Nederlandse sterren gaan er prat op dat ze zichzelf zijn. Dat ze zo gewoon zijn gebleven. Of in ieder geval 'heel erg dicht bij zichzelf' zijn blijven staan. Ook steeds meer onbekende Nederlanders die zich ster voelen op Facebook of elders een online bio bijhouden doen eraan mee. Dan staat er in zo'n Twitterprofiel: 'Ik ben gewoon mezelf.' Iemand met veel internationale contacten maakt daar misschien 'Just me' van.
Dat hele jezelf zijn is een dingetje aan het worden, om het maar eens op z'n Paulien Cornelisses te zeggen. De eerste die gewoon lekker zichzelf was, zat in het allereerste seizoen van Big Brother: Ruud. Nee, Ruud liet zich niet gek maken. Niet door het feit dat hij nu een Bekende Nederlander was en al helemaal niet omdat er geen klap te doen was in dat hele huis. Dus zagen we Ruud lusteloos in de Big Brother-banken hangen in een gele boxershort terwijl hij zich ongegeneerd aan z'n kont krabde.
Vraag een gewone Nederlander naar een ervaring met een BN'er en het gaat er al snel over hoe arrogant, vervelend of verwaand die persoon is. Oké, Rob Geus is dus inderdaad zo'n lul die 'Weet je wel wie ik ben?' begint te blaffen als hij z'n zin niet krijgt. Caroline Tensen is in het echt een trut die op haar wenken bediend moet worden. En Marco Borsato is backstage een bokkig baasje. Hier is niets aan verzonnen, maar blijkbaar zijn ze gewoon zichzelf. En als BN'er mag het dan juist weer niet.
Wat mensen dus éigenlijk bedoelen is dat ze vinden dat mensen niet zichzélf, maar gewóón moeten blijven. Gewoon, want dat is al gek genoeg. Maar wat nou als je van jezelf nooit gewoon bent geweest? Dat je altijd al een trut was, of een bokkelul, maar nu toevallig een iets bekendere trut? Voor die mensen zou het juist beter uitpakken als ze wat minder zichzelf zouden zijn. Wat minder gewoon, ook.
Overigens vind ik 'jezelf zijn' nogal overschat. Ik doe me liever iets dommer voor dan ik in werkelijkheid ben. Want dat is nu eenmaal heerlijk.
Posts tonen met het label vooroordelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vooroordelen. Alle posts tonen
zondag 18 maart 2012
dinsdag 24 januari 2012
Vakantiebejaarden in Eilat
Eilat. Een Israëlisch toeristengat. Helemaal bovenin het uiterste puntje van de golf van Aqaba en vlak naast de grens met Jordanië ligt een klein stadje met daaromheen alleen maar gebergte en woestijn. Het water van de Rode Zee werkt al jaren als een lap op de stier van menig Europeaan. Van februari tot en met december is het hier vergeven van de Russen, Engelsen en – hoe kan het ook anders – Nederlanders.
Behalve in januari. Dan zijn er alleen wat weekenders uit het noorden van Israel die in Eilat hun keppeltje komen luchten. Een handvol Russen, omdat Russen namelijk de nieuwe Nederlanders zijn: die zijn ook overal. Maar de oude Nederlanders zijn er ook, en dat kun je letterlijk nemen. Op een paar uitzonderingen na zijn ze 65-plus.
Wij gaan meestal buiten het seizoen om op vakantie. Lekker rustig. Geen gezinnen met dreinende kinderen. Geen luidruchtige jongeren. Maar wel heel veel bejaarden dus. En die kunnen ZEUREN. Echt, overal zeuren ze over. Het begint al bij het inchecken. ‘Moet je dat mens daar zien. Die koffer is groter dan haarzelf. Gaat ze soms verhuizen?’ ‘Vast niet. Wie wil er nou in Israel wonen?' 'Ja, de zon is fijn, maar die mensen. Altijd zo onbeschoft met hun gebrabbel.' 'Als ik iemand niet kan verstaan dan denk ik altijd dat ze het over mij hebben.’ ‘Ja, zó onbeleefd.’
