rimpels en verzakkingen. Gelukkig valt er een hoop te verdoezelen met kleding en eventueel make-up. Maar soms gaat het ook gruwelijk mis. En daar moet ik dan weer erg om lachen, hoe gemeen dat soms ook is.

Even met de billen bloot. Toen ik tijdens mijn middelbareschooltijd m'n mat had laten permanenten, tekenden mijn klasgenootjes een raket op het schoolbord met een afropruik erboven. Die raket was mijn neus. Nu had ik mezelf nog nooit en profiel bekeken (wie doet dat nou op z'n veertiende? Trouwens, je kunt je ook afvragen: wie permanent er nou zijn mat op z'n veertiende? Of: waarom hééft iemand überhaupt een mat?) maar bij thuiskomst ging ik aan de slag met twee spiegels. En verdomd. Ik had een veel te grote neus. Later bleek die neus juist een asset te zijn (achter mij in de Albert Heijn, drie gniffelende Duitse meisjes: 'An der Nase eines Mannes...', ja ja), maar ik was voor het leven getekend.

Ik besloot toen dat mijn gebrek voldoende reden gaf om andere mensen te mogen uitlachen vanwege hun onvolkomenheden. En dan niet iemand die kaal is, te dik of gewoon gehandicapt, maar mensen die er alles aan doen hun gebreken te maskeren. En dat dat dan nét niet lukt! Zo kende ik een jongen die licht gaf in de discotheek omdat ie z'n acnéputten dichtkitte met pasta en er daarna een laag pancake overheen poederde. Of een meisje dat er sexy probeerde uit te zien in een gaatjespanty, maar als ze ging zitten leek ze net een rollade. Een dame in een kanten doorkijkgeval, maar wél met een huidkleurige bh eronder. Je zag de mannen uren naar haar tepels zoeken.

Dat zijn de uitzonderingen, maar ook in het gewone straatbeeld valt er genoeg te beleven. Je hebt van die types die hardnekkig aan alle modes willen meedoen. Kleine, korte meisjes die er op hun veel te grote, dikke uggs uitzien alsof ze in een poel drijfzand zijn weggezakt. Eigenlijk iedereen in een te krappe skinnyjeans: zo'n ding doet niets voor je figuur: ben je te dik, dan puil je eruit. Ben je te dun, dan zien je benen eruit als twijgjes. De huidige uilenbrillenmode. Die grote, ronde jarentachtigglazen zorgen voor het verkeerde nerd-effect: niet intelligent, maar onnozel. Puberjongens met een vlassig sikje dat heel stoer uit hun kin piept, maar waar je dwars doorheen kijkt. Of bij volwassenen: die pratende kut haalt Frans Duits ook niet bepaald op.

Vaak vraag ik me af: waarom dóe je dat nou! Een beeldschone vrouw met prachtig lang haar, die het gitzwart verft en er een te korte pony in knipt: weg beauty. Die vettige jongens van The Difference uit X-Factor: ze eten óf elke dag patat, óf ze zijn veganistisch. Die wil je toch gewoon een keer een gezonde maaltijd voorzetten? Kom op! Even uitknijpen die puisten, was je haar eens en trek iets aan dat niet vaal en vormloos is. Zo'n Ben Saunders, die geen maat kan houden met tattoos en ijzerwerk. Nu is het leuk, maar over dertig jaar ziet hij eruit als een verlopen Monet-schilderij dat is opgehangen met roestige spijkers.

Het is gewoon een kwestie van een beetje je best doen. Zorg ervoor dat je lichaam een beetje in vorm is, dat scheelt vaak al de helft. Ga voor de verandering eens naar een goede kapper in plaats van een goedkope. Koop kleren die bij je passen en niet omdat ze toevallig mode zijn. Doe vooral geen dingen 'omdat dat nou eenmaal makkelijk is'. Draai dat om: trek iets leuks aan en zorg dat je je dáár comfortabel in voelt!

zaterdag 12 februari 2011

Smetteloze Ton en smerige Bas

Voor ik mijn huidige vriend leerde kennen, had ik een serie kortstondige affaires. Stuk voor stuk hele leuke kerels natuurlijk. Maar sommigen hadden iets vreemds. Een tic, of gewoon iets heel bizars. Kort na elkaar leerde ik twee types kennen die in alles elkaars tegenpool waren.

We beginnen met Ton. Dat is niet zijn echte naam, maar wel bijna. Ton was docent op een basisschool en zo zag hij er ook uit. Zijn dagelijkse kledij bestond uit keurige schoenen en een frisgewassen trui. Zijn al even frisgewassen hoofd had dat guitige waar verder alleen Jochem van Gelder mee wegkomt. Z'n knalblauwe kijkers stonden al even fris in dat vrolijke hoofd.

Ton woonde in een soort tandartsenpraktijk. Alles was er van roestvrij staal, behalve de strakleren bank en de lichtgroene linoleum vloer die door z'n hele huis lag. Dat laatste was beslist niet fijn als je met je blote voeten uit bed stapte, maar dat gebeurde dan ook nooit. Ton vond het namelijk vies dat er overal zweetvoetafdrukken op het linoleum zouden komen, dus aan mij het verzoek een paar gastpantoffels aan te schaffen. Nieuw natuurlijk, want je zou maar met pantoffels aan komen zetten die met andere, gevaarlijke, met kattenharen bedekte of anderszins vervuilde vloeren in aanraking waren gekomen.

Ton had een hele lijst regels: schoenen uit op de gang. Gingen we eten afhalen, dan mochten de plastic bakjes onder geen beding direct op het aanrecht worden gezet: eerst een placemat pakken, die afwassen, dan de onderkant van de bakjes afwassen en op de placemat placeren. Gebruikte je de kraan, dan gelieve deze daarna af te drogen met een wegwerpdoekje. Ton kon trots vertellen dat hij de hele zondag bezig was geweest met het afnemen van de lamellen, met spiritus en alcohol. Het hele huis rook naar een combinatie van chloor, ontsmettingsmiddel en andere schoonmaakmiddelen. Gelukkig kon er maar weinig vies worden, want Ton had geen spullen die in de weg stonden, laat staan van die vieze, zuurstof producerende planten. Alles was strak, kaal en smetteloos.

Tot er op een dag een grote dikke kat in het trapportaal zat. Ik was uit geweest en bleef voor het gemak bij Ton slapen. Die lag al in bed, dus ik maakte hem wakker met de vrolijke mededeling: 'Moet je kijken wie ik bij me heb?' Op mijn arm de woest tegenspartelende kat, die kans zag te ontsnappen en de woonkamer inrende. Ton schoot als door een adder gebeten uit bed, rende – op blote voeten, een saillant detail – de kat achterna en joeg hem luid joelend het huis uit. Ik stond er een beetje schaapachtig bij te kijken hoe hij z'n hele woonkamer volzette met emmers sop, dweilgerei en andere schoonmaakspullen. De eerste keer heb ik meegeholpen, maar Ton heeft een week lang zijn hele huis twee keer per dag grondig moeten reinigen voordat hij zich weer een beetje op z'n gemak voelde.

Exit Ton, enter Bas. Over Bas moet ik eerst vertellen dat ik hem al een keer had gesproken, in het Utrechtse openbaar vervoer. Ik was op weg naar een studiegenoot, in mijn handen zo'n gratis doorzichtig Albert Heijn-tasje met daarin twee kipfileetjes. Dit lijkt onbelangrijk, maar komt terug aan het eind van dit verhaal, goed onthouden dus. Ik hing in het gangpad en Bas zat op de bank naast me. Hij observeerde me van top tot teen, dus ik besloot hetzelfde bij hem te doen. Bas was een Pirate of the Carribean avant-la-lettre: hij had woest, lang, asblond haar, een slordige stoppelbaard en een laconieke oogopslag zoals je die ook wel tegenkomt bij zwervers die je een straatkrant proberen te verkopen. Hij droeg gevaarlijke cowboylaarzen, een versleten spijkerjack en dito spijkerbroek, zij het in een andere grauwzwarte kleur.

Al met al maakte hij in al z'n slonzigheid zo'n diep mysterieuze indruk, dat ik besloot naast hem te gaan zitten. We raakten in gesprek over de kipfilets, ik vertelde waar ik studeerde, Bas dat hij iets wazigs deed in de ICT. Daarna zwaaide hij me uit omdat ik er uit moest. Breed lachend keek hij me na, waarbij hij ook nog een hoektand bleek te missen.

We maken een tijdsprong van ongeveer een half jaar. Tijdens een avond stappen stond Piraat Bas plotseling voor m'n neus, z'n haar nog langer en woester dan de vorige keer, maar nu wel keurig geschoren. Hij droeg min of meer dezelfde kleding en bij nadere inspectie bleek de ontbrekende hoektand een kies te zijn geweest.

Een paar dagen later spraken we af, op mijn verzoek bij hem thuis. Dat vergde enig aandringen. Bij aankomst bleek precies waarom. Bas woonde in het meest verwaarloosde interieur dat ik ooit heb gezien, geheel in stijl ook nog eens in een van de gruiziger stadsdelen van Utrecht.

Gek genoeg – maar god zij dank – was Bas erg schoon op zichzelf. De waslijn vol zwartgrijze kleren benam in eerste instantie het zicht op de rest van het huis, maar dit is ongeveer wat ik aantrof. Eerst de keuken. Op het aanrecht pannen vol aangekoekte etensresten, borden met beschimmelde macaroni, rijstkorrels in alle hoeken, gaten en plinten, werkelijk overal waar je keek. Over de kraan hing een grauw uitgeslagen theedoek. Overal halfvolle glazen met een schuimkraag erop of juist een vel.

De woonkamer stond ook vol met glazen en borden. Zelfs onder het kussen van een van de gestoffeerde – en plakkerige, nee kléverige – fauteuils vond ik een bord, deze keer met bedorven spaghetti. Het vloerkleed – vol vlekken natuurlijk – lag bezaaid met proppen papier, gebruikte zakdoeken, lege flessen en repen afgescheurd behang. De muren waren beplakt met afbladderende posters. De ramen ook trouwens, bij gebrek aan gordijnen.

Tot slot de slaapkamer. Het bed lag erbij als een oase van kraakheldere ordentelijkheid tussen hopen hoog opgetaste kleding. Onder het bed uiteraard weer de inmiddels herkenbare borden met schimmelpasta, glazen met schuim of een vel, papieren servetten, verhuisdozen vol niet direct herkenbare spullen, lampekappen, allerhande tuingereedschap, enzovoort enzovoort enzovoort.

Aangezien het bed de schoonste plek in huis was, werd dit het centrum van ons gezamenlijke bestaan. Als het eten werd bezorgd – koken was onmogelijk – aten we de pizza's zittend op het bed. Muziek luisteren? De stereo in de aanpalende woonkamer hard en wij op een berg kussens, in bed. De sporadische opdrachten van mijn opleiding tikte ik in bed, nou ja, het beeld is duidelijk.

Ik vond het eigenlijk wel leuk, deze vorm van kamperen. Tot Bas met de mededeling kwam dat hij 'misschien weer' een vieze besmettelijke huidziekte had opgelopen, 'vlak voordat ik jou leerde kennen'. Op advies van de huisarts moest hij zich insmeren met een witte zalf, en ik uit voorzorg ook. We besloten een week binnen te blijven. Het mag duidelijk zijn: voor mij was de maat vol. Er moest acuut iets gebeuren: de hele vieze teringzooi ging eruit.

De week van het grote ontsmetten brak aan. De fauteuils en alle andere meubels die bij aanraking uit elkaar donderden hebben we rigoureus uit het raam gesmeten. Bas kocht een stofzuiger en bikte met een schroevendraaier de overgebleven rijstkorrels tussen de plinten vandaan. Alle aangekoekte vaat ging in een vuilniszak, de keuken kreeg een totale make-over, we zetten zakken en dozen vol zooi bij de straat. Na een week zwoegen lag er alleen nog een berg papier in een hoek van de slaapkamer 'waar dingen op staan die ik misschien moet onthouden'.

En zo was het dat ik een handgeschreven briefje tegenkwam met daarop de tekst: 'Hallo, jongen met de kipfilets. Laatst zag ik je in de bus. We hebben veel te kort met elkaar gepraat en ik zou je graag nog eens zien. Bel je me? 030-XXXXXXX, Bas.' Had ie willen ophangen in het gebouw waar ik mijn lessen volgde. De vertedering die dat opleverde was slechts van korte duur. Bas verviel in z'n oude gewoontes en toen het huis weer dreigde te verloederen was het hoog tijd om te gaan.

Ik heb de twee verhalen in de verkeerde volgorde verteld, want niet lang daarna ontmoette ik Ton. Maar nu ik er achteraf op terugkijk vond ik de bende bij smerige Bas minder ellendig dan de tandartsenpraktijk van smetteloze Ton...

woensdag 15 december 2010

Een flamenco-dansje met Brigitte Bardot



Vergane glorie, roept de één. Een natuurlijk oud geworden diva, zegt de ander. Gisteravond was Brigitte Bardot op tv. In een documentaire, uitgezonden door de Avro, blikte ze terug op haar carrière. Maar de werkelijke reden van het tv-portret was dat ze nog eenmaal een vuist wilde maken tegen dierenleed, nu het nog kon.

In de jaren vijftig en zestig werden de mensen wild van BB. Vanaf de seventies werd zij zo chagrijnig van al die mensen dat ze zich terugtrok in haar eigen dierenrijk. Geen films meer voor Brigitte, ze vertoonde zich alleen nog in het openbaar om op de bres te springen voor babyzee-, ketting- en zwerfhonden en ander dierlijk ongenoegen.

Blijkbaar kon de 74-jarige Brigitte Bardot heel wat eisen stellen aan de makers van de documentaire. Zo bleef ze geheimzinnig over het lot van haar zoon, die zij op jonge leeftijd min of meer in de steek had gelaten. Het enige dat ze over hem kwijt wilde was dat ze hem al heel lang niet meer had gesproken, sinds het verschijnen van haar autobiografie Initiales B.B., tien jaar geleden.

Een ander aspect van haar leven werd compleet genegeerd: haar politieke voorkeur. Ja, Brigitte vertelde dat ze de meeste mensen haat. Mensen zijn in haar ogen door en door slechte wezens. Maar die haat zat ooit zo diep geworteld dat ze sympathiseerde met de rechts-radicale ideeën van Jean-Marie le Pen en zijn Front National.

Is Brigitte Bardot daardoor een slecht mens? Het is niet het beeld dat je krijgt na het bekijken van de documentaire. Nog altijd trekt ze fel van leer tegen dierenellende, maar tegenwoordig moet ze er een beetje bij huilen. En als je haar ziet voortstrompelen op haar krukken roept dat vooral medelijden op.

Toen ze zich helemaal aan het eind van het tv-portret tijdens een persconferentie liet verleiden tot een Flamenco-dansje, was dat vooral ontroerend.

Overigens heb ik een cd-box met liedjes van Brigitte Bardot, die ik regelmatig draai. Echt een zangtalent is het niet, maar je weet hoe dat gaat met Franstalige zuchtmuziek: dat klinkt vooral ontwapenend...





dinsdag 30 november 2010

Kijk. Courtney Love vs. Madonna

Uit de oude doos: Courtney, die met uitgesmeerde lipstick Madonna bekogelt en daarna het interview met Kurt Loder zwaar irritant interrumpeert. En wat doet Madonna? Die blijft stoïcijns, geeft Courtney, die dronken op de vloer ligt een zoen en loopt weg. The dignity. En Courtney? Die klettert nog een keer van haar stoel. Een meesterlijk MTV-fragment.

vrijdag 8 oktober 2010

Het verhaal van Kriebeltje

Eens, lang geleden, carpoolde ik met twee collega's van Amsterdam naar Vianen en weer terug. We werkten destijds bij het immer hectische World Online en een rit van en naar het kantoor duurde regelmatig drie kwartier tot een uur. Chauffeur Bart trakteerde ons in het begin op smooth jazz of allerlei freaky shit van Frank Zappa uit de seventies, maar dat ging al snel vervelen. Vanaf dat moment was de opdracht: hoe gekker, slomer of crappier de muziek, hoe beter.

Een periode van totale filegekte brak aan. Op de heenreis blèèèrden we mee met Baccara, de terugweg ging van start met Luv'. Al snel kenden we het repertoire van alle wanstalige damesgroepjes uit ons hoofd en schalde het over de Nederlandse snelwegen: 'You're very welcome in Waldooooooooooolalaaaaaaa', Ooohooo Ahaaaa you're such a casanooooooovaaaaa'. Of we kreunden mee met Baccara's Yes sir, I can boogie ('boogie woogie, all night loooooong'). Even tussendoor: het leukste Baccara-lied is The Devil Sent You to Lorado, vanwege de schrikeffecten van de zangeressen. Na deze zin slaken de dames een bang gilletje: 'Because he knew that you were there (Huuuh!) (Waaah!). Kijk zelf:



Het gaat in dit verhaal niet over Baccara, maar om Kriebeltje. Hoofdredacteur Henk verkondigde op een sombere dag dat zijn neef geen leven had als gay in het homovijandige Israël. Om aan zijn hel te ontsnappen kon de neef bij zijn oom aan de slag. Er werd een mooie functie voor hem verzonnen en ze leefden nog lang en gelukkig. Maar toch niet helemaal...

Even terug naar onze autoavonturen. Chauffeur Bart zat in zijn vrije tijd in een band en vervoerde alle muziekinstrumenten in de kofferbak van zijn enorme Volvo. Het duurde dan ook niet lang voordat we met z'n drieën helemaal losgingen: sambaballen, tamboerijn, het woodblock en de triangel zorgden ervoor dat onze muzikale vreugde tot het kookpunt steeg. En toen kwam het verzoek van Henk. Of zijn neef mocht meerijden.

Het mocht.

De eerste drie dagen hielden we het bij een enkele triangel-tingel of een stiekem klopje op het woodblock. Ook de muziek werd aangepast aan onze nieuwe gast: enkel en alleen nog Nederlandse meuk, zodat hij snel aan onze cultuur zou wennen. Denk hierbij aan de Dolly Dots, Frizzle Sizzle, Linda, Roos & Jessica en Bonnie St. Claire. Het duurde maar even voordat de neef zijn eerste tamboerijn vasthield en al snel was hij de gangmaker van het gezelschap. Sterker nog: hij hield niet meer op met herrie maken.

Na een tijdje begonnen verschillende dingen op te vallen. Z'n haar - nou ja haar, een kale kop met een comb-over - zat altijd slordig. Hij droeg iedere dag hetzelfde, ietwat smoezelige pak. Ook had hij elke dag hetzelfde plastic AH-tasje bij zich met daarin zijn werkspullen. Langzamerhand begon het een beetje mossig te ruiken als de neef bij ons in de auto stapte. We werden er eigenlijk een beetje kriebelig van - et voilà: zijn bijnaam was geboren.

Vanaf toen veranderde er iets. Zodra Kriebeltje op de sambaballen dook probeerden we hem af te remmen. Kriebeltje niet teveel laten bewegen, luidde het nieuwe devies. Maar hij was niet te stoppen: vanaf de achterbank smeekte Kriebeltje kirrend om Baccara als chauffeur Bart een kalmerende jazz-cd had opgezet. En daar gingen we weer...

Op een dag was Bart vrij en geen chauffeur. We zaten met Kriebeltje in de bus. Aangezien er geen muziek was, besloot Kriebeltje dat het tijd was voor een gesprek. Het werd één grote klaagzang. Zijn vriend, een veel oudere man, commandeerde hem rond en gaf hem er ongenadig van langs. Hij woonde in een huis waarvan de eigenaren hem opsloten in zijn kamer als er bezoek was. Ze parkeerden de vuilniszakken op Kriebeltjes bed: aan hem de taak het huis schoon te houden. En hij miste Israël zo: 'I wish I was dead! I wish I wasn't gay! Please let me be normal, I wish I was straight!', druilde Kriebeltje. Maar gelukkig had hij ons nog. De ritjes van en naar Vianen waren voor hem het hoogtepunt van de dag en wij waren zijn redding geweest de afgelopen weken.

De volgende ochtend kwam Kriebeltje weer naar de oppikplaats, voor de ingang van het park. Bij ons rees het vermoeden dat hij daar inmiddels menig nacht geslapen moest hebben. Ja hoor, hij stonk weer een dagje mossiger dan gisteren. En wat had hij er weer een zin in, liefst Luv' vandaag. Zo zaten we opgescheept met een steeds verder verloederende Kriebeltje, die al z'n frustraties hysterisch van zich af sambabalde. Dat laatste stukje geluk wilden, nee kónden we hem gewoon niet ontnemen.

Toen vertrok hoofdredacteur Henk naar het nieuwe hoofdkantoor in Rotterdam. Zijn neef kreeg daar weer een ander zelfverzonnen baantje. De transfer kwam als een geschenk uit de hemel. We hebben nooit meer iets van Kriebeltje vernomen.

woensdag 1 september 2010

Koffietijd op RTL4



Cunty: Goedemorgen dames en heren. Of vooral dames eigenlijk, denk ik. Wat fijn dat jullie naar ons kijken en niet naar Koffieprogramma.
Loretta: Koffieprogramma? Koffieprogramma? Wat is dat nou weer. Koffieprogramma. Dat is toch geen naam voor een... koffieprogramma!
Cunty: Nee inderdaad. Koffietijd bekt veel lekkerder dan dat programma van Omroep Max. Bovendien hebben wij nog altijd onze legacy, Loretta. Alleen zullen de sterren van Hans van Willigenburg en Mireille Bek-Ooi snel verbleken naarmate wij populairder worden.
Loretta: Daar zeg je zowat, Cunty. Ik vraag me af of mij dat ooit gaat lukken, weer populair worden.
Cunty: Hoezo?
Loretta: Ik vind mezelf zo'n ongelooflijke muts geworden. Vroeger, toen ik het RTL Nieuws nog presenteerde. Toen was ik goed. Ik zie me nog zitten, naast Jeroen Pauw. Anchorwoman was ik. ENG-KOR-WOE-MUN! Jahaa, daar zat echt iemand als ik er zat.
Cunty: Maar Loretta, jij komt nog steeds lekker bij de mensen binnen hoor. Met je diertjes en zo.
Loretta: Jeroentje! Zo heette mijn tamme rat die ik altijd meenam naar Alle Dieren Tellen Mee. Achguttoch, hoe is dat beestje ook alweer aan z'n einde gekomen...
Cunty: Wat? Is Jeroentje dood? Hij zat altijd zo koket op je schoudervulling. En nu ik het erover heb, moeten we niet eens met het programma beginnen? Het gaat vandaag over damesmode.
Loretta: Ach, Cunt, dat interesseert die paar kijkers toch helemaal niet? Kunnen we niet gewoon een boodschappenspelmarathon doen? Of een paar zwerfhonden aan een nieuw baasje helpen? Dat vind ik nou gezellig!
Cunty: Ja hoor eens, de producent heeft het nog zo gezegd: geen gekeutel. Het moet vlot en pittig. Snel en strak. Jong en wild.
Loretta: En dan vragen ze zo'n duffe doos als ik om het te presenteren! Is het niet hysterisch? Ik ga even gillen in de tuin, denk ik. Even naar de beestjes.
Cunty: Ze hadden jou beter bij Koffieprogramma neer kunnen zetten.
Loretta: Ja, maar Max heb ik al gehad. Zeg, Cunty, even iets anders: is het jou eigenlijk opgevallen dat wij tweetjes echt totáál geen chemistry hebben met elkaar?
Cunty: Nu je het zegt: is dat niet heerlijk? Kom we gaan een cake bakken.
Loretta: Maar eerst even naar de reclame. De boodschappen bedoel ik. Koffie! Koffie! Tijd! He wat gezellig...

dinsdag 6 april 2010

Een kassière die ECHT tegen je praat

Hoe kan het dat de ene vestiging van Albert Heijn een oase van rust is, waar géén vakkenvullers voor je voeten lopen maar desondanks alle artikelen op voorraad zijn, terwijl in een ander filiaal het rotte fruit en de kartonnen troep zich opstapelen? Het is een van de raadselen des levens die nodig eens ontrafeld zou moeten worden.

De Albert Heijn bij mij om de hoek is groot. Heel groot. Niet zo groot als de Mega-Jumbo-Super-Albert Heijn in de Maxis in Muiden, maar toch een Albert Heijn van het kaliber nummer vijf. Dat zou moeten betekenen dat zo'n beetje alles wat Albert Heijn verkoopt daar te koop moet zijn, maar de koriander is áltijd op. Of ik kan het nergens vinden, want sinds de herindeling van de winkelvloer vier jaar geleden ben ik zoekende.

Het begon zo leuk. De AH had een dubbele deur aan de kant van het winderige plein aan de voet van de brug naar het Java-eiland. Eenmaal binnen was het behaaglijk. Je keek over de ananassen, guaves en andere exotische vruchten uit over het IJ. Maar al snel bleek het uitzicht voor teveel afleiding te zorgen en werden alle ramen zorgvuldig dichtgekit.

Bovendien kun je van buiten niet zien hoe het er binnen aan toegaat. Vakkenvullers teisteren in groepjes de gangpaden, die per definitie volstaan met dozen. Er liep ooit een vakkenvuljongen rond die zo vies naar zweet stonk dat het aan hem lag wat we die dag niet aten: stond hij bij de groente-afdeling, dan aten we uit de diepvries en vice versa. Ik durf zelfs te beweren dat het immer rottende fruit (waarom is dát nooit op?) aan hem te danken was.

Steeds vaker liep ik honderd meter verder naar de C1000, maar voor sommige producten móet je nu eenmaal naar AH. Sinds kort weer met iets meer plezier. Er is namelijk een klein wonder gebeurd. Mijn gehate filiaal heeft sinds kort namelijk een kassameisje in dienst dat ECHT TEGEN JE PRAAT! En dan niet van die geprevelde zinnetjes als 'bonuskaart airmiles?' of 'voetbalplaatjes erbij', nee, een heuse conversatie met mij als klant!

Ik was door de jaren gewend aan twee types kassières: de Fatima's die vanonder hun hoofddoek alleen met elkaar praatten (luid gillend: 'Waar ga je vanavond? Ik moet Moes sms'en dat ie mij ophaalt met z'n scooter') of het type Zwanet (zo heet ze echt). Zwanet had rode vlekken in haar nek, tilde zuchtend een fles cola over de scanner en klaagde over haar kassa-arm en dat ze al meer dan twaalf uur (lees: jaar) achter die kassa zat en dat het eigenlijk allemaal maar kut was wat ze daar zat te doen.

Claudia is anders. Ze knikt me vriendelijk gedag, geeft gepast commentaar op de boodschappen ('Ooh lekker, kiwisap!' of 'Daar is het echt weer voor hè, erwtensoep'), pakt spontaan haar bonuskaart als ik de mijne weer eens vergeten ben en neemt uitvoerig afscheid.

Dus ga ik nu altijd bij Claudia. Ik neem de stinkende vakkenvullers, de troep en het verrotte eten voor lief om met Claudia over de boodschappen te praten. Iets in mij zegt dat Claudia snel verkast naar een oase-van-rust-Albert Heijn, omdat ze anders verpietert tussen Zwanet en de Fatima's. Ik zal haar daarom vanavond een klein kusje geven. Misschien blijft ze dan wat langer.

maandag 11 januari 2010

Trainwreck Mariah


Als je in Amerika ietwat aangeschoten op tv verschijnt, ben je meteen een alcoholist. Als je daarna vertelt dat het geen drank was, maar kalmeringstabletten, dan word je al vrij snel beschouwd als een junk met een drugsprobleem. Dat laatste overkwam Paula Abdul toen ze als jurylid bij American Idol af en toe onsamenhangend of soms ronduit labiel uit de hoek kwam. Nu weer is Mariah Carey het haasje. Ze wist zelfs twee awardshows achter elkaar een nogal bezopen indruk te maken. Gewoon grappig eigenlijk. Dat het nog veel erger kan bewijst Ranker.com met een Top 10 Best Drunken Awards Show Moments. Met Liz Taylor als ultiem dieptepunt, al kunnen Joan Rivers en Anna Nicole Smith er ook wat van.

vrijdag 20 november 2009

Hoog tijd voor een Walmart-update!

Het is alweer even geleden, daarom een nieuwe update van People of Walmart.












Meer wanstaltig volk hier!