Posts tonen met het label FU very much. Alle posts tonen
Posts tonen met het label FU very much. Alle posts tonen

donderdag 17 januari 2013

Een surrealistische thriller

I know, het is bloedvervelend als mensen je lastigvallen met wat ze nu weer voor raars gedroomd hebben. Zelf probeer ik mijn nachtelijke slaapavonturen dan ook zoveel mogelijk voor me te houden. Maar soms zit er een pareltje tussen. Afgelopen nacht bijvoorbeeld. Het is de aanzet voor een magisch-realistische tv-thriller die zich afspeelt in een tijdloze wereld, het begin van een surealistische misdaadroman of gewoon alleen maar dit verhaaltje.

De setting: een oud stadhuis met een aanpalende brandweerkazerne. De tussenliggende restaurantruimte is in gebruik bij het gezamenlijke personeel. Zowel ambtenaren in grijze pakken als brandweerlieden in uniform nuttigen hier hun maaltijd (niet lunch zeggen, dat doen de mensen niet in tijdloze werelden). Deze dag was anders: er had zich een wonder voltrokken. Het matglazen raampje in de deur had zich ongemerkt verplaatst, waardoor er om precies twaalf uur een zonnestraal het fonteintje in het midden van dat restaurant verlichtte. In het neerdalende water manifesteerde zich een adembenemende regenboog.

Vanaf dat moment veranderde er van alles. Er werd niet meer gewerkt, maar apathisch naar de fontein gestaard. Van heinde en verre kwamen mensen en dieren af op het licht en vormden een cirkel rond het fenomeen. Van tijd tot tijd week het water en verscheen een vrouw in de bron. Ze droeg een blauwgroen gewaad, had lang, blond Medusa-haar en was overduidelijk zwanger. Zo onverwacht de vrouw verscheen verdween ze ook weer, en samen met haar ook andere mensen uit de samenleving.

Op een dag waren alle ratten weg. Dat gaf een hoop rust, maar ook verwarring. Mensen werden begonnen hun huisdieren, kinderen en bejaarde ouders weg te houden bij de bron. Op het stadhuis werd koortsachtig vergaderd. Moest het visioen gestopt worden? En als dat niet lukte, moest er beleid komen wie of wat de vrouw tot zich kon nemen? En wie bepaalde wie of wat er werd geofferd? Er kwam een groot hek rond de fontein, maar de vrouw liet zich hierdoor niet weerhouden. Ze verscheen nu ook op andere plekken in het openbaar. Het matglazen raampje was op dat moment allang dichtgespijkerd en de fontein drooggelegd. Kortom: het was niet leuk meer.

De boel escaleerde. Mensen vielen spontaan in slaap, lagen stuiptrekkend op de grond of maakten ruzie met elkaar. De ongrijpbare dader begon nu ook direct mensen te consumeren. Ze opende haar jurk en willekeurige omstanders verdwenen in haar baarmoeder.

Toen werd ik wakker. Ik heb nog geprobeerd er een bevredigend einde bij te dromen, maar dat is niet gelukt.

dinsdag 13 november 2012

Even bellen met Mariska van Kolck

Zeg Maris, waarom doet Leco jou eigenlijk niet?
‘Lieve schat, dat heb ik toch helemaal niet nodig? Ik kan dat gewoon zelf.’

Dacht je dat Sylvie en Yolanthe ook alles zelf bedenken?
‘Neeeeeeee, maar dat zijn nog van die meisjes. Die moeten nog een eigen stijl ontwikkelen. Ik heb dat allang in mijn vingers.’

Hoe zou jij je stijl omschrijven?
‘Ik pas mij altijd honderd procent aan aan mijn omgeving. Jij weet natuurlijk dat ik een prachtig programma presenteerde over dagtochtjes in Nederland, kom, hoe heet het ook alweer. Wekelijks zag je me in de weer op tandems, kerktorens of imkerbezoek. Dan trek ik natuurlijk een lekker makkelijke bodywarmer aan en grote wollen vesten.’

Dus toen je hoorde dat de André Hazes-musical in première ging…
‘Heb ik me geen moment bedacht. Die Raggel is natuurlijk bloedordinair, dus ik dacht: daar móet ik overheen. Dus wat heb ik gedaan: mijn vooronder gecontroleerd op zijkantlekkage, uit met die slip en gáán met die banaan!’

dinsdag 16 oktober 2012

Haartransplantatie

Het is druk in lijn 10. Op het Weteringcircuit stappen twee vrouwen en een man in, zo te horen collega’s van elkaar. Ik val in het gesprek op het moment dat het gaat over de gemiddelde leeftijd van de afdeling waar de drie werken. We noemen ze even Vrouw1, Vrouw2 en Paul.

Vrouw1: ‘Wel fijn, een beetje vers bloed. En lekker jong ook.’
Vrouw2: ’36. Noem je dat lekker jong?’
Vrouw1: ‘Het trekt in elk geval de gemiddelde leeftijd niet omhoog. Die is 37.’
Vrouw2: ‘Wie zijn er allemaal ouder dan 37? Marijke, die is 49, Paulien…’
Vrouw1: ‘René is 45. Dat zou je echt niet zeggen.’
Vrouw2: ‘Nee, inderdaad. Nog een flinke bos zwart haar en geen enkele rimpel.’
Vrouw1: ‘Als ik René naast jou zou neerzetten, zou ik hem jonger schatten, Paul.’

Paul: ‘Nou, bedankt hè?’
Vrouw1: ‘Maar serieus. Hij ziet er een stuk jonger uit.’
Vrouw2: ‘Ja, nu je het zegt.’
Vrouw1: ‘Paul is dan ook al helemaal grijs, als hij het niet verft.’
Vrouw2: ‘En je kin gaat een beetje hangen ook, Paul.’

Paul: ‘Sja... M’n kop begint behoorlijk te veranderen. Maar grijs haar vind ik niet zo erg. Wel dat het snel dunner wordt.’
Vrouw1: ‘Dan neem je toch een haartransplantatie? Dat heeft Gerard Joling ook gedaan. Maar het is heus niet alleen voor homo’s hoor.’
Vrouw2: ‘En je verft je haar toch ook al? Dan is zo’n transplantatie niet eens zo’n grote stap.’
Vrouw1: ‘Bij Gerard Joling valt het alleen op omdat iedereen het weet. Van jou weet niemand het.’

Paul: ‘Behalve jullie. En de hele tram.’
Vrouw1: ‘Woehaha! Jij schaamt je toch niet omdat je je haar verft, Paul?’

Ze stappen uit op het Weesperplein. De twee vrouwen zich van geen kwaad bewust en de man een kopje kleiner.

donderdag 31 mei 2012

De kip, de vajayjay en het ei

Laatst kwam ik op Griekenland een kip tegen. Daar moest ik vanmorgen weer aan denken toen mijn collega het had over zijn kippen, die regelmatig van de leg zijn. Toen ik in Griekenland was, bedacht namelijk ik een geavanceerder systeem waar kippen slimmer bij af zijn tijdens het broeden. Heel simpel: waarom stopt de kip het ei niet terug in z'n eierhol - of hoe heet dat bij die beesten - en broedt zij het inwendig uit?

De kip hoeft hierdoor geen nest te bouwen, gaat gewoon lekker de hele dag haar gang en na een week of wat, zeg op het moment dat het ei op barsten staat, poept ze het weer uit. Ik legde dit idee voor aan mijn collega's, maar het landde nog niet direct. Collega 1 zei: 'Dat terugproppen vind ik zielig voor de vajayjay van de kip.' Collega 2: 'Wat als het ei breekt in de kip? Dat kan pijnlijke situaties opleveren als ze aambeien heeft.'

Nu weet ik niet hoeveel kippen er met aambeien rondlopen, niet zoveel lijkt me. Dus de schade zal in de praktijk waarschijnlijk meevallen. Nu de kip er nog van overtuigen dat ze haar leven veel efficiënter kan inrichten.

dinsdag 17 januari 2012

Zweedse meisjes, het vervolg: Sita het Hongaarse meisje

Lees eerst het vorige verhaal over de Zweedse meisjes. Dit is dus het vervolg.

Aangezien het mentorvader- en -moederschap ons goed was bevallen, bedachten Nina Rosa en ik ons geen moment toen zich in het nieuwe studiejaar wederom een mentormeisje aandiende. Deze keer had het lot bepaald dat we een Hongaarse studente ter opvang kregen, Sita genaamd.

Sita was een donkerharige schone met ravissant zwart haar. Als ze lachte tenminste. De eerste vijf minuten deed ze dat nog volop, al was ze na een week nog steeds vermoeid van de uitputtende reis die haar van een Hongaars bergdorpje naar Utrecht had geleid. We maakten kennis met een kopje thee en om het ijs te breken stelden we haar nieuwsgierig de ene vraag na de andere. Sita vroeg niets terug. Na een minuut of tien was ze het eenzijdige verhoor zat en ze zei: 'Dat hoeven jullie allemaal niet te weten.'

Een paar dagen later informeerden we voorzichtig bij het Buitenlandsestudentenhuis op het Janskerkhof hoe het Sita beviel, hier in Nederland. Ze had al die dagen binnen gezeten, ook al hadden we haar gewezen waar het postkantoor was. We waren op dat moment nog vast voornemens haar de Afsluitdijk te laten zien en een oer-Hollandse maaltijd voor haar te koken. Toen nog wel.

Gedurende een periode van drie maanden hebben we om de zoveel dagen geprobeerd contact te leggen met Sita. Vaak schold ze mopperend in de telefoon wat voor koud kutland Nederland was. En dat iedereen vervelend tegen haar deed. En waarom hier geen goulashsoep in ruime hoeveelheden voorhanden was. Waarom ik stiekem naar haar vriendje had gegluurd toen hij een paar dagen over was uit Hongarije (wat overigens niet zo was, de jongen had de uitstraling van een hork met z'n platvissengezicht). Waarom iedereen hier Nederlands sprak. Waarom haar huisgenoten zo vervelend waren. En zo ging het vaak nog even door.

Het lachen was Sita totaal vergaan. Het schone was er dus wel vanaf. En dat ravissant zwarte haar hing inmiddels in vette slierten om haar hoofd. Zo verwaterde het contact, dat op het eind tot een onverwachte climax kwam. Sita had namelijk besloten ons te trakteren op een afscheidsetentje! Dat ze wegging moest inderdaad groots gevierd worden.

We belden aan. Een buitenlandse student (een hele leuke, aardige, Jessica en Jenny-achtige) deed open en stuurde ons door naar Sita's kamer. Daar lag ze, languit op de grond met het gezicht naar de vloer. Bezorgd vroegen we of het wel goed met haar ging. Sita deelde haar kamer met een Amerikaanse Kimberley. Zo'n doorsnee Natalee Holloway-kloon die haar helft van de kamer had behangen met roze schilderijlijstjes vol vriendinnenfoto's. 'Zo lig ik hier altijd', zei Sita. 'Dan hoef ik die stomme blije foto's van Kimberley of hoe ze ook heet niet te zien.'

Zwaar geïrriteerd ging Sita ons voor naar de keuken. Ze viste een vieze pan uit de gootsteen en hield deze voor de vorm onder een lauwe waterstraal. Daarna mikte ze de pan voor de helft vol met macaroni, gooide er wat blokken kaas en bevroren spinazie door en zette hem op het vuur. Na een kwartier was het 'eten' 'klaar'. Na een half uur stonden we weer buiten, nadat we Sita omstandig hadden bedankt voor de feestelijke maaltijd. Voor de vorm telefoonnummers uitwisselen konden we niet meer opbrengen.

En zo eindigde het o-zo vrolijke mentorverhaal in een debâcle. Aan een nieuwe lichting studenten zijn we dan ook nooit begonnen.

woensdag 2 november 2011

Beschaving anno 2011

Restaurant Zushi, woensdagavond, een uur of half acht. We zitten aan de ronde bar, met voor ons een lopende band waarop schoteltjes met allerhande sushi voorbij slakkegangen. De barkrukken staan vrij dicht naast elkaar, waardoor lichamelijk contact met een onbekende buurman of -vrouw onvermijdelijk is. Gelukkig zijn de meeste mensen zo beleefd zich te verontschuldigen als ze op de een of andere manier even wat meer ruimte nodig hebben.

Zo niet de 'dame' links naast mij. We noemen haar voor het gemak maar even Mevrouw de Cultuurrelativist. Ze had me al vernietigend aangekeken voordat ik plaatsneem op de lege kruk naast haar. Haar stapel lege schoteltjes staat pontificaal voor mijn neus. Een serveerster zet deze subtiel een eindje naar links, maar met een ferm handgebaar schuitft de Cultuurrelativist ze weer terug in de oude positie.

Luid tetterend zet ze haar gesprek voort. 'Wat een heeeeeerlijk eten hebben ze hier. Ik ga zo DIE daar nemen!' Om haar woorden kracht bij te zetten duwt ze haar arm bijkans in mijn gezicht en priemt met haar vinger naar een schoteltje met gyoza's. 'Echt, moet je zien hoeveel bordjes ik al op heb', giert ze naar haar gezelschap, rammelend met het de stapel schoteltjes voor mijn neus.

Ik kijk naar links. Voor de Cultuurrelativist ligt een telefoon met daarop een sticker. 'De Mars der Beschaving' staat erop. Even word ik afgeleid door twee latina's die de trap bij de ingang opkomen en plaatsnemen aan de bar tegenover ons. Mevrouw naast mij roept iets te luid: 'Zou dat nepbont zijn? Dat is toch geen echt bont hè? En als het nepbont is, dan nóg! Dat trek je toch niet aan? Het idee alleen al dat je de suggestie wekt dat je in doodgeknuppelde dieren rondloopt!'

De meisjes doen alsof ze niks horen. De Cultuurvrouw richt haar pijlen daarom maar weer op haar soortgenootjes. 'Moet je ons toch eens zien zitten! Terwijl heel Europa in puin ligt zitten wij hier lekker sushi te eten. In Griekenland kan dat straks niet meer hoor! En in Nederland misschien ook niet. Geniet er nou maar lekker van. Hier, ik heb steeds de duurste schoteltjes genomen. Hahaha, wat nou, crisis!'

De Cultuurrelativist staat op. 'Jij betaalt, toch?', roept ze naar de man naast haar. 'Ik moet weg.' Bij het opstaan had ze me al ruw in m'n zij gepord met haar elleboog. Nu slaat ze haar jas tegen me aan, waarbij mijn schoteltjes bijna van de bar lazeren. Daarop trekt ze zonder iets te zeggen haar tas onder de bar vandaan. Mijn kruk wankelt, maar ik blijf overeind. Na een luidkeels 'DOE-DOEI' verdwijnt mevrouw de Cultuurrelativist uit beeld.

Beschaving? Laat me niet lachen...

maandag 22 augustus 2011

Rare werkpraatjes

In elke werkomgeving wordt geroddeld. Flink geroddeld ook. Vaak gaat dat er heel omzichtig aan toe, soms zelfs op fluisterniveau. Ook erg: collega’s die samenspannen tegen een bepaalde persoon en daar al hun ergernissen op projecteren (‘jee, gaat ze nu alweer naar de wc? Zou ze stiekem aan de coke zitten?’). Maar het ergst én het grappigst zijn de einzelgängers die doodleuk hun gang gaan en alles eruit kramen wat ze voor de bek komt.

Een paar banen geleden werkte ik voor een vakblad op het gebied van reclame. Behalve een collectieve hekel aan de baas (een narcist pur sang met een bord voor d’r kop, dat het elke dag om vier uur op een wijnzuipen zette) hadden de collega’s erg weinig met elkaar gemeen. Zo kon het gebeuren dat de ene helft van de sales-afdeling bij ons op de redactie over de andere helft kwam roddelen. Er werkte bijvoorbeeld een zeer grote, omvangrijke vrouw, die dagelijks over de tong ging bij haar collega die we voor de vorm maar even Yoghurt noemen (dat was immers zijn bijnaam). Yoghurt sloeg altijd toe op momenten dat het net niet uitkwam. Zat de meerderheid van de redactie aan de telefoon, dan bedacht hij dat hij bij jou op de hoek van je bureau moest komen zitten. ‘Heb je Gemma (bijna haar echte naam) gezien?’, begon hij dan. ‘Gemma zit nú al weer te vreten.’ Vervolgens keek hij je samenzweerderig aan en fluisterde: ‘Een heel pak aardbeienyoghurt. Daar schudt ze dan van die pure chocoladevlokken over uit. En dat slobbert ze dan achter elkaar naar binnen.’ Gemma was verder best aardig, al noemde ze haar homocollega’s steevast zaadvreters en van haar is de uitdrukking ‘Hare Narigheid’ afkomstig, een titel die we voor de bazin reserveerden. Maar dat vreten, dat ging op een gegeven moment iedereen tegenstaan.

Overigens was Hare Narigheid al even schaamteloos. Als ze zichzelf niet liep op te hemelen (‘Overal waar ik binnenkom beginnen mensen te stralen. Ik ben een bron van pure inspiratie.’), liep ze anderen af te kraken. Werknemers werden plotseling op non-actief gezet omdat ze haar hadden geïntimideerd dan wel met een mes in haar tuin hadden gestaan. Of omdat ze er mee in bed had gelegen, volgens het roddelcircuit. Eén persoon, iemand die de redactie moest coachen nota bene, bleef weg omdat ze volgens Hare Narigheid ‘geestelijk en lichamelijk volledig was uitgewoond.’ En zo had ze over iedereen wel wat.

Weer een paar banen daarvoor werkte ik bij een grote internetprovider. Met name in de studio heerste bij vlagen complete anarchie. Op vrijdag kwam een cokebusje allerlei lekkers bezorgen, terwijl collega’s wodka en ander sterk spul haalden bij de Gall & Gall. Twee vrouwelijke collega’s, die de dag doorkwamen op een groentensapdieet en een enkele tictac, gingen er geregeld lam lallend aan onderdoor. Maar op maandag werden ze bij de koffieautomaat weer even vriendelijk bejegend door collega L., die met z’n onschuldigste ogen doodleuk aan zo iemand kon vragen: ‘Sta je lekker kutscheetjes te laten?’ L. was nogal een ongeleid projectiel. Hij verscheen soms dagen niet op kantoor, kwam dan terug met spierwit haar, om er nog voor het einde van de dag allemaal zwarte anarchistentekens in te kliederen. Het ging pas echt mis toen collega R. bij hem introk. Die zat vanaf dat moment knikkebollend in z’n bureaustoel. Het schijnt dat hij tijdens een personeelsuitje nog eens door de HR-mevrouw uit een volgekotste plantenbak is gevist. Afijn, L. dus. Die de grofste opmerkingen naar de hoofden van brave, duurbetaalde consultants slingerde. Waar L. was, daar gebeurde wat. Stond hij geen tram te moonen, dan vloog er wel een prullenbak in de fik. Uiteindelijk is L. gewoon maar helemaal niet meer komen opdagen en tot op heden ontbreekt ieder virtueel spoor van hem. Naar het schijnt is hij tegenwoordig keurig getrouwd en heeft ie een paar (nu nog) lieve kinders.

Zo heb ik nog veel meer voorbeelden van bizarre gesprekken, vreemde collega’s, idiote practical jokes, inside information en stiekeme lift-affairettes die ik met liefde voor jullie neer pen. Maar voorlopig lijkt me dit wel even genoeg…

vrijdag 15 juli 2011

De trut en de neger

Meteen toen ze door een uitgang de tram binnenglipte zag ik het al: dat is een vervelend oud wijf. En ja hoor. Braaf inchecken deed ze dan nog wel, maar toen ze op een drafje een lege plaats inpikte waar een andere, nog veel oudere dame langzaam naartoe stommelde, wist ik het: dit was een trut.

Ze zat aan de andere kant van het gangpad, schuin tegenover me. Haar gele haar hing in vette slierten over de kraag van haar vaalrode windjack. Ze droeg een rugzak in eenzelfde onbestemde kleur, waarvan de rits halfopen hing. Ze had bij zich 1) een fles bio-vruchtensap, 2) een donkerbruine inklapplu in dito hoes en 3) een in zwart/wit uitgevoerde brochure waarin een veganistische kookcursus werd aangeprezen. Aangezien ik volzit met vooroordelen, had ik een instant hekel aan het mens.

Vanachter haar met regendruppels bedekte sjempotglazen loerde ze om zich heen. Haar bergschoenen had ze breeduit in het gangpad geparkeerd en om de zoveel tijd slaakte ze geïrriteerd een zucht. Tja, dacht ik. Áls je al zo lelijk bent, zorg dan ieder geval voor een fatsoenlijke presentatie. Dat maakt het allemaal net even wat sympathieker. Maar het kon het kreng waarschijnlijk weinig schelen hoe ze op anderen overkwam.

Halte Leidseplein. Het werd tijd om uit te stappen. Ik hield me staande in het gedrang door met één hand de stang naast de uitgang vast te pakken, terwijl ik met de andere mijn ov-chipkaart uit m'n broekzak probeerde te vissen. Toen stond het kreng op en probeerde onder mijn arm door te kruipen. Ik wankelde maar hield mijn poot stijf. 'Laat me d'r es langs!', bitste het kreng. 'Mevrouw, het is hier druk. Ik val bijna om', zei ik terug. Toen het kreng weer, op luide toon: 'HORK!'

Dit kan leuk worden, dacht ik nog. Scherp zijn. 'Mevrouw, u bent brutaal.' Meestal werkt die tactiek: volwassenen, die een stuk ouder zijn dan ik, aanspreken op een toon alsof het kleine kinderen zijn. Maar het kreng was niet van haar stuk te brengen. Ze riep nog een keer: 'Laat me er langs, hork!' 'Mevrouw, als ik een hork ben, dan bent u een stuk chagrijn.' 'Ik ben helemaal niet chagrijnig. Volgens mij heb je het over jezelf.' Ik keek haar quasi-geamuseerd aan en zei: 'Wedden dat ik niet chagrijnig ben?' Waarop zij antwoorde, waarschijnlijk hintend op mijn - in haar ogen - totale gebrek aan manieren: 'Je bent in ieder geval een stuk jonger dan ik.' Tijd voor revanche. 'Ja inderdaad. Dat is duidelijk te zien. Nou, daag.'

Ze zei nog netjes 'Daag' terug ook. Dat het ook heel anders kan, bleek een dag later. Wederom stond ik in een volgepakte tram vol natgeregende mensen. Het was net als die dag daarvoor een gedrang van jewelste. Bij het uitstappen stond plots een strakgestylede neger van een jaar of dertig naast me. Boven ons loeide de verwarming alsof het januari was. Hij bracht z'n mond naar mijn oor en fluisterde met iets te veel lucht: 'Heet hè?'.

Ik stapte uit. Op een roze wolk zweefde ik naar huis, z'n warme stem na-resonerend in mijn oor.

maandag 16 mei 2011

Moeder botoxt haar 8-jarige dochtertje

Een ontzettend trieste video zag ik gisteren. Een moeder injecteert het gezicht van haar achtjarige dochtertje met botox zodat ze er langer 'mooi' en jong blijft uitzien:



Inmiddels is er een update. Beter dan Michael K. van mij favoriete blog Dlisted.com kan ik het niet verwoorden, dus voor deze ene keer even copy/paste.
"Botox Mom loses custody of the 8-year-old daughter she tried to de-wrinkle. This is just some sad shit however you look at it. Young Brittany is without her mom, is in the custody of Human Services and can't even move her face to show how sad she is. :("



...

vrijdag 18 februari 2011

De voorleesmoeder from hell

Ik zag net dat mijn kleuterjuf nog niet dood is. Oké, dat zal ik iets positiever insteken: ik zag net dat mijn kleuterjuf nog leeft. Best opmerkelijk, want toen ik eind jaren zeventig bij haar in de klas zat vond ik haar al een oma. Ze had een asblonde krullenpermanent en een uilenbril waar haar kraalogen zowat doorheen puilden. Verder droeg ze geruite broekrokken en laarzen met blokhakken waarmee ze ons door het lokaal vooruittrapte. We noemen haar juf Plat. Juf Plat was geen lieve juf. Ik weet nog dat ze op een dag zei: 'Jongens, we gaan even papier uit de berging halen.' We, dat zijn juf en ik, dacht ik, en ik liep met haar mee. In al haar voluptueusheid draaide ze zich naar me om en gilde hoog boven me uit torenend door de gang: 'Loop me niet achterna! Ik ben je hóndje niet! Ga naar je plaats!'

Vanaf dat moment was het oorlog. Juf Plat had de gewoonte ons te laten wachten op de mat in het halletje, als er moeders bij het ophalen te laat waren. Nu was die mat gemaakt van keiharde stekels, waar je je benen 's zomers lelijk aan kon openhalen. Het kon juf Plat geen donder schelen. Wie het waagde te blijven staan, duwde ze met haar hand op het hoofd langs de muur naar beneden.

Ik was een bijzonder kind. Bijzonder in de zin dat ik mezelf op mijn vierde had leren lezen en schrijven. Mijn moeder weet nog goed hoe ik tegenover haar zat terwijl zij de krant zat te lezen, toen ik haar vroeg: 'Mama, wat is een reageerbuisbaby?' Had ik op de kop mee zitten lezen. Ik wist nog niet eens hoe baby's normaal gesproken tot stand kwamen, maar afijn, dat las ik dus al.

Op school had ik de gewoonte mijn klasgenootjes voor te lezen in de bouwhoek. Ademloos en met open mond luisterden ze hoe ik verhaalde van de belevenissen van Dikkie Dik en consorten. Maar telkens als juf Plat mij daarop betrapte, rukte ze het boek uit mijn handen en gilde ze naar de kinderen: 'Het is spéélkwartier! Jullie moeten spélen!' Toen eens een stagiaire vol bewondering riep: 'Dat jongetje kan al lezen!', dan haalde juf Plat verongelijkt haar schouders op en zei: 'Ja, en over een paar jaar kunnen ze het allemaal.'

Hou dat voorlezen even vast, want we maken een sprong naar groep zeven. Inmiddels zaten er geen kindertjes naar mijn gelees te luisteren. Ja, hun mond stond weliswaar open, maar dat was om me voor leerpik uit te schelden. Niet dat me dat veel uitmaakte, ik compenseerde dat door ze sommen fout uit te leggen of verkeerd voor te zeggen, als de meester mij als hulpje inschakelde (pedagogisch gezien een monsterlijke zet natuurlijk, om een kind tot assistent te promoveren, maar daarover later meer). Ik sloot een deal met de grootste pestkoppen: alleen als ze me met rust lieten, liet ik zien hoe het moest. Dat hielp bij iedereen, op één irritant knulletje na...

Op een dag ontstond er een leesmoedertekort. Wederom werd ik als vrijwilliger ingezet, om een van de leesgroepjes te begeleiden waarbij de kindertjes om beurten een pagina moesten voorlezen. Nu wilde het toeval dat precies in mijn groepje dat irritante knulletje zat. Nu moet je weten dat het joch stotterde dat het een aard had. Aangezien ik in charge was, bedacht ik de volgende regel: iedereen die bij het voorlezen een fout maakte, kreeg een klap. Met het boek. Op zijn hoofd. En zo gebeurde het dat ik het jongetje te lijf ging met het boek 'Tup en Joep en de olifant'. Voor elke stotter een klap. Ik timmerde er net zo lang op los totdat een van de leesmoeders besloot in te grijpen. Ik heb nooit meer hoeven voorlezen. En het stotterende jongetje? Dat hield op met pesten. En hopelijk stottert hij nu nog!

dinsdag 25 januari 2011

Mijn P.R.-nachtmerrie

Goed, we kwamen dus terug van onze vakantie. Maar toen we onze straat in reden was deze voor een groot deel afgezet. Bewoners lieten ze gelukkig door, maar niemand gaf antwoord op mijn vraag waarom er op deze vroege zondagochtend aan de weg werd gewerkt.

Het viel me op dat het alleen vrouwen waren, die oranje hesjes droegen over blauwe overalls. Ze hadden zich opgesteld tussen de bomen langs het kanaal dat langs onze straat loopt en keken ons geïrriteerd na: de straat was immers afgezet?

Toen we onze zwarte Ford Mustang de oprit op wilden draaien, was daar ook weer een groep vrouwen aan het werk. Op hun knieën trokken ze de klinkers uit de grond. Deze vervingen ze door fel fluorescerende steentjes in de kleuren geel, groen en roze. 'Wat zijn jullie aan het doen?', vroeg ik. Een van de dames, een meisje nog, zwiepte haar paardenstaart de lucht in en zei: 'We zijn een guerilla-actie aan het voorbereiden.' 'En weet de eigenaar van deze oprit hiervan?', vroeg ik haar. 'Jazeker, daar hebben we toestemming voor gevraagd', zei het meisje, waarbij haar paardenstaart instemmend meeknikte. 'Waarom weten wij dan van niks?'

Het meisje keek alsof ze water zag branden en zei toen: 'Wij zijn van W.R.P.R. en we vragen altijd netjes toestemming voor onze acties. Als jullie niet reageren omdat jullie bijvoorbeeld doodleuk op vakantie gaan, is dat niet ons probleem. Typisch een gevalletje van overmacht. En vanmiddag komen er cameraploegen om onze guerilla-actie te filmen.'

Het werd tijd om kwaad te worden. 'Er komen helemaal geen cameraploegen, want die hele actie van jullie gaat niet door.' Al die tijd stond de Ford Mustang voor de oprit te ronken. Ik stapte in en chauffeurde het gevaarte over de oprit, waarbij zo'n tien meisjes met paardenstaarten alle kanten op stoven. Ik stapte uit en zei tegen het meisje met de eerste paardenstaart: 'Je kunt kiezen: voor het einde van de ochtend hebben jullie alles in oude staat teruggebracht. Of jullie gaan nu weg en ik huur een klusbedrijf en we verhalen alle kosten op W.R.P.R.'

Wat er toen gebeurde had ik nooit verwacht. Het meisje zette al haar stekels uit en gilde: 'Wij gaan jullie helemaal kapot maken! Reken maar dat die cameraploegen er komen. Ze zullen precies filmen hoe jullie onze guerilla-actie hebben verziekt! Hier ga je spijt van krijgen, eikel!'

Woedend werd ik wakker.

vrijdag 24 december 2010

Een foto die boekdelen spreekt

Soms zegt een foto meer dan duizend woorden. Sophia Loren inspecteert de concurrentie bij Jayne Mansfield.



Van hetzelfde blog als de interieurfoto's hieronder. Klik ook door naar andere fotoseries, ik ben er al zeker een half uur mee zoet.

woensdag 15 september 2010

Storms in een glas modder


Leuke fittie gisteren, in De wereld Draait Door. Mede doordat presentator Matthijs van Nieuwkerk de situatie volledig uit z'n handen liet glippen, ontstond er een verbaal gevecht tussen 'tafelheer' Jort Kelder en ex-breekijzer Pieter Storms. Storms wilde aantonen dat de journalistiek van nu voor geen meter deugt, met Jort als stralend middelpunt van alles wat er mis is op het gebied van fact checking. Jort greep de gelegenheid aan Storms om z'n oren te slaan met een uitspraak van een rechter uit 1990, waaruit moest blijken dat Storms het in zijn tijd bij Nieuwe Revu ook niet zo nauw nam met die feiten.

Een en ander werd gadegeslagen door een stoïcijns voor zich uitturende Nina Brink. Toen de boel escaleerde (Jort noemde Pieter een golddigger die op stap mocht met de creditcard van zijn vrouw), richtte de tafelheer zich tot Brink: waarom ze na tien jaar WorldOnline-gedoe nog steeds in haar slachtofferrol kruipt terwijl ze eigenlijk sorry zou moeten zeggen tegen de Nederlanders van wie ze 400 miljoen euro zou hebben afgetroggeld. Nina reageerde door de microfoon van zich af te meppen.

Het was genante, bij vlagen amusante tv. Maar waar hebben we naar zitten kijken? In de eerste plaats: wat kwamen Storms en Brink überhaupt doen bij DWDD? Als Pieter iets heeft te vertellen over een boek over de journalistiek, kan Nina dan niet in haar villa blijven (of in haar SM-kelder natuurlijk)? En was het misschien een opzetje van Matthijs en Jort?

Op zijn website 925.nl doet Jort verslag van wat zich na afloop van de uitzending afspeelde, onder de titel 'Storms in een glas modder'. Uiteraard is Jorts verslag gekleurd door zijn persoonlijke observaties, maar het is heerlijk leesvoer. Een citaat: "Al snel stiefelde Nina voorbij, en begon met een rood hoofd mij aan te spreken. 'Jij bent een rat! Jij bent een rat! Jij bent een rat!', siste ze woest."

De rest is hier te lezen.

Update: Wegens een overdosis aandacht is bovenstaande link soms niet toegankelijk. Sterker nog: heel 925.nl lag vanmiddag plat. Meer mensen hebben zich druk gemaakt over Pieter en Jort. Lees bijvoorbeeld een verslag vanuit een p.r.-point of view: Storms vs Kelder, daar helpt geen mediatraining aan.

woensdag 21 oktober 2009

De hypocrisie van Dirk Scheringa en zijn personeel


Met stijgende verbazing kijk ik naar de soap, of het drama, dat DSB heet. De gretigheid waarmee Dirk Scheringa zich aan de aanwezige camera's vergrijpt duidt niet alleen op een enorme mediageilheid en ijdeltuiterij, hij weet het journaille namelijk enorm goed te bespelen. Het resultaat: de argeloze kijker krijgt bijna medelijden met de zelfbenoemde selfmade man / mensenvriend / prooi van De Nederlandse Bank 'die mij en DSB kapot wil maken' / weldoener voor de mensheid.

Heel hypocriet eist Scheringa een slachtofferrol op, die hem lijkt te passen als een handschoen. De media zetten hem neer als een sympathieke rots in de branding, die er - huilerdehuil - alles aan heeft gedaan om Zijn Bank en Zijn Personeel te redden. Zelfs zondagochtendvroeg spartelde hij nog met een 'plan b' waarbij hij uitriep: 'de staat wil mij geen honderd miljoen geven, dus zadelen ze de belastingbetaler met een schuld op van anderhalf miljard.' Lulkoek, en zo lust ik er nog wel een paar.

Feit is dat er niets meer te redden viel aan DSB, dankzij het wanbeleid van Scheringa en co. dat al maanden voortwoekerde. Die gevraagde honderd miljoen had DSB nooit kunnen redden - en bovendien hadden de meeste klanten, waaronder velen op de rand van de afgrond, alsnog hun spaarrekening geplunderd.

Hoe bestaat het dat er nog steeds mensen zijn die sympathie voelen voor Scheringa? En waarom krijgen zijn werknemers alle ruimte om publiekelijk uit te huilen? Aan de schandpaal moeten ze, voor het jarenlang uitbuiten, voorliegen en erin luizen van argeloze mensen. DSB heeft jarenlang allerlei malafide rotzooi verkocht en moet nu eindelijk open kaart spelen. Het idee alleen al dat Scheringa het geld uit zijn bank gebruikte voor persoonlijke speeltjes als een museum en een voetbalclub - waardoor een paar Noord-Hollandse gehuchten nu zitten opgescheept met megalomane bouwprojecten - is te idioot voor woorden. Ik heb alleen medelijden met het museumpersoneel, dat hun duurbetaalde werk letterlijk voor hun ogen ontmanteld zag worden.

En ja, natuurlijk kun je zeggen dat die domme leners er zélf zijn ingetrapt. Maar vind je het gek, met allerlei-koopsompolisconstructies en boekwerken met van a tot z kleine lettertjes. Maar een bank met een beetje ethiek zou zijn klanten geen rad voor ogen moeten draaien, maar juist transparantie moeten bieden. Dat die huichelachtige Dirk nu loopt te zwartepieten zegt opnieuw genoeg over wat voor man dat eigenlijk is. En nu wil meneer ook nog de politiek in. Ik hou m'n hart vast...

Maar het ergst van alles is nog wel dat de DNB als toezichthouder totaal heeft gefaald. Laat ze daar maar eens een parlementaire enquete over houden.

donderdag 30 juli 2009

Redneck Bill O'Reilly versus het verdorven Amsterdam


Regelmatig verbaas ik me erover dat de Amerikaanse tv-zender Fox zo populair is in de States. En tegelijkertijd ook weer helemaal niet. Want als je de holle rethoriek van anchorman Bill O'Reilly hoort, dan snap je precies waarom. Hij vertelt namelijk precies wat de meeste rednecks willen horen, zonder welke vorm van nuancering dan ook. Als hij vindt dat iemand fout zit, dan drijft hij zo'n persoon in een hoekje en hakt hij zijn slachtoffer verbaal volledig aan gort.

Ook met de waarheid neemt O'Reilly het niet zo nauw. Deze keer zag hij in het aangescherpte coffeeshopbeleid van Amsterdam de aanleiding onze hoofdstad (waar hij hoogstwaarschijnlijk nog nooit is geweest) als volgt te hekelen: 'Amsterdam is een beerput van corruptie, prostitutie en misdaad. Het is anarchie.' En: 'Amsterdam is een moreel rampgebied.' (Bron: Parool)

Niet Amsterdam is evil, maar Bill O'Reilly. Om aan te tonen dat niet iedereen hier gedrogeerd als zombies elkaars kinderen loopt te verkrachten, heeft de 25-jarige Amsterdammer Robbert Nieuwenhuijs, opgeleid aan de Filmacademie, een video op YouTube geplaatst waarin hij laat zien hoe leuk het is in Amsterdam. Naast beelden van bakfietsende vaders en rondvaartboten komt hij met keiharde cijfers: 'Percentage Amerikanen dat ooit marihuana heeft gerookt: 40,3, percentage Nederlanders: 22,6. Moorden per 100.000 inwoners: 5,6 in de VS, 1,2 in Nederland. Drugsdoden per miljoen inwoners: 38 in de VS, 2,4 in Nederland.'

Het filmpje is een regelrechte hit, vooral nadat Amerikaanse bloggers het oppikten. Ongetwijfeld heeft ignorant bitch O'Reilly de video inmiddels ook gezien, maar of hij er wat mee doet? Vast niet!

maandag 22 juni 2009

@Perez Hilton: get a fucking life!




Zo. Het was de dag van de huilebalkende b-sterretjes. Eerst huilde ex-zanger Peter Andre (en ex-man van opblaaspopje Katie Price) uit over zijn scheiding bij zijn moeder. Daarna was de beurt aan celebritybasher slash hielenlikker Perez Hilton. Ein-de-lijk had iemand (namelijk Will.I.Am van de Black Eyed Peas) het lef dit omhooggevallen schertsfiguur letterlijk de mond te snoeren, door hem eens flink op z'n bek te slaan. Wat er vervolgens allemaal is gebeurd met dit zichzelf Queen of all media noemende gedrocht is te belachelijk voor woorden. Direct nadat hij de politie had gebeld verschenen allerlei idiote noodkreten op Twitter. 'Help me! I'm bleeding! Call the Police! Why aren't they coming! Help me, please!' Het gekke was dat het telefoonnetwerk van Toronto daarna platlag, vanwege alle telefoontjes van Perez-adepts die hun held wilden redden.

Heel jammer natuurlijk, dat er geweld aan te pas moet komen om deze wansmakelijke roddelkont tot stilte te dwingen. Maar stiekem denk ik: William, had maar wat harder geslagen. Niet per se dood, maar gewoon zo hard dat Perez even een aantal weken was uitgeschakeld. Zodat ie even pas op de plaats had kunnen maken. Even nadenken over de zinloosheid van z'n veelal kwetsende opmerkingen over sukkelende celebs (die hij subiet de hemel inprijst zodra hij backstage mag of gratis naar optredens kan) en dat vreselijke gekoketteer met de sterren die hem zogenaamd 'kennen'. Maar helaas, de narcist heeft een filmpje op z'n site geplaatst waarin hij hysterisch jankend beklag doet over het vreselijke leed dat hem is aangedaan. Boohoo!

Ik zeg: get a life, get over it en hou op met irritant doen. Hoe sneu kun je zijn...

vrijdag 19 juni 2009

Lily Allens aller-, aller-, allerleukste video tot nu toe

Hoe een simpel idee heel erg grappig uitpakt. De nieuwe video van Lily Allen zit vol geweldige special effects. Bekijk hieronder de clip van Fuck You, het begint vanaf 0.41 ongeveer...

dinsdag 12 mei 2009

Sixpack

Aaf Brand Corstius schrijft vandaag in haar column 'hoe veel hoogopgeleide, invloedrijke, zogenaamd progressieve heteromannen tegen homo’s aankijken: als figuren die op kleine jongetjes vallen en met alles naar bed willen wat een sixpack heeft.' Vooral Pauw en Witteman hebben er een handje van om zogenaamd leuk bedoelde opmerkingen te maken. Aaf slaat de spijker op z'n kop. Hear hear!

dinsdag 28 april 2009

Achterlijke regels

Onderweg naar het lommerrijke Amstelveen las ik dat Rita Verdonk pedo's wil castreren. Mannetje Eurlings wil benzinestations verplichten een zuil bij de weg te zetten met daarop de prijzen (die vanaf de snelweg overigens nauwelijks te lezen zijn). Verder komen er borden waarop de cruisegebieden voor homo's worden aangegeven. Heel Amsterdam is volgezet met lichtkranten waarop is aangegeven hoe het publiek donderdag door de stad moet lopen. En zo kan ik nog wel even doorgaan over het overdreven geregel (of de vraag daar om) hier in Nederland.

Gelukkig bestaat er nog zoiets als normaal nadenken. Zo vind ik het niet meer dan logisch dat de bond tegen het vloeken in het ongelijk is gesteld - ze hadden de RVU aangeklaagd omdat ze in het programma 'God bestaat niet' Jezus hadden voorgesteld als aangelijnde hond. Niet bepaald sjiek natuurlijk, maar het moet toch gvd niet gekker worden. Om met Lily Allen te spreken: 'Fuck you very very mu-u-uch!'