Eenmaal aan boord is het al niet veel beter. Het is te koud of te warm, het opstijgen gaat niet snel genoeg of juist te hard (‘Wat weer een ellende. Ik kiep bijna uit mijn stoel,’). ‘Vroeger mocht je tenminste nog gewoon roken aan boord. Nu moeten we vier uur wachten. VIER UUR!’ ‘Waarom moet je nu alweer naar de wc. Ik blijf maar opstaan. Kun je niet gewoon nu één keer goed gaan?’ ‘Die jongen daar is al zeker drie keer naar de wc geweest. Je zou er maar naast zitten. Doodmoe word ik ervan!’ ‘Wat? Moeten we betalen voor de koffie? Ach, die was toch al niet te zuipen. Ik drink wel water op de wc.’
‘Wat is het hier koud. Vorig jaar rond deze tijd waren we hier ook en toen was het veel warmer. En kan die airco uit? Dat is nu helemaal niet nodig. Ik heb toch al m’n winterjas aan. En waarom hobbelt dat busje zo? Al het ontbijt komt weer naar boven. Waar ze negen dollar voor vroegen. NEGEN DOLLAR! Mooi dat ik dat dus wél binnen probeer te houden. Wat een zonde van het geld. Vorig jaar hadden ze veel meer keus. Maar ja, dat was ook in een ander hotel. Halfpension hadden we toen. Maar dat doen we niet meer. Elke dag hetzelfde buffet met alleen maar van dat vieze kosjere vreten. Maar hier is het ook niet te doen. Er zijn niet eens plakjes ham om op brood te doen.’
‘En nu moeten we alwéér dat hele eind naar Petra. Want vorig jaar was het te druk om alles te zien. Dus moeten we nu nog een keer. Opgeteld bij elkaar kom je zomaar uit op 250 euro per persoon. En dat voor een paar ouwe rotsblokken. En natuurlijk moet Henk weer de hele tijd plassen. Ik zeg nog tegen Henk, ik zeg: ga nou even achter die struiken in het begin waar geen bewaking staat, maar dat dorst ie niet! Terwijl ik gewoon ga zitten hoor. Ik hang er gewoon zo’n lap voor. Zo eentje die ik op een markt heb gekocht. O ja, een hoofddoek heet dat. Zijn ze toch nog ergens goed voor. Maar ook in heel dat Petra is natuurlijk weer geen fatsoenlijke kop koffie te krijgen.’
‘Vorig jaar ook al niet. Toen had ik mijn eigen koffie meegenomen. Ja, gewoon in een thermoskan. Ik zeg nog tegen Henk, ik zeg, dat moeten we dit jaar ook weer doen. Maar Henk zei tegen mij, hij zei: weet je nog dat ik vorig jaar om het half uur moest pissen omdat die koffie van jou zo sterk was? Ja, kon ik ook niet weten. Ik had mijn koffiefilterschep niet bij me dus moest het op de gok. En van gokken houden we niet, hè Henk? Ja, wel van bingo. Maar het entertainment in Eilat dóet geen bingo. Nee, dan hadden we naar Spanje gemoeten. Daar is tenminste fatsoenlijk entertainment. Hier was dit jaar niet eens een kennismakingsbijeenkomst! Nu moesten we zelf alle nieuwe stellen bij het zwembad langs om kennis te maken.’
‘Er lagen ook twee jongens bij ons zwembad. Van die homo’s, dat zag je zo. Vinden we altijd heel gezellig hoor, homo’s. Maar dit waren geen leuke homo’s. Ze zeiden bijna niks terug nadat ik ze had uitgelegd waar je wél lekkere koffie kon halen! En toen ik zei dat ik homo’s altijd zo gezellig vond, zei de ene: nou, er zijn anders genoeg ongezellige homo’s hoor. En daarna zette hij z’n koptelefoon op!'
'De andere wilde wel aardig doen, dat zag je zo. Ik zei nog tegen hem, ik zei: ga nooit bij Giraffes eten. Daar hebben ze niet eens patat, maar van die rare rijstdingen. Soezie en zo. Daar is niks aan, en al helemaal niet in Eilat. Die ene jongen met de koptelefoon zei toen dat ie juist dol was op soezie. Gewoon om mij te sarren. Nee, voor mij was de lol er helemaal af. Voor straf heb ik de rest van de vakantie geen woord meer tegen ze gezegd. Ja, ik weet zeker dat ze dat héél jammer vonden.’
Behalve in januari. Dan zijn er alleen wat weekenders uit het noorden van Israel die in Eilat hun keppeltje komen luchten. Een handvol Russen, omdat Russen namelijk de nieuwe Nederlanders zijn: die zijn ook overal. Maar de oude Nederlanders zijn er ook, en dat kun je letterlijk nemen. Op een paar uitzonderingen na zijn ze 65-plus.
Wij gaan meestal buiten het seizoen om op vakantie. Lekker rustig. Geen gezinnen met dreinende kinderen. Geen luidruchtige jongeren. Maar wel heel veel bejaarden dus. En die kunnen ZEUREN. Echt, overal zeuren ze over. Het begint al bij het inchecken. ‘Moet je dat mens daar zien. Die koffer is groter dan haarzelf. Gaat ze soms verhuizen?’ ‘Vast niet. Wie wil er nou in Israel wonen?' 'Ja, de zon is fijn, maar die mensen. Altijd zo onbeschoft met hun gebrabbel.' 'Als ik iemand niet kan verstaan dan denk ik altijd dat ze het over mij hebben.’ ‘Ja, zó onbeleefd.’
Eenmaal aan boord is het al niet veel beter. Het is te koud of te warm, het opstijgen gaat niet snel genoeg of juist te hard (‘Wat weer een ellende. Ik kiep bijna uit mijn stoel,’). ‘Vroeger mocht je tenminste nog gewoon roken aan boord. Nu moeten we vier uur wachten. VIER UUR!’ ‘Waarom moet je nu alweer naar de wc. Ik blijf maar opstaan. Kun je niet gewoon nu één keer goed gaan?’ ‘Die jongen daar is al zeker drie keer naar de wc geweest. Je zou er maar naast zitten. Doodmoe word ik ervan!’ ‘Wat? Moeten we betalen voor de koffie? Ach, die was toch al niet te zuipen. Ik drink wel water op de wc.’
‘Wat is het hier koud. Vorig jaar rond deze tijd waren we hier ook en toen was het veel warmer. En kan die airco uit? Dat is nu helemaal niet nodig. Ik heb toch al m’n winterjas aan. En waarom hobbelt dat busje zo? Al het ontbijt komt weer naar boven. Waar ze negen dollar voor vroegen. NEGEN DOLLAR! Mooi dat ik dat dus wél binnen probeer te houden. Wat een zonde van het geld. Vorig jaar hadden ze veel meer keus. Maar ja, dat was ook in een ander hotel. Halfpension hadden we toen. Maar dat doen we niet meer. Elke dag hetzelfde buffet met alleen maar van dat vieze kosjere vreten. Maar hier is het ook niet te doen. Er zijn niet eens plakjes ham om op brood te doen.’
‘En nu moeten we alwéér dat hele eind naar Petra. Want vorig jaar was het te druk om alles te zien. Dus moeten we nu nog een keer. Opgeteld bij elkaar kom je zomaar uit op 250 euro per persoon. En dat voor een paar ouwe rotsblokken. En natuurlijk moet Henk weer de hele tijd plassen. Ik zeg nog tegen Henk, ik zeg: ga nou even achter die struiken in het begin waar geen bewaking staat, maar dat dorst ie niet! Terwijl ik gewoon ga zitten hoor. Ik hang er gewoon zo’n lap voor. Zo eentje die ik op een markt heb gekocht. O ja, een hoofddoek heet dat. Zijn ze toch nog ergens goed voor. Maar ook in heel dat Petra is natuurlijk weer geen fatsoenlijke kop koffie te krijgen.’
‘Vorig jaar ook al niet. Toen had ik mijn eigen koffie meegenomen. Ja, gewoon in een thermoskan. Ik zeg nog tegen Henk, ik zeg, dat moeten we dit jaar ook weer doen. Maar Henk zei tegen mij, hij zei: weet je nog dat ik vorig jaar om het half uur moest pissen omdat die koffie van jou zo sterk was? Ja, kon ik ook niet weten. Ik had mijn koffiefilterschep niet bij me dus moest het op de gok. En van gokken houden we niet, hè Henk? Ja, wel van bingo. Maar het entertainment in Eilat dóet geen bingo. Nee, dan hadden we naar Spanje gemoeten. Daar is tenminste fatsoenlijk entertainment. Hier was dit jaar niet eens een kennismakingsbijeenkomst! Nu moesten we zelf alle nieuwe stellen bij het zwembad langs om kennis te maken.’
‘Er lagen ook twee jongens bij ons zwembad. Van die homo’s, dat zag je zo. Vinden we altijd heel gezellig hoor, homo’s. Maar dit waren geen leuke homo’s. Ze zeiden bijna niks terug nadat ik ze had uitgelegd waar je wél lekkere koffie kon halen! En toen ik zei dat ik homo’s altijd zo gezellig vond, zei de ene: nou, er zijn anders genoeg ongezellige homo’s hoor. En daarna zette hij z’n koptelefoon op!'
'De andere wilde wel aardig doen, dat zag je zo. Ik zei nog tegen hem, ik zei: ga nooit bij Giraffes eten. Daar hebben ze niet eens patat, maar van die rare rijstdingen. Soezie en zo. Daar is niks aan, en al helemaal niet in Eilat. Die ene jongen met de koptelefoon zei toen dat ie juist dol was op soezie. Gewoon om mij te sarren. Nee, voor mij was de lol er helemaal af. Voor straf heb ik de rest van de vakantie geen woord meer tegen ze gezegd. Ja, ik weet zeker dat ze dat héél jammer vonden.’
Labels:
Een prettig gesprek,
fag hags,
gay,
onderweg,
vooroordelen
dinsdag 17 januari 2012
Homotherapie
De Inspectie voor de Gezondheidszorg stelt een onderzoek in naar een organisatie die therapie zou aanbieden waarin homo’s leren hun ‘zondige’ geaardheid te onderdrukken.
Ja ja. Het staat er echt. Als tegenwicht daarvoor bied ik mijn diensten aan: mensen die zich als hetero onderdrukt voelen kunnen hier juist homo worden. Let wel: het gaat niet alleen om uiterlijk vertoon. We gaan je complete geaardheid veranderen. Als Tot Heil Des Volks het kan, kunnen wij het zeker!
Het pakket bestaat uit een cursus 'Leer Voguen als Madonna', een proseccoproeverij en het perfect stylen van een Ken-Barbiepop. Voor het serieuze datingwerk krijgen kandidaten een account op Gaydar, Grindr en Gayromeo en op de eerste date via een oortje opdrachten ingefluisterd: 'NU over Lady Gaga beginnen!' 'Zeg tegen je date dat z'n haar op dat van dingetje van Glee lijkt' (verzin hier een acteur naar keuze).
Voor de liefhebber zijn er niet-verplichte cursussen als 'Iedereen kan zingen als Cher-met-autotune' en 'Metamorfoos jezelf als Liza Minnelli.' Sowieso doen we veel aan drag, want in iedere homo schuilt immers een diva?
Uiteraard kan de cursist zich overal voor verzekeren. Meer algemene zaken als 'leren lopen als een homo' (zo hetero mogelijk maar wél op Prada-hakken) en 'leren eten als een homo' (cock) worden standaard vergoed door het basispakket. Ook alle gebruikelijke grooming maakt daar deel van uit: de spray tan, de body hair trimmer en de anusbleekset.
In de aanvullende verzekeringspakketten zitten de minder gebruikelijke gaygerelateerde zaken als kaartjes voor de Toppers (vanzelfsprekend krijgen alle aantoonbaar homoseksuele mannen korting), kniebeschermers voor op de parkeerplaats, de cursusfilms Philadelphia/The Wizard of Oz/Abba in Australië/A Single Man, Crisco, een basisabonnement op XTube en het kookboek 'Natural Harvest'. En vergeet ook het Gay Pride-pakket niet, met een leren veterslip, een supersoaker en een verenboa.
Ik moet nog even een marketingconcept schrijven en een businessplan, maar aanmelden is nu al mogelijk via @jbartelds op Twitter.
Ja ja. Het staat er echt. Als tegenwicht daarvoor bied ik mijn diensten aan: mensen die zich als hetero onderdrukt voelen kunnen hier juist homo worden. Let wel: het gaat niet alleen om uiterlijk vertoon. We gaan je complete geaardheid veranderen. Als Tot Heil Des Volks het kan, kunnen wij het zeker!
Het pakket bestaat uit een cursus 'Leer Voguen als Madonna', een proseccoproeverij en het perfect stylen van een Ken-Barbiepop. Voor het serieuze datingwerk krijgen kandidaten een account op Gaydar, Grindr en Gayromeo en op de eerste date via een oortje opdrachten ingefluisterd: 'NU over Lady Gaga beginnen!' 'Zeg tegen je date dat z'n haar op dat van dingetje van Glee lijkt' (verzin hier een acteur naar keuze).
Voor de liefhebber zijn er niet-verplichte cursussen als 'Iedereen kan zingen als Cher-met-autotune' en 'Metamorfoos jezelf als Liza Minnelli.' Sowieso doen we veel aan drag, want in iedere homo schuilt immers een diva?
Uiteraard kan de cursist zich overal voor verzekeren. Meer algemene zaken als 'leren lopen als een homo' (zo hetero mogelijk maar wél op Prada-hakken) en 'leren eten als een homo' (cock) worden standaard vergoed door het basispakket. Ook alle gebruikelijke grooming maakt daar deel van uit: de spray tan, de body hair trimmer en de anusbleekset.
In de aanvullende verzekeringspakketten zitten de minder gebruikelijke gaygerelateerde zaken als kaartjes voor de Toppers (vanzelfsprekend krijgen alle aantoonbaar homoseksuele mannen korting), kniebeschermers voor op de parkeerplaats, de cursusfilms Philadelphia/The Wizard of Oz/Abba in Australië/A Single Man, Crisco, een basisabonnement op XTube en het kookboek 'Natural Harvest'. En vergeet ook het Gay Pride-pakket niet, met een leren veterslip, een supersoaker en een verenboa.
Ik moet nog even een marketingconcept schrijven en een businessplan, maar aanmelden is nu al mogelijk via @jbartelds op Twitter.
Labels:
Freaks,
gay,
Lady Cacapoopoo,
Uiterlijk vertoon,
Vadge,
verloedering,
vieze beesten,
vooroordelen,
Wansmaak,
What the fuck?,
ziekte
zaterdag 3 december 2011
De junks next door
Vier dagen per week werk ik in een kantoor dat grenst aan een opvangcentrum voor daklozen. Volgens internet biedt HVO-Querido 'opvang, woonbegeleiding en dagactiviteiten aan mensen die dat nodig hebben. Dat kunnen dak- en thuislozen zijn, verslaafden, of mensen met psychiatrische problemen en gezinnen in nood.' Heel goed dat ze er zijn, maar sommige van mijn collega's fietsen of lopen liever een blokje om als ze boodschappen gaan doen bij de Albert Heijn op het lelijkste plein van Amsterdam, het Delflandplein.
Ik niet. Ik heb namelijk een fascinatie ontwikkeld voor alles wat men raar of afwijkend vindt. Ik loop juist graag langs het vermakelijke biotoopje voor de ingang van het pand. Vaak ook extra langzaam zelfs. Gedurende het halfjaar dat we nu op deze locatie zitten heb ik al aardig wat mafs meegemaakt met 'mijn' junks next door. Zo hangt er een oude gerimpelde donkerbruine neger rond met een enorme witte baard. De Zwarte Sinterklaas noem ik hem. Hij doet niet veel meer dan rondzwalken over het rijtje tegels voor het grote pand, maar dat dan wél met zo'n statig trage Sinterklaas-tred. Wat gun ik die man zijn eigen Witte Piet. *
Dan is er de Skelterman. Dit is een figuur van een jaar of veertig dat rondrijdt op een voertuig waarvan ik even niet meer weet of het nou een rolstoel is of een trike-voor-beginners. De Skelterman schept er genoegen in rondjes om je heen te rijden, terwijl hij je omstandig begroet. Negeer je zijn geschreeuw, dan begint ie je uit te schelden. Soms heeft hij z'n dag niet. Dan racet hij recht op je af. Wijk je uit naar links, dan pakt hij je op links. Voor rechts geldt hetzelfde. Uiteindelijk is de Skelterman alleen te ontwijken door ver opzij te springen en weg te rennen. Zijn reactie: 'Ha! Weer gewonnen!'
Er is ook een troetel-Marokkaantje in het opvangcentrum. Dit is een joch van een jaar of twintig dat bij het geringste zonnestraaltje z'n shirt uittrekt om z'n sixpack te flashen. Bij hem vraag ik me af wat ie daar te zoeken heeft. Als Gordon hem ziet, neemt ie alsnog een zwerver in huis.
In HVO-Querido bestaan op het eerste gezicht geen klasseverschillen. Het Marokkaantje praat net zo makkelijk met de Zwarte Sinterklaas als met de twee tandeloze wijfjes die je in het voorbijgaan om een centje vragen. Een van de twee vroeg laatst: 'Ga je naar de Albert Heijn?' Ja, zei ik. 'Kun je dan een zak drop meenemen?' Sorry, zei ik weer. Drop is veel te verslavend.
Mijn laatste contactmomentje dateert van afgelopen donderdag. Bij het verlaten van de tramhalte fladderde er vanuit het niets een gezette, in grijze joggingkleding gehulde homo tegen me aan. Het was zo'n typische lossepolsjes-homo uit de oude doos. Hij tikte me op de arm en gilde met overslaande stem: 'Joehoe, haaaai!'
Ik keek hem vriendelijk doch dringend aan: 'Ehm… ikke niet hoor.'
*De man op de foto hierboven is niet de Zwarte Sinterklaas, maar gewoon iemand die ik via Google heb opgeraapt.
Ik niet. Ik heb namelijk een fascinatie ontwikkeld voor alles wat men raar of afwijkend vindt. Ik loop juist graag langs het vermakelijke biotoopje voor de ingang van het pand. Vaak ook extra langzaam zelfs. Gedurende het halfjaar dat we nu op deze locatie zitten heb ik al aardig wat mafs meegemaakt met 'mijn' junks next door. Zo hangt er een oude gerimpelde donkerbruine neger rond met een enorme witte baard. De Zwarte Sinterklaas noem ik hem. Hij doet niet veel meer dan rondzwalken over het rijtje tegels voor het grote pand, maar dat dan wél met zo'n statig trage Sinterklaas-tred. Wat gun ik die man zijn eigen Witte Piet. *
Dan is er de Skelterman. Dit is een figuur van een jaar of veertig dat rondrijdt op een voertuig waarvan ik even niet meer weet of het nou een rolstoel is of een trike-voor-beginners. De Skelterman schept er genoegen in rondjes om je heen te rijden, terwijl hij je omstandig begroet. Negeer je zijn geschreeuw, dan begint ie je uit te schelden. Soms heeft hij z'n dag niet. Dan racet hij recht op je af. Wijk je uit naar links, dan pakt hij je op links. Voor rechts geldt hetzelfde. Uiteindelijk is de Skelterman alleen te ontwijken door ver opzij te springen en weg te rennen. Zijn reactie: 'Ha! Weer gewonnen!'
Er is ook een troetel-Marokkaantje in het opvangcentrum. Dit is een joch van een jaar of twintig dat bij het geringste zonnestraaltje z'n shirt uittrekt om z'n sixpack te flashen. Bij hem vraag ik me af wat ie daar te zoeken heeft. Als Gordon hem ziet, neemt ie alsnog een zwerver in huis.
In HVO-Querido bestaan op het eerste gezicht geen klasseverschillen. Het Marokkaantje praat net zo makkelijk met de Zwarte Sinterklaas als met de twee tandeloze wijfjes die je in het voorbijgaan om een centje vragen. Een van de twee vroeg laatst: 'Ga je naar de Albert Heijn?' Ja, zei ik. 'Kun je dan een zak drop meenemen?' Sorry, zei ik weer. Drop is veel te verslavend.
Mijn laatste contactmomentje dateert van afgelopen donderdag. Bij het verlaten van de tramhalte fladderde er vanuit het niets een gezette, in grijze joggingkleding gehulde homo tegen me aan. Het was zo'n typische lossepolsjes-homo uit de oude doos. Hij tikte me op de arm en gilde met overslaande stem: 'Joehoe, haaaai!'
Ik keek hem vriendelijk doch dringend aan: 'Ehm… ikke niet hoor.'
*De man op de foto hierboven is niet de Zwarte Sinterklaas, maar gewoon iemand die ik via Google heb opgeraapt.
Labels:
Een prettig gesprek,
Freaks,
Heel erg serieus werk,
helden,
Humor,
vooroordelen
dinsdag 17 mei 2011
Verlepte glorie - Dana International
Ik ken een stuk of vier transseksuelen in het echt. Dat zijn stuk voor stuk hele leuke meiden. De transen die je op tv ziet daarentegen, dat zijn meestal nichten met hun pik eraf. Kijk maar naar Neerlands troeteltrans Kelly, da's gewoon een relnicht in een goedkope glitterjurk. Een aantal jaren voordat Kelly haar opwachting maakte in het Big Brotherhuis (en waar tijdens de persconferentie voorafgaand aan die entree niemand van de pers haar wilde of durfde te ontmaskeren), had Nederland al kennisgemaakt met Dana International, die min of meer in de Kelly-categorie valt. En laat die nou prompt weer opduiken vorige week, in de voorrondes van het Eurovisie Songfestival (zoals ik het bij wijze van nostalgie hardnekkig blijf noemen).Dana International. Die naam alleen al. De eerste keer dat Europa haar zag, was in 1998. Ze won het songfestival in een jurk met veren en groeide al snel uit tot een homo-icoon. Een ster ging ze worden, met internationale allure. Ze toerde heel de wereld rond met een repertoire dat bestond uit simpele dancedingetjes als Viva la Diva (het winnende lied), slecht ingespeelde covers (denk aan het genre This Is My Life en It's Raining Men) en tracks die moesten maskeren waar het Dana International aan ontbrak: een prettig stemgeluid. Na vier of vijf van die nasale liedjes wisten de meesten het wel. Niet gek dus, dat Dana's carrière alweer strandde voordat ze het zelf goed in de gaten had.
Afijn. In de tijd dat Dana heel even wereldnieuws was, werkte ik bij sQueeze. Het was de week van de Gay Games en de Eurovisiester verzorgde de openingsact. Uiteraard had sQueeze wel oren naar een interview. Samen met een collega toog ik dus naar het Americain, waar Dana en haar staff een trits kamers had geboekt. En daar lag ze, verveeld en chagrijnig, languit op een bed in een anoniem ingerichte suite. In een roze trainingspak! Oké, het jack hing open dus er was wel degelijk sprake van enige sexyness. Maar niks veren! Niks glamour! Viel dat even tegen. Het hielp ook al niet dat Dana bijna niks interessants had te melden. Een beetje nukkig begon Dana onze vragen te beantwoorden, terwijl ze af en toe een haarlok uit haar decolleté veegde.
Al met al duurde het interview een kwartier want de eikel van de platenmaatschappij (waarom zijn dat zo vaak van die zelfingenomen lulletjes, eigenlijk?) wilde afronden. We pakten net onze opnameapparaatjes in toen Dana uit haar comateuze toestand ontwaakte. Ze sprong van het bed, gaf mij en mijn collega allebei een zoen en riep ineens dat ze het een geweldig gesprek had gevonden. Nou, wij ook, Dana.
Even later stond ze plotseling bij ons in de lift. Ze moest naar boven, maar aangezien wij eerst naar beneden moesten wilde ons wel even 'joinen for a ride downstairs...' En toen zei ze het: 'Mijn kamernummer is 666 (weet ik niet meer, wilde gok) en ik ben daar en daar uitgenodigd. Gaan jullie ook mee? En na afloop ben je welkom op mijn kamer...'
Of ik het gedaan heb? Dat zullen jullie nooit weten!
Ik moest hier ineens weer aan denken toen Dana dus in al haar verlepte glorie ineens weer op tv was vorige week. Overigens is het verhaal dat ik destijds geschreven heb nog altijd op internet te vinden. Zij het in een onmogelijk slecht vertaalde Engelse versie.
zaterdag 16 april 2011
Volkomen overbodige ergernissen
Veel mensen leiden aan hetzelfde euvel als ik. Ze zullen het evenals ik niet graag toegeven, want je zet jezelf er nogal mee te kijk. Het gaat hier namelijk over verspilde energie, over nutteloze aