Posts tonen met het label Een prettig gesprek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Een prettig gesprek. Alle posts tonen

woensdag 14 november 2012

Een weekendje bij Estelle en Badr

Zondagavond.
- Oooh Badr!
- Oooh Estelle!
- Oooh Badr! Ik kan niet meer lópen.
- Blijf jij maar lekker liggen schatje. Of wil je nog een keer?
- Vuistdiep!

Maandagochtend.
- Oooh Badr! Heb jij ook zo'n honger?
- Oooh Estelle. Ja. Ga je wat lekkers voor me maken?
- Tuurlijk Badr. Ik ga een ei voor je koken, dat is goed voor de eiwitten, hihihi. AU!
- Wat is er schatje?
- Ik kan echt niet meer lopen!
- Lieve schat ik heb maanden in de gevangenis gezeten. Je doet je focking best maar!
- Au, ja, ik ga al….

Een half uur later.
- Jezis Estel! Dat is toch geen gekookt ei! De binnenkant is helemaal blauw!
- Dat zei Koen Everink laatst ook al! HAHAHA!
- GEEN GRAPPEN NU! IK BEN SERIEUS! Na al dat gevangenisvreten een ei. Is dat te veel gevraagd?

Maandagmiddag.
- Sorry van die kopstoot, Estel.
- Jij hebt heel wat goed te maken, mannetje! Kom, we gaan shoppen in de PC Hooftstad.
- Ik heb nog steeds niks fatsoenlijks te eten gehad.
- Ga ik regelen.
- Maar je kan niet koken.
- Toch ga ik het regelen. Wacht maar af.

Estelle, aan de telefoon.
Ja, hai Tim, Estelle hier. Je moet me helpen. Ik word helemaal gek van die man. Nee, tuurlijk wil ik hem niet kwijt. Maar één zo'n weekend in drie maanden is meer dan genoeg, ik ga helemaal stuk. We komen straks bij je lunchen. Sein jij de politie in? Dan komen ze hem vanavond weer halen en kan ik rustig herstellen. Nou doei, lieverd!

dinsdag 13 november 2012

Even bellen met Mariska van Kolck

Zeg Maris, waarom doet Leco jou eigenlijk niet?
‘Lieve schat, dat heb ik toch helemaal niet nodig? Ik kan dat gewoon zelf.’

Dacht je dat Sylvie en Yolanthe ook alles zelf bedenken?
‘Neeeeeeee, maar dat zijn nog van die meisjes. Die moeten nog een eigen stijl ontwikkelen. Ik heb dat allang in mijn vingers.’

Hoe zou jij je stijl omschrijven?
‘Ik pas mij altijd honderd procent aan aan mijn omgeving. Jij weet natuurlijk dat ik een prachtig programma presenteerde over dagtochtjes in Nederland, kom, hoe heet het ook alweer. Wekelijks zag je me in de weer op tandems, kerktorens of imkerbezoek. Dan trek ik natuurlijk een lekker makkelijke bodywarmer aan en grote wollen vesten.’

Dus toen je hoorde dat de André Hazes-musical in première ging…
‘Heb ik me geen moment bedacht. Die Raggel is natuurlijk bloedordinair, dus ik dacht: daar móet ik overheen. Dus wat heb ik gedaan: mijn vooronder gecontroleerd op zijkantlekkage, uit met die slip en gáán met die banaan!’

dinsdag 16 oktober 2012

Haartransplantatie

Het is druk in lijn 10. Op het Weteringcircuit stappen twee vrouwen en een man in, zo te horen collega’s van elkaar. Ik val in het gesprek op het moment dat het gaat over de gemiddelde leeftijd van de afdeling waar de drie werken. We noemen ze even Vrouw1, Vrouw2 en Paul.

Vrouw1: ‘Wel fijn, een beetje vers bloed. En lekker jong ook.’
Vrouw2: ’36. Noem je dat lekker jong?’
Vrouw1: ‘Het trekt in elk geval de gemiddelde leeftijd niet omhoog. Die is 37.’
Vrouw2: ‘Wie zijn er allemaal ouder dan 37? Marijke, die is 49, Paulien…’
Vrouw1: ‘René is 45. Dat zou je echt niet zeggen.’
Vrouw2: ‘Nee, inderdaad. Nog een flinke bos zwart haar en geen enkele rimpel.’
Vrouw1: ‘Als ik René naast jou zou neerzetten, zou ik hem jonger schatten, Paul.’

Paul: ‘Nou, bedankt hè?’
Vrouw1: ‘Maar serieus. Hij ziet er een stuk jonger uit.’
Vrouw2: ‘Ja, nu je het zegt.’
Vrouw1: ‘Paul is dan ook al helemaal grijs, als hij het niet verft.’
Vrouw2: ‘En je kin gaat een beetje hangen ook, Paul.’

Paul: ‘Sja... M’n kop begint behoorlijk te veranderen. Maar grijs haar vind ik niet zo erg. Wel dat het snel dunner wordt.’
Vrouw1: ‘Dan neem je toch een haartransplantatie? Dat heeft Gerard Joling ook gedaan. Maar het is heus niet alleen voor homo’s hoor.’
Vrouw2: ‘En je verft je haar toch ook al? Dan is zo’n transplantatie niet eens zo’n grote stap.’
Vrouw1: ‘Bij Gerard Joling valt het alleen op omdat iedereen het weet. Van jou weet niemand het.’

Paul: ‘Behalve jullie. En de hele tram.’
Vrouw1: ‘Woehaha! Jij schaamt je toch niet omdat je je haar verft, Paul?’

Ze stappen uit op het Weesperplein. De twee vrouwen zich van geen kwaad bewust en de man een kopje kleiner.

maandag 15 oktober 2012

Respect? My ass!

Donderdag, 08.15 uur. Bus 65 richting Amstelstation. Ter hoogte van de Borneolaan staat een dikke negermeid in een veel te strakke jeans met aan een touwtje een allerschattigst knulletje van een jaar of drie. Als de bus stopt voor de halte, knalt ze nog net een hubbabubba aan stukken en slobbert die omstandig haar mond weer binnen.

Geïrriteerd trekt ze het jongetje achter zich omhoog de bus in. Ze wankelt door het gangpad, haar ene hand met een mobieltje tegen het oor, de ander trekt het jongetje voort. Ze plant het kind op de lege stoel voor me en gilt in de telefoon: 'BEN IK WEER! Waar was ik ook alweer gebleven. O, ja. Me kind dus. Loopt zomaar de straat op dus heb ik hem een riempje omgedaan. Een commentááár joh! Niet normaal. Waar bemoeit iedereen zich mee. Laat iedereen ze bek houden. Suuuuuhng!'

Al die tijd blokkeerden zij en haar kont het gangpad. Een ouder echtpaar - het vrouwtje een soort oldie-Gerda Havertong, haar man een lichte bochel - probeert zich staande te houden terwijl ze wachten tot de dikbil haar gesprek heeft afgerond. Dat wachten gaat gepaard met veel ge-tssk. Dan is mevrouw het zat. Ze prikt de meid in haar schouder en gilt: 'Zou je niet eens aan de kant gaan? Toon een beetje respect, ja?'

Dan gebeurt het. In slow motion draait de bil zich om en roept iets te nadrukkelijk in haar telefoon: 'Wacht even!' Intussen wurmt het bejaarde echtpaar zich door de draai ontstane opening en mompelt opnieuw iets over respect. 'Weet je hoeveel respect ik voor jullie heb?', gilt nu de dikbil door de bus. 'GEEN MOER! Ik moet hier mijn kind in bedwang houden en ik ben aan het bellen ja? Dat zie je toch? Je kan toch gewoon wachten tot ik je er langs laat? RESPECT? My ASS! En nou je bek houden.'

De mini-Gerda zegt nog dat 'ze wel weet uit wat voor nest jij komt' en pruttelt drie haltes later dat ze 'er alleen maar even langs wilde'. Al die tijd speelde het jongetje handjeklap met een medepassagier.

Hij zal het inmiddels wel gewend zijn, zo'n moeder.

dinsdag 31 juli 2012

First date

Zaterdag. We zitten bij Ruis onder de Bomen. Of letterlijk: onder de luifel, want de regen plenst met bakken tegelijk naar beneden. Aan de tafel naast ons zit een stelletje, overduidelijk nog in de leren-kennen-fase. Dat kun je zien, want van de twee voert de jongen het hoogste woord. Hij, een niet onknappe knul van een jaar of vijfentwintig, probeert haar, een beetje een nuffig dametje, overduidelijk uit de tent te lokken. De grote vraag is of zij behaarde jongens aantrekkelijk vindt.

'Kijk, gays vinden dus altijd dat ik dit moet scheren.' Demonstratief trekt de jongen z'n v-hals een stuk naar beneden en begint met z'n andere hand aan zijn borsthaar te rukken. 'Gays vinden dit dus smerig, als het er helemaal uithangt zoals bij mij. Maar ik ga het echt niet scheren hoor. Niet voor de gays. Ik hoef toch niet in l'Homo.'

'Maar het puilt uit je shirt.'

'Ja, nou? Moet ik het dan toch scheren dan? Vind jij het soms ook smerig? Nou, ik vind mannen die hun haar scheren gay. Dat je de boel daar beneden een beetje bijhoudt, ok. Dan lijkt ie nog groter ook. Maar ik ga toch ook niet m'n benen scheren? Dat is iets voor wielrenners. Als je kale benen hebt kun je harder fietsen. Dat scheelt vast een paar tiendes van seconden. Maar als je amateur-wielrenner bent is het sneu en als je helemaal niet wielrent is het gay.'

'Maar homo's scheren hun benen toch niet. Behaarde benen vinden ze juist mannelijk.'

'Potten scheren hun benen ook niet. En hun oksels. Vrouwen met okselhaar zijn lesbisch. Hou jij het wel goed bij eigenlijk? Ik vind stoppels misschien nog wel viezer dan gewoon lange haren. Jij bent een vrouw, dus is het logisch dat je je scheert. Hoe zit het eigenlijk met je punani?'

Intussen kijkt het meisje verstoord om zich heen. Dat hij z'n hele harige hebben en houden op tafel gooit wil toch niet zeggen dat zij dat ook doet? Ze hapt naar adem en zegt:

'Borsthaar vind ik eigenlijk best wel een beetje goor.'

Onder de bomen op het Van der Helstplein slaat de regen steeds feller tegen de klinkers. Dit wordt nooit meer wat, na deze eerste date.

maandag 14 mei 2012

Sjieke Nederlandse toeristen

Nederlanders in den vreemde. Het zijn over het algemeen heel beschaafde mensen, dat geloof ik echt. Maar sommige exemplaren maken het op allerlei manieren bont. Meestal doe ik net of ik ze niet kan verstaan, zodat ze lekker los kunnen gaan. Soms gaan ze er domweg vanuit dat je ook uit Nederland komt, dus bond- dan wel lotgenoot bent. Zodat je lekker samen verontwaardigd kunt zijn over alles wat de boer niet kent.

Een paar jaar geleden was ik in Athene. Henk en Ingrid bestonden officieel nog niet, maar ze zochten verdwaasd naar een gratis toilet. Het begon nog quasi-grappig. ‘Ik ga toch geen vijftig cent betalen voor iets dat ik kom brengen?’ Maar toen de spanning op de blaas toenam, sloeg de stemming snel om. ‘Als het zo moet dan pies ik wel achter een boom!’ Dit alles luidkeels en met zo’n triomfantelijke blik van iemand die in alles ‘Hoor mij nou toch eens’ uitstraalt.

Zaterdagavond zaten we op Kos te eten met Patricia van de reisorganisatie. Zij was dolenthousiast over haar werk, maar we wisten haar toch enkele frustraties te ontlokken. Over een oude vrouw bijvoorbeeld, die haar mokkend toebeet waar die koffie nou bleef. Die kon Patricia toch best even komen brengen? Het was toch all-inclusive? Daar had ze toch voor betaald?

Eerder die dag zat ik voor ons appartement met een glas wijn. Boven mij zaten twee Groningse dames die het allemaal prachtig vonden in Griekenland. Ze hadden alleen een páár opmerkingen. Over het eten bijvoorbeeld. Daarvan raakte je gelukkig niet aan de schijt, maar wat eruit kwam was zóveel dat je wel drie keer moest gaan verzitten. Verder vonden ze Schiphol maar niks. ‘Daar ontbreekt het vakantiegevoel. Je gaat niet eens met een busje naar het vliegtuig.’ Tot slot hadden ze hun vakantietiming niet helemaal op orde. ‘Ik ben al rood vanaf dinsdag en ik heb nog geen zonsondergang gezien. Vandaag blijf ik gewoon liggen. Dan maar huidkanker.’

Inderdaad, erg sjiek allemaal. Maar dat Nederlanders nogal openhartig zijn wist ik natuurlijk al. Lees hier nog maar eens hoe een zekere M. volledig losging op Mallorca.

dinsdag 1 mei 2012

Stekelbaarsjes

Het grillseizoen ging afgelopen donderdag van start met een wel heel opmerkelijk gastoptreden. We zaten met wat mensen op de stoep bij café Koosje, wat bij twaalf graden al prima te doen is dankzij de terrasverwarmers. Grillen, zoals wij zitten onder het hittekanon noemen, is al een tijdje vaste prik. Zodra het weer het toelaat en iedereen tijd heeft, doen we ons tegoed aan vaasjes, vlammetjes en wat er aan gespuis voorbij wandelt.

Donderdag was het meteen raak. Het terras was verder uitgestorven, maar dat belette een bejaard stel niet om pal naast ons neer te strijken. Nou ja, strijken... neer te storten. We zagen ze in de verte al aan komen wankelen, een man die bij nadere bestudering niet ouder kon zijn geweest dan 55 (en dan toch bejaard lijken) met aan zijn arm een soort Willeke van Ammelrooy, maar dan vunzig. En laddertjezat.

De Willeke droeg een lang zwart gewaad van waaronder ze wijd gebarend begon te oreren. Wat ze zei weet nog steeds niemand, want er kwam alleen onsamenhangend geraaskal uit. Toen ze eenmaal zat, kreeg ze ons groepje in de gaten. We waren inmiddels uitgedund tot een trio, maar waarschijnlijk zag Willeke dubbel: 'Wie zijn jullie allemaal!', riep ze. 'Waar gaat het over!' Toevallig waren we net de beginselen van een yell aan het oefenen, die ze met rollende tong probeerde te herhalen.

Aangezien ik naast haar zat, was ik het eerst de klos. 'Hee, ben je homo of zo. Waarom kijk je me niet aan?' Haar negeren werd pas echt lastig toen ze hoog hinnikend in mijn oor begon te gillen. Het bleek Willekes 'signature lach' te zijn, die ze later losliet op mijn tafelgenoten.

Ze werd een beetje kribbig toen we haar bleven negeren. Ze voegde R. toe: 'Wat ben jij een klein mannetje. Als ik wil kan ik je zó omrollen! HAHAHAHAHAHA!' Al die tijd had haar partner in crime maar weinig gezegd. Toen de Willeke voor drie kwartier naar het toilet verdween kwam hij pas een beetje los. 'Jongens, doen jullie die yell nog eens? Dan kan ik ook een beetje lachen.'

Toen hij de vrouw uit de wc had gevist, was ons gezelschap weer uitgebreid tot vier. Ze deed een poging tot een dansje en riep: 'Heee! Moet je kijken! Een stekelbaarsje!' De vrouw wees naar het baardje van T., en begon opnieuw keihard te lachen. 'HAHAHAHA! Het zijn bijna allemaal stekelbaarsjes!' De Willeke blééf er bijna in.

Pas toen ze om seks begon te bedelen (R., achteraf: 'Ik zou d'r wel doen.') werd haar man het zat. Ze stonden op en waggelden weg. 'Nou, dan doe ik het wel gewoon weer met hem! HAHAHAHAHA!'

dinsdag 7 februari 2012

Koffie! Koffie! Tijjjjjjd!



Speciaal voor de Elfstedentocht wordt Koffietijd voor één keer gepresenteerd door het oude vertrouwde duo Hans van Willigenburg en Mireille Bek-Ooi. Gewoon omdat dat gezellig is, én omdat ze dat in 1997 ook deden natuurlijk.

M: 'Goedemorgen Hans!'
H: 'Dag Mireille. Wat zie je er weer betoverend uit met je dunne blonde haar!'
M: 'En jij straalt, Hans!'
H: 'Ja Mireille, ik heb weer heerlijk geslapen vannacht, onder mijn zonnebank.'
M: 'Over zon gesproken, wat voor weer wordt het vandaag?'
H: 'Echt schaatsweer, Mireille. Speaking of which. Weet jij wie we vandaag te gast hebben?'

Erben Wennemars en Erik Hulzebosch komen binnengekluund.

M: 'Bart Veldkamp en Evert van Benthem. Wat leuk!'
H: 'Bijna goed, Mireille! Het zijn Erben en Erik.'
M: 'Ook enig. Ik herken ze nauwelijks in hun strakke schaatspakken. Hebben jullie daar nu niets onder aan?'
H: 'Wat zijn dat voor vragen, Mireille. Je vergeet het allerbelangrijkste aan ze te vragen!'
M: 'O ja. Hallo heren. Hoe drinken jullie je koffie?'

Erben en Erik drinken geen koffie, maar warme chocolademelk met slagroom.

H: 'Wat fijn dat jullie helemaal naar Balk zijn gekomen om met ons het boodschappenspel te spelen. Wie begint?'
M: 'Bart begint!'

TUUT - Jan Hagel. TUUT - Dubroduizenddingendoekje. TUUT - Lettervermicelli. TUUT - Rookworst. TUUT - Punica. TUUT - Moedermelk. TUUT - Eierstokbrood. TUUT - Oorbotervloot. TUUT!

Erik: 'Ik heb allennig de worst onhoud'n. Kom maar deur! Doe mij d'r moar geliek twieje!'
Mireille: 'Nee, Bart, je moet raden welk woord op welk vakje moet. Dit is het boodschappenspel.'
Erik: 'Ik ben hier veur te skaats'n! Niet veur de boodskapp'n. Mar nou je d'r over begunt: ik mot een kleine boodskap. Kan ik hier ee'm mieg'n?'
Mireille: 'Wat is het hier weer een gezellige chaos, he Hans?'

Hans loopt met zijn teckel naar een enorme taart in de hoek van de studio.

H: 'Het is weer tijd om iemand in het zonnetje te zetten. En dan bedoel ik niet mijn eigen bruine hoofd. We lopen even naar de Koffietijdtaarrrrrrrrrrrrrrrrrrtttt!
M: 'Het zal mij benieuwen. Wie kan dat zijn? En hoe drinkt zij haar koffie?'
H: 'Zij drinkt helemaal geen koffie. Haar tere maagje verdraagt slechts gezuiverd water. Want hier is de mascotte van de Elfstedentocht 2012: Doutzen Kroes!'
M: 'Hai Doutzen. Hoe doe jij dat toch. Zelfs bij min vijf is je haar niet statisch. Dat van mij is al futloos bij plus twintig.'

Terwijl Mireille haar vraag stelt, lopen Hans en Doutzen gezamenlijk een wak in. Hans wordt op het nippertje gered door zijn teckel. Doutzen verdwijnt onder het ijs en sterft.

M: 'En het beloofde zo'n mooie Elfstedentochtdag te worden! Nou ja, snel verder maar weer met het recept van de dag. Raya Lichansky, wat eten we vandaag?'

Raja: 'Snert! Het is net als altijd heel eenvoudig. Trek een blik open, kiep dit leeg in een pan die groot genoeg is en laat deze op een matig vuur warm worden. Dát eten we vandaag!´

M: 'En terwijl Hans langzaam ontdooit gaan wij even naar de boodschappen!

Koffie! Koffie! Tijjjjjjd!

dinsdag 24 januari 2012

Vakantiebejaarden in Eilat

Eilat. Een Israëlisch toeristengat. Helemaal bovenin het uiterste puntje van de golf van Aqaba en vlak naast de grens met Jordanië ligt een klein stadje met daaromheen alleen maar gebergte en woestijn. Het water van de Rode Zee werkt al jaren als een lap op de stier van menig Europeaan. Van februari tot en met december is het hier vergeven van de Russen, Engelsen en – hoe kan het ook anders – Nederlanders.

Behalve in januari. Dan zijn er alleen wat weekenders uit het noorden van Israel die in Eilat hun keppeltje komen luchten. Een handvol Russen, omdat Russen namelijk de nieuwe Nederlanders zijn: die zijn ook overal. Maar de oude Nederlanders zijn er ook, en dat kun je letterlijk nemen. Op een paar uitzonderingen na zijn ze 65-plus.

Wij gaan meestal buiten het seizoen om op vakantie. Lekker rustig. Geen gezinnen met dreinende kinderen. Geen luidruchtige jongeren. Maar wel heel veel bejaarden dus. En die kunnen ZEUREN. Echt, overal zeuren ze over. Het begint al bij het inchecken. ‘Moet je dat mens daar zien. Die koffer is groter dan haarzelf. Gaat ze soms verhuizen?’ ‘Vast niet. Wie wil er nou in Israel wonen?' 'Ja, de zon is fijn, maar die mensen. Altijd zo onbeschoft met hun gebrabbel.' 'Als ik iemand niet kan verstaan dan denk ik altijd dat ze het over mij hebben.’ ‘Ja, zó onbeleefd.’

Eenmaal aan boord is het al niet veel beter. Het is te koud of te warm, het opstijgen gaat niet snel genoeg of juist te hard (‘Wat weer een ellende. Ik kiep bijna uit mijn stoel,’). ‘Vroeger mocht je tenminste nog gewoon roken aan boord. Nu moeten we vier uur wachten. VIER UUR!’ ‘Waarom moet je nu alweer naar de wc. Ik blijf maar opstaan. Kun je niet gewoon nu één keer goed gaan?’ ‘Die jongen daar is al zeker drie keer naar de wc geweest. Je zou er maar naast zitten. Doodmoe word ik ervan!’ ‘Wat? Moeten we betalen voor de koffie? Ach, die was toch al niet te zuipen. Ik drink wel water op de wc.’

‘Wat is het hier koud. Vorig jaar rond deze tijd waren we hier ook en toen was het veel warmer. En kan die airco uit? Dat is nu helemaal niet nodig. Ik heb toch al m’n winterjas aan. En waarom hobbelt dat busje zo? Al het ontbijt komt weer naar boven. Waar ze negen dollar voor vroegen. NEGEN DOLLAR! Mooi dat ik dat dus wél binnen probeer te houden. Wat een zonde van het geld. Vorig jaar hadden ze veel meer keus. Maar ja, dat was ook in een ander hotel. Halfpension hadden we toen. Maar dat doen we niet meer. Elke dag hetzelfde buffet met alleen maar van dat vieze kosjere vreten. Maar hier is het ook niet te doen. Er zijn niet eens plakjes ham om op brood te doen.’

‘En nu moeten we alwéér dat hele eind naar Petra. Want vorig jaar was het te druk om alles te zien. Dus moeten we nu nog een keer. Opgeteld bij elkaar kom je zomaar uit op 250 euro per persoon. En dat voor een paar ouwe rotsblokken. En natuurlijk moet Henk weer de hele tijd plassen. Ik zeg nog tegen Henk, ik zeg: ga nou even achter die struiken in het begin waar geen bewaking staat, maar dat dorst ie niet! Terwijl ik gewoon ga zitten hoor. Ik hang er gewoon zo’n lap voor. Zo eentje die ik op een markt heb gekocht. O ja, een hoofddoek heet dat. Zijn ze toch nog ergens goed voor. Maar ook in heel dat Petra is natuurlijk weer geen fatsoenlijke kop koffie te krijgen.’

‘Vorig jaar ook al niet. Toen had ik mijn eigen koffie meegenomen. Ja, gewoon in een thermoskan. Ik zeg nog tegen Henk, ik zeg, dat moeten we dit jaar ook weer doen. Maar Henk zei tegen mij, hij zei: weet je nog dat ik vorig jaar om het half uur moest pissen omdat die koffie van jou zo sterk was? Ja, kon ik ook niet weten. Ik had mijn koffiefilterschep niet bij me dus moest het op de gok. En van gokken houden we niet, hè Henk? Ja, wel van bingo. Maar het entertainment in Eilat dóet geen bingo. Nee, dan hadden we naar Spanje gemoeten. Daar is tenminste fatsoenlijk entertainment. Hier was dit jaar niet eens een kennismakingsbijeenkomst! Nu moesten we zelf alle nieuwe stellen bij het zwembad langs om kennis te maken.’

‘Er lagen ook twee jongens bij ons zwembad. Van die homo’s, dat zag je zo. Vinden we altijd heel gezellig hoor, homo’s. Maar dit waren geen leuke homo’s. Ze zeiden bijna niks terug nadat ik ze had uitgelegd waar je wél lekkere koffie kon halen! En toen ik zei dat ik homo’s altijd zo gezellig vond, zei de ene: nou, er zijn anders genoeg ongezellige homo’s hoor. En daarna zette hij z’n koptelefoon op!'

'De andere wilde wel aardig doen, dat zag je zo. Ik zei nog tegen hem, ik zei: ga nooit bij Giraffes eten. Daar hebben ze niet eens patat, maar van die rare rijstdingen. Soezie en zo. Daar is niks aan, en al helemaal niet in Eilat. Die ene jongen met de koptelefoon zei toen dat ie juist dol was op soezie. Gewoon om mij te sarren. Nee, voor mij was de lol er helemaal af. Voor straf heb ik de rest van de vakantie geen woord meer tegen ze gezegd. Ja, ik weet zeker dat ze dat héél jammer vonden.’

zaterdag 3 december 2011

De junks next door

Vier dagen per week werk ik in een kantoor dat grenst aan een opvangcentrum voor daklozen. Volgens internet biedt HVO-Querido 'opvang, woonbegeleiding en dagactiviteiten aan mensen die dat nodig hebben. Dat kunnen dak- en thuislozen zijn, verslaafden, of mensen met psychiatrische problemen en gezinnen in nood.' Heel goed dat ze er zijn, maar sommige van mijn collega's fietsen of lopen liever een blokje om als ze boodschappen gaan doen bij de Albert Heijn op het lelijkste plein van Amsterdam, het Delflandplein.

Ik niet. Ik heb namelijk een fascinatie ontwikkeld voor alles wat men raar of afwijkend vindt. Ik loop juist graag langs het vermakelijke biotoopje voor de ingang van het pand. Vaak ook extra langzaam zelfs. Gedurende het halfjaar dat we nu op deze locatie zitten heb ik al aardig wat mafs meegemaakt met 'mijn' junks next door. Zo hangt er een oude gerimpelde donkerbruine neger rond met een enorme witte baard. De Zwarte Sinterklaas noem ik hem. Hij doet niet veel meer dan rondzwalken over het rijtje tegels voor het grote pand, maar dat dan wél met zo'n statig trage Sinterklaas-tred. Wat gun ik die man zijn eigen Witte Piet. *

Dan is er de Skelterman. Dit is een figuur van een jaar of veertig dat rondrijdt op een voertuig waarvan ik even niet meer weet of het nou een rolstoel is of een trike-voor-beginners. De Skelterman schept er genoegen in rondjes om je heen te rijden, terwijl hij je omstandig begroet. Negeer je zijn geschreeuw, dan begint ie je uit te schelden. Soms heeft hij z'n dag niet. Dan racet hij recht op je af. Wijk je uit naar links, dan pakt hij je op links. Voor rechts geldt hetzelfde. Uiteindelijk is de Skelterman alleen te ontwijken door ver opzij te springen en weg te rennen. Zijn reactie: 'Ha! Weer gewonnen!'

Er is ook een troetel-Marokkaantje in het opvangcentrum. Dit is een joch van een jaar of twintig dat bij het geringste zonnestraaltje z'n shirt uittrekt om z'n sixpack te flashen. Bij hem vraag ik me af wat ie daar te zoeken heeft. Als Gordon hem ziet, neemt ie alsnog een zwerver in huis.

In HVO-Querido bestaan op het eerste gezicht geen klasseverschillen. Het Marokkaantje praat net zo makkelijk met de Zwarte Sinterklaas als met de twee tandeloze wijfjes die je in het voorbijgaan om een centje vragen. Een van de twee vroeg laatst: 'Ga je naar de Albert Heijn?' Ja, zei ik. 'Kun je dan een zak drop meenemen?' Sorry, zei ik weer. Drop is veel te verslavend.

Mijn laatste contactmomentje dateert van afgelopen donderdag. Bij het verlaten van de tramhalte fladderde er vanuit het niets een gezette, in grijze joggingkleding gehulde homo tegen me aan. Het was zo'n typische lossepolsjes-homo uit de oude doos. Hij tikte me op de arm en gilde met overslaande stem: 'Joehoe, haaaai!'

Ik keek hem vriendelijk doch dringend aan: 'Ehm… ikke niet hoor.'


*De man op de foto hierboven is niet de Zwarte Sinterklaas, maar gewoon iemand die ik via Google heb opgeraapt.

maandag 28 november 2011

Contact!

Er wonen duizenden mensen in mijn iPhone. Mensen die ik heel goed ken, maar ook vage bekenden. Of mensen waarvan ik alleen het gezicht ken van een foto. Mensen die mij in een beperkt aantal tekens vertellen waar ze aan denken, wat ze doen en wie ze zijn. Waar ze uithangen, vaak en vooral.

Soms belt een van die mensen mij op of ik hem/haar, al gebeurt dat stukken minder dan een jaar of tien geleden. Vaker stuurt zo iemand een bericht, meestal via Whatsapp. Maar ook sms en zelfs e-mail zijn nog altijd in zwang.

Op mijn iPhone vechten Facebook, Twitter en Instagram om aandacht. Foursquare hobbelt er een beetje achteraan. Op Facebook zitten de mensen die ik 'echt' ken of waarmee ik veel heb getwitterd. Dit zijn vrienden, bekenden, bekenden van vrienden en vice versa, maar ook familie of fervente Twitteraars waarvan ik er een aantal inmiddels ook 'in real life' heb gezien.

In het begin was dat best onwennig. Staat er ineens een Dennis voor je neus die in 3D en in schaal 1:1 weliswaar sprekend lijkt op zijn twitter-avatar, maar IRL een stuk beweeglijker is. Of toen ik voor het eerst bij Bas op bezoek ging in het UMC. Rol je ineens een ziekenhuisbed door de gangen van het hospitaal, op weg naar de rookruimte. Met in dat bed iemand die je op Twitter al heel vaak heb gesproken, maar in deze setting toch een vreemde voor je is. De keer dat ik met zangeres Krause naar de Parade ging. Dat ex-collega Wesley en ik uit eten gingen en daar pas constateerden dat we elkaar bij Wanadoo eigenlijk nooit hadden gesproken. Naar de boekpresentatie van Marianne Zwagerman, waar de een na de ander op me af kwam: 'Hé, ben jij @jbartelds?' En zo zijn er dit jaar vele ontmoetingen geweest met de meest uiteenlopende figuren, waaraan ik inmiddels warme contacten heb overgehouden.

Facebook is dan een handig follow-up-platform. Daar deel je toch meer de dingen die wat persoonlijker zijn dan op een flapuit-medium als Twitter. Dat is tenminste hoe ik Twitter gebruik, naast het pluggen van blogs als deze. Wat vervolgens weer reacties oplevert, vaak uit onverwachte hoek en altijd leuk om te krijgen.

Foursquare is meer een dingetje om tips te vergaren. Voor wie het niet kent: je checkt ergens in en deelt dit vervolgens met je vrienden op Facebook en/of je followers op Twitter. Wat ik niet doe: mij gaat het alleen om de wachtwoorden voor gratis Wifi en eventuele andere voordeeltjes. Er zijn mensen die wél alles delen, soms vanuit een ´kijk mij eens hip bij Trouw staan'-mentaliteit, soms uit pure verveling. Die laatsten zijn het ergst. Die checken in bij ieder viaduct, elke bushalte, bij pompstations en verkeersknooppunten. Pure timeline-vervuiling is het. Uit pure irritatie krijgt zo'n figuur meestal meteen een block.

Mijn laatste ontdekking is Instagram, een appje waarmee je foto's kunt bewerken en die van anderen kunt 'liken'. In het begin likete ik de wolkenluchten en zonsondergangen nog, nu focus ik me meer op leuk uitziende types met al even leuke, persoonlijke foto's. Het grappige is dat sommige Instagram-followers nu ook met me twitteren en zelfs de eerste Facebook-contacten zijn alweer aan het ontstaan.

Hoewel ik meer op Twitter zit dan Facebook, heeft die laatste mijn absolute voorkeur. De app rammelt af en toe, maar hoe leuk is het dat je na tien jaar ineens weer bij Sonja en Stefan op de bank zit na een hernieuwde FB-kennismaking? Of dat ik kan volgen waar goede vriend David nu weer uithangt voor z'n werk? En de idiote opmerkingen van mijn tweejarige nichtje, die ik niet hoef te missen vanwege de updates van mijn zus uit Ierland?

Ten slotte dit: een kerstkaart die ik op mijn zeventiende stuurde naar klasgenootje Paula en die ze vorige week via Twitter als een boomerang terugbezorgde. Dat ik dat ding ooit gemaakt had was ik compleet vergeten...

zondag 16 oktober 2011

Totally awesome!!!!!

Amerikanen zijn mij er eentje. Ik zet even een paar kenmerkende eigenschappen op een rijtje. Allereerst zijn ze uitermate gevoelig voor autoriteit. En als ze je iets willen verkopen zijn ze je allerallerallerbeste vriend. Eerst dat autoritaire. Overal, maar dan werkelijk overal waar zich een rij zou kunnen vormen staan van die afzetlinten, waar mensen dan gedwee tussen gaan staan. Dat begint al bij de douane op het vliegveld. Wie niet netjes en bedaard door het doolhof zigzagt wordt afgeblaft dan wel afgestraft. Maar er zijn ook rijtjes voor het bioscooploket, voor de kassa in de Abercrombe-winkel en voor het zebrapad bij Ground Zero. En is er geen rijtje gemaakt, dan word je onvriendelijk verzocht je aan één kant - vaak de meest onlogische - op te stellen. Doe je dat niet snel genoeg, dan volgt een toegebrulde monoloog over safety en 'it's the LAW!!!'. Helemaal irritant was het op en rond Wall Street, waar een groep mensen al weken zit te demonstreren. Om de demonstranten in goede banen te leiden was half het zakendistrict afgezet. We wilden ergens wat gaan eten, maar moesten voor het restaurant dat we op het oog hadden (letterlijk, het lag namelijk op 30 meter afstand) een heel blok omlopen. Bij elke wegversperder die we tegenkwamen moesten we uitleggen waar we heen wilden en ja, dat was toch echt de andere kant op. En nee, we mochten er écht niet langs. Na veel geheenenweer was het ons uiteindelijk gelukt. Maar wat een gedoe....

Gelukkig valt er ook een hoop te lachen. Vooral horeca- en winkelpersoneel doet zijn best je dusdanig te behagen dat je de zaak met tassen behangen dan wel volgevreten verlaat. Daar zijn sommigen heel erg goed in, en anderen wat minder. Zo kregen we te maken met een ober die zich zonder ook maar enige vorm van uitdrukking in zijn gezicht voorstelde met het volgende gebrom: 'Hi. I'm Edward. I am very excited to be your waiter tonight.' Verveeld duwde hij ons de menukaart in handen. Meestal volgt er dan een onophoudelijke stroom toevoegingen (specials, soep van de dag, happy hour-cocktails, dat het speciaal 'for our guests' een smoke free terras is (met andere woorden: verboden te roken), enzovoort, enzovoort). Edward tuurde stoicijns in onze legen glazen en vroeg: 'Tap water?'. Dat was het. Wel lekker rustig eigenlijk... Later die week kregen we menu-advies van Stacey. Zeker drie gerechten op de kaart waren haar Favourite!!!!!!. Het eerste gerecht was bovendien AWESOME!!!, het tweede SPECTACULAR!!! en het derde zowel DELICIOUS!!! als YUMMMM!!!. Elders werd onze keuze bekroond met de uitroep: 'Good choice! That's my favoritest!'

Dan de standaard begroeting in winkels en openbare gelegenheden. 'Hi/Hello/HIII THEERE!!!, how you're doing?!?'. De meeste mensen zeggen daar hooguit Hi op terug, maar ik vraag altijd beleefd terug hoe het met hem of haar gaat. Dat varieert dan van 'SUPER!' tot 'GREAT!'. Slechts in één geval trok een serveerster een zuinig mondje en zei zachtjes 'I'm perfectly ok.' Waarmee ze dus eigenlijk keihard toegeeft dat het kut met haar gaat omdat waarschijnlijk haar halve familie haar gangbangt en de andere helft dood is neergevallen. Het liefst zou ik zo'n meisje een kusje geven, maar aanraken is uiteraard totally not done.

Als toerist heb je weinig te maken met 'gewone' New Yorkers. Die kun je dus alleen maar afluisteren als ze naast je zitten te eten of wanneer ze hun intiemste gevoelens met elkaar bespreken op een terras of in het Central Park. Dat doen ze. Luidkeels. De vrouwen zeggen bovendien om de drie woorden 'Like'. 'I was like and then she was like, like and I was like Oh my gosh (overdag, bij koffie) of Oh My Fucking GOD!!! ('s avonds, na twee wijn).' Nu is dit al jaren zo, de titel van mijn blog bestaat immers alweer een jaar of tweeëneenhalf. Maar het lijkt wel of het steeds erger wordt, dat ge-like. I mean, like, totally iedereen doet het nu. Moeders, dochters, homo's... Alleen heteromannen lijken minder met het virus besmet.

Eigenlijk zouden ze overal bordjes met 'No LIKE please. It's the LAW!' moeten ophangen. Stoppen ze pardoes en heel gedwee met deze nare habit.

zondag 18 september 2011

Hondenvoer, elastiek en een catwalk

Ik weet niet precies waar het aan ligt, maar mij vallen bepaalde dingen nu eenmaal op. Mensen kunnen namelijk hele rare dingen zeggen. Die móet ik vervolgens opschrijven. Meestal doe ik dat even snel, op Twitter. Vooral de laatste tijd ontbreekt het me aan de energie om er een complete blog over op poten te zetten. Toch zal ik me er vanaf nu weer vaker toe zetten.

Het afluisteren van gesprekken, ik ben er dol op. Vorige week donderdag was ik even bij de huisarts omdat m´n ooglid er raar bijhing. Terwijl ik wachtte op het recept voor een zalfje, vertelde de assistent aan de dokter dat ze het zo zielig vond dat de arme mensen in Amerika soms kattenvoer moesten eten omdat er geen geld was voor fatsoenlijk voedsel. Het antwoord van de huisarts: 'O, maar dat is helemaal niet vies hoor. Ik eet ook wel eens kattenvoer. Niks mis mee.' Nu is dat al vreemd, maar nog gekker was zijn antwoord op de vraag waaróm precies hij kattenvoer at. 'Dat is toch logisch. Dat komt doordat ik geen hondenvoer lust.'

Een half uur later stond ik te wachten bij de apotheek. Op de balie was een pot met elastiekjes neergezet, waarmee de apotheekmensen kartonnen medicijnverpakkingen makkelijk kunnen bundelen. Plots doemde een van de wachtenden naast me op en graaide de pot met elastiekjes helemaal leeg. Een man daar weer naast merkte vervolgens op: 'Goh, ik dacht dat daar dropjes in zaten. Maar elastiekjes, daar doe je natuurlijk veel langer mee.' In mijn hoofd zei ik zachtjes 'What the fuck?', maar ik dacht tegelijkertijd: dit moet ik onthouden.

Net als gisteravond, toen ik even naar de Albert Heijn flitste voor een snelle hap. Een jongetje van een jaar of acht marcheerde door het gangpad. Of paraderen, was het meer. 'Dit is mijn catwalk!' gilde het ventje enthousiast. Waarop de moeder hem toeriep: 'Dat zouden we niet meer doen!' Arm joch, dacht ik nog. Als hij wil shinen, láát hem dan shinen. Creativiteit moet je juist aanmoedigen. Maar waarschijnlijk liep het joch de hele dag op te treden en was mevrouw het zat. Ik wierp haar nog een blik toe (nou ja, niet echt, ik was per slot van rekening in een supermarkt dus had ik het bij nader inzien best kunnen doen) en glimlachte naar het beteuterde knulletje. De volgende keer krijgt ie applaus.

donderdag 8 september 2011

Achter de schermen bij Diva’s Draaien Door

We zijn op een kindercrèche. Backstage kijken we mee hoe het eraan toegaat bij de opnames van het nieuwe programma Diva’s Draaien Door, waarin Patricia Paay, Patty Brard en Tatjana Simic een poging doen andere mensen te helpen. Dat ze geen van allen iets met kinderen hebben doet er niet toe. Het levert mooie plaatjes op, en een hoop hilarische quotes. Alles voor de kijkcijfers.

Tatjana: ‘Waarom wil niemand met mij op de foto? Altijd wil iedereen met mij op de foto maar geen van die kinderen wil dat!’
Patricia: ‘Dat komt omdat je in hun ogen op een oma lijkt, Taat. Een oma met raar blond haar.’
Taat: ‘Een oma? Ik? Ik lijk toch helemaal niet op een oma? Zeker niet met mijn kleren uit.’
Patries: ‘En dat willen die kinderen al helemáál niet zien. Je houdt vandaag alles aan hoor!’
Taat: ‘Wat zitten die kleintjes naar m’n borsten te loeren. Stelletje viespeukjes!’
Patries: ‘Die hebben gewoon honger…’
Patty: ‘WAT IS DAT VOOR EEN HONDEHOER! IK GA TOCH GEEN LUIERS LOPEN VERSCHONEN! DAT MENS IS GEK! DANK JE DE TYFUS!’
Taat: ‘Maar daarvoor zijn we hier toch? Om met mensen op de foto te gaan en tussendoor een beetje te helpen?’
Patty: ‘IN HET FORMAT STAAT NIKS OVER STRONT!’
Taat: ‘Ook niet over aandacht. En dat is de enige reden dat ik mee doe. Ik wil gewoon een beetje aandacht. En laten zien dat ik niet dom ben.’
Patries: ‘Van ons drieën krijg jij de meeste aandacht van allemaal. Hoe ik er ook mee schud, ze kijken allemaal naar jou.’
Taat: ‘En dan denken ze meteen: daar heb je dat domme blondje weer. Echt. Elke keer als Flodder weer op tv is daalt mijn verwachtings-IQ met tientallen punten tegelijk.’
Patty: ‘WAT HEB JE NOU AAN IQ ALS JE HIER IN EEN STRONTLUIER MOET GAAN STAAN GRAAIEN?!?
Patries: ‘Sinds wanneer ben jij vies van een beetje poep? Met je klysma.’
Patty: ‘DAARMEE BEN IK ANDERS WEL DE PRESENTATRICE MET DE SCHOONSTE ANUS VAN NEDERLAND.’
Taat: ‘Kunnen we het alsjeblieft over iets anders hebben dan poep en stront? Wanneer gaan we weer op de foto met mensen?’
Patty: ‘NEE DAT KAN IK NIET. MIJN HELE FAKKING CARRIÈRE IS GEBASEERD OP STRONT!
Patries: ‘Ik ga eerst nog even de make-up in.’

dinsdag 6 september 2011

Kassameisjes

Dinsdagochtend half negen. Tramhalte, bij de Albert Heijn aan de Oostelijke Handelskade. Drie meiden van een jaar of zestien. Twee zitten op het bankje, nummer drie drentelt heen en weer op hoge hakken. Ze drinkt een blikje roze Fernandes, de twee anderen delen een pakje Wicky.

‘Eeey, weten jullie dat ik Millicent kapot eng vind? Ze zit achter mij bij de kassa.’
‘Dan wissel je toch met Sigourney? Die zit bij de laatste kassa.’
‘Nee dat kan niet meer, want we hebben nu allemaal een vaste kassa. Dat moet. Van Millicent.’
‘Jeeeeesesseeee, zij is toch niet de baas. Ofsooow.’
‘Maar iedereen is kapot bang voor haar. Ik ga niet meer bij Albert Heijn werken.’
‘Nee ik ook niet. Ik heb al genoeg drama in mijn leven.’

Het hooggehakte meisje haalt haar iPod-snoer uit haar mond en begint zich er nu ook mee te bemoeien.
‘Ik heb nooit met Millicent gewerkt. Ik was net op tijd weg.’
‘Waarom hebben wij altijd pech en jij altijd mazzel?
‘Ik heb ook nooit mazzel hoor. Me haar is gestraight maar het is helemaal pluizig.’

Inderdaad, het haar van meisje drie is door de harde wind flink gaan pieken.
‘Stomme kutwind!’

Dan komt er een jongen aangelopen, de tegenwind trotserend. Een grote jongen is het, in een joggingbroek. Z’n gezicht gaat schuil onder een hoodie.
‘Zie eens wie dat is?’
‘Kan ik niet. Is het Anil?’
‘Anil heeft nooit Adidas.’

De meiden barsten plotseling uit in een hysterisch gelach.
‘Ik zie z’n schlong!’
‘Wattefuk, ik kan alles zien!’
‘Eeey! Heb je een boxer aan?’
Nog harder gegil.

Meisje drie gooit haar Fernandes in de prullenbak en loopt naar de jongen. Struikelend over haar hakken rent ze terug naar de andere twee.
‘Néé! Het is tóch Anil! Kóm, rennen!’
‘Nee, de tram dan!’
‘Nee, nu! We hoeven toch maar één halte.’

De meisjes verdwijnen in de verte. Anil staart ze ongemakkelijk na, voor de zekerheid met z’n rug in de wind. Voor wie dit precies een afgang was, en waarom, is me nog steeds niet helemaal duidelijk.

vrijdag 15 juli 2011

De trut en de neger

Meteen toen ze door een uitgang de tram binnenglipte zag ik het al: dat is een vervelend oud wijf. En ja hoor. Braaf inchecken deed ze dan nog wel, maar toen ze op een drafje een lege plaats inpikte waar een andere, nog veel oudere dame langzaam naartoe stommelde, wist ik het: dit was een trut.

Ze zat aan de andere kant van het gangpad, schuin tegenover me. Haar gele haar hing in vette slierten over de kraag van haar vaalrode windjack. Ze droeg een rugzak in eenzelfde onbestemde kleur, waarvan de rits halfopen hing. Ze had bij zich 1) een fles bio-vruchtensap, 2) een donkerbruine inklapplu in dito hoes en 3) een in zwart/wit uitgevoerde brochure waarin een veganistische kookcursus werd aangeprezen. Aangezien ik volzit met vooroordelen, had ik een instant hekel aan het mens.

Vanachter haar met regendruppels bedekte sjempotglazen loerde ze om zich heen. Haar bergschoenen had ze breeduit in het gangpad geparkeerd en om de zoveel tijd slaakte ze geïrriteerd een zucht. Tja, dacht ik. Áls je al zo lelijk bent, zorg dan ieder geval voor een fatsoenlijke presentatie. Dat maakt het allemaal net even wat sympathieker. Maar het kon het kreng waarschijnlijk weinig schelen hoe ze op anderen overkwam.

Halte Leidseplein. Het werd tijd om uit te stappen. Ik hield me staande in het gedrang door met één hand de stang naast de uitgang vast te pakken, terwijl ik met de andere mijn ov-chipkaart uit m'n broekzak probeerde te vissen. Toen stond het kreng op en probeerde onder mijn arm door te kruipen. Ik wankelde maar hield mijn poot stijf. 'Laat me d'r es langs!', bitste het kreng. 'Mevrouw, het is hier druk. Ik val bijna om', zei ik terug. Toen het kreng weer, op luide toon: 'HORK!'

Dit kan leuk worden, dacht ik nog. Scherp zijn. 'Mevrouw, u bent brutaal.' Meestal werkt die tactiek: volwassenen, die een stuk ouder zijn dan ik, aanspreken op een toon alsof het kleine kinderen zijn. Maar het kreng was niet van haar stuk te brengen. Ze riep nog een keer: 'Laat me er langs, hork!' 'Mevrouw, als ik een hork ben, dan bent u een stuk chagrijn.' 'Ik ben helemaal niet chagrijnig. Volgens mij heb je het over jezelf.' Ik keek haar quasi-geamuseerd aan en zei: 'Wedden dat ik niet chagrijnig ben?' Waarop zij antwoorde, waarschijnlijk hintend op mijn - in haar ogen - totale gebrek aan manieren: 'Je bent in ieder geval een stuk jonger dan ik.' Tijd voor revanche. 'Ja inderdaad. Dat is duidelijk te zien. Nou, daag.'

Ze zei nog netjes 'Daag' terug ook. Dat het ook heel anders kan, bleek een dag later. Wederom stond ik in een volgepakte tram vol natgeregende mensen. Het was net als die dag daarvoor een gedrang van jewelste. Bij het uitstappen stond plots een strakgestylede neger van een jaar of dertig naast me. Boven ons loeide de verwarming alsof het januari was. Hij bracht z'n mond naar mijn oor en fluisterde met iets te veel lucht: 'Heet hè?'.

Ik stapte uit. Op een roze wolk zweefde ik naar huis, z'n warme stem na-resonerend in mijn oor.

zondag 22 mei 2011

Oooooopraaaaaahhhh!

Ze is ermee gestopt. Oprah. Na een jaar of 25 en een stuk of 5000 shows heeft de talkshowdiva besloten de knuppel in het spreekwoordelijke hoenderhok te gooien. Ze gaat acteren op Broadway en een tv-zender runnen, of zoiets. Jammer, want hoe klef het er soms ook aan toeging: ik bleef regelmatig hangen als ik langs Oprah zapte.

Midden jaren tachtig vond Oprah een sjabloon uit waar diverse talkshowhosts op voortborduurden: de freakshow. Met name Ricki Lake en Jerry Springer gingen ermee aan de haal. Waar Oprah ontwrichte gezinnen in haar studio los liet gaan over hun scheiding of allerlei tuig liet vertellen over misdaden, kwamen ze bij Ricki en Jerry puur om te rellen en te vechten. Waarvan het grootste deel natuurlijk in scène was gezet. Het duurde dan ook niet lang voordat Oprah het roer omgooide: van een vechtshow veranderde haar programma in feelgood-tv.

Vaak voelde dat net iets té goed. De psychobabble van Dr. Phil en andere deskundologen, het gejank van de studiogasten, wereldverbeterende goeroes en Oprah's verhalen over haar eigen droevige verleden, het gedweep met beroemdheden (Bette Midler! You're my favorite singer! Een week later zou ze hetzelfde zeggen tegen Cher)... Soms was het gewoon too much. Maar vaak ook leverde het erg leuke tv op. De afleveringen waarin ze 'on the road' ging met Mybestfriendgayle. De immer knappe interieurdeskundige Nate Berkus, die zijn vriend verloor tijdens de tsunami. Madonna, die haar kinderaankopen in Malawi kwam verdedigen via een videowall. De interviews met Prince en Michael Jackson, die om vage redenen niet zijn terug te vinden op de dvd-collectie.

Het jaarlijkse hoogtepunt van Oprah (of het dieptepunt, zo je wilt) vormde de graaishow 'Oprah's favorite things'. Het eerste jaar kreeg het voltallige publiek een snelkookpan en gratis toegang tot een Disneypark, maar al snel groeide dit evenement uit tot iets monsterlijks met idioot dure cadeaus. Het publiek werd compleet lethargisch als ze doorkregen dat ze bij een 'favorite things'-aflevering waren terechtgekomen. Niet gek ook, als je met een nieuwe auto, een compleet nieuw interieur en gratis toiletpapier voor de rest van je leven naar huis ging.

Oprah is een goed mens. Maar ook een mens dat goed voor zichzelf zorgt. Zo las ik een keer een editorial van haar, in de Zuid-Afrikaanse editie van O. Het blad, dat vooral gelezen wordt door arme negers in townships, is een inspiratiebron voor velen. Maar zitten die mensen erop te wachten dat Oprah haar honden in haar testament heeft opgenomen? De editorial ging als volgt. Oprah was met haar vliegtuig op weg naar haar vakantiehuis op Hawaii, toen de piloot erachter kwam dat er een scheurtje in het glas van een van de ramen zat. Oprah stond doodsangsten uit. Want wat moest er met haar hondjes gebeuren, mocht zij komen te overlijden? Oprah bedacht zich geen moment, liet de piloot resoluut het vliegtuig aan de grond zetten en bijna ter plekke regelde ze dat haar honden recht hadden op een groot deel van haar vermogen. Zo, dat was ook weer rechtgezet. Maar wie verder iets opschoot met dat verhaal?

Het is een leuke terzijde in het verhaal Oprah, die meer dan 25 jaar een aardige rol heeft gespeeld in mijn tv-herinneringen. Maar wat me het meest is bijgebleven is het hysterische Amerikaanse publiek, dat als voorbeeld heeft gediend van hoe we ons in Nederland op tv zijn gaan gedragen. Namelijk luid, luider, luidst. Net als Oprah zelf, trouwens. Bekijk de volgende compilatie maar eens...

maandag 11 april 2011

Een prettig gesprek in lijn 2, vandaag

Tramhalte Hoofddorpplein, 18.30 uur. De tramchauffeur wacht tot een oud besje de oversteek heeft gemaakt vanaf het trottoir. Het besje draagt een turquoise zomerjurk met een lichtbeige bontjas erover. Het haar keurig in Oud-Zuidstijl gekapt. Ze hijst zich naar binnen en start de volgende monoloog.

'Chauffeur, ik hoef maar één halte. Ik ben dat hele eind komen lopen. Vanaf de Amstelveenseweg. Vijf winkels moest ik in voor cadeaus voor mijn achterkleinkind. Is een heel leuk kind hoor, daar niet van. Maar ik zit van mijn nek tot aan mijn tenen onder de artrose. Neeeee, daar zie je niks van nee. Maar ik voel het wel. En een pijn dat het doet! Toe, breng me even één halte verder. U kunt het zo'n oud mens als ik toch niet aandoen om dat hele stuk terug te moeten lopen? Man, ik had al lang in bed moeten liggen!'

Zonder te betalen gaat ze zitten op de voorste stoel, die een man haar in allerijl beschikbaar heeft gesteld. Ze gaat verder:
'En morgen ben ik jarig hè. Maar mooi dat er niemand komt! Helemaal niemand die op mijn verjaardag komt. Ik ben helemaal alleen, maar dat vind ik allang niet meer erg hoor. Ik zal mezelf eens lekker gaan verwennen. Hoe oud denkt u dat ik morgen word, chauffeur? Wat zegt u? Zeventig? U wilt wel heel erg graag aardig gevonden worden, niet? Zeventig! Zeventig! Probeert u mij soms te versieren meneer? Zeventig. Nu vraag ik je. Tel er maar gerust zeventien jaartjes bij op. Nee, dat zou u niet zeggen, hè. 87 jaar alweer.'

Dan heft ze luidkeels het bekende lied van Ramses Shaffy aan.
'We zullen doorgaan
Met het zweet op ons gezicht
Om alleen door te gaan
In een loopgraaf zonder licht!'

'Want echt veel meer dan doorgaan kun je niet hè? Ja, hopen dat het beter wordt. Maar dat wordt het nooit meer, met alle oorlog en ellende op de wereld. Ik zeg u, chauffeur, we leven in het einde der tijden. Het einde is nabij, dat verzeker ik u. Kijk maar in het Nieuwe Testament. Daar staat het allemaal in. God wil dat wij vrede met elkaar sluiten en wat doen we? We schieten elkaar dood en steken elkaar neer. Zo heeft god het niet bedoeld. Echt, gelooft u mij, hij laat dit allemaal niet zomaar over zijn kant gaan.'

De halte nadert. De vrouw staat op.
'Ach chauffeur, doet u mij een plezier en help me even uit de tram. Ik geef mijn boodschappen even aan u mevrouw, zet u die naast de tram? Meneer, u bent een fijne chauffeur. God heeft het beste met u voor. Als u niets verkeerd doet is een plekje in de hemel gegarandeerd hoor. Ik weet het zeker. Zo'n lieve man! Nou, vriendelijk gegroet en een fijne dag verder!'

Hoe het eten van een hotdog had kunnen uitlopen op wilde seks

Gisteren zat ik te eten bij Toko MC. Waarschijnlijk kwam het door het lekkere weer, maar menig terraszitter had 'm om 18.30 uur al aardig zitten. Maar wat er toen binnenkwam aan lallend volk was moeilijk te geloven. Een rood aangelopen kerel met drankwallen tot op z'n knieën en een vrouw die niet meer recht uit haar ogen kon kijken, laat staan lopen. De man vertrok vrij snel naar buiten, waarna de vrouw een oudere man aan een andere tafel begon lastig te vallen. Eerst probeerde ze haar tong in de mond van de man te proppen en toen dat niet lukte duwde ze haar hoofd in zijn kruis. Niet lang daarna smeerde ook deze man 'm naar buiten. De vrouw tolde door de ruimte, sloeg dubbel tegen de bar en landde uiteindelijk op een bank, waarna ze in slaap dreigde te vallen. Toen het personeel haar naar een taxi begeleidde, keerde de rust weder.

Deze situatie deed me denken aan een incident van enkele jaren geleden. Ik was wezen stappen in Utrecht en kwam met de nachttrein aan in Amsterdam. Nu is het CS 's nachts hermetisch afgesloten, op één uitgang na. Hier staat - heel strategisch - pontificaal een hotdogkraam die inspeelt op de broodnodige behoefte van de nachtelijke reizigers. Zo stond ik dus een broodje hotdog te nuttigen, toen er naast mij een vrouw opdook.

'Hoe kom je daaraan?', vroeg de vrouw, die ik zo'n 55 jaar schatte. Ze droeg een sexy bedoelde outfit met veel soorten dierenprint. Het platinablonde, kapotgepermanente haar had uitgroei. De lipstick was in de lijntjes rond haar mond gelopen en ook haar oogmake-up hing uit het lood. 'Kijk eens naast je?', zei ik tegen de vrouw, terwijl ik naar de hotdogkraam knikte. 'O, maar dat ken ik niet betalen hoor'. Ik bood haar mijn laatste stuk hotdog aan, dat ze gretig uit mijn handen trok. 'Waar zijn we hier ergens?', vroeg de vrouw. 'Bij het Centraal Station, waar moet je heen?' 'Naar Noord. Met de pont.' Nu stond mijn fiets toevallig aan de achterkant van het station, dus ik zei: 'Kom, geef me een arm, dan loop ik met je mee. Ik moet ook die kant op.'

Zo slingerden we samen onder het spoor door, waar ze me prompt stilhield. 'Wat ben jij eigenlijk lief!' Ja ja, kom, loop door, sputterde ik. 'Nee echt, kom hier.' Haar hand gleed richting mijn kruis en de hotdogrestjes op haar gezicht zaten ineens op dat van mij. 'Je mag wel bij mij blijven slapen hoor. Je bent liehiehief!', lalde de vrouw in mijn oor. 'Sorry, ik ben homo. Aan mij heb je dus sowieso niks vanavond.' Oké, misschien een slap excuus om me achter te verschuilen. Ze nam er dan ook geen genoegen mee. 'Geeft niks, ik bekeer je wel!', en ze duwde zich tegen me aan. Ik pakte haar weer stevig bij de arm en we marcheerden verder. 'Mooi niet. Jij gaat naar jouw huis en ik ga naar mijn huis.'

Terwijl de vrouw al dreinend achter me aan slenterde, kwam het platform met de pontjes in zicht. 'Kijk, daar is het. Mijn fiets staat hier. Succes verder hè?' 'Hé, niet weggaan! Ah toe!' 'Jawel. Niet in het water vallen hè?' Terwijl ik die laatste woorden uitsprak dacht ik: als ik haar maar niet op ideeën breng. Nadat ik m'n fiets had losgekoppeld ging ik toch maar even kijken. Er zaten drie dronken meiden op een rij en verder stond er alleen de tas van de vrouw. Het zou toch niet... Ik vroeg of ze een blonde vrouw hadden gezien. 'O, dat oude wijf. Die is even pissen. Wij letten op haar tas.'

In de verte hoorde ik haar gillen: 'Is dat die leuke jongen weer? Vraag hem zijn telefoonnummer! Ik móet met hem bellen!' Het nummer dat ik heb gegeven klopte, op een haar na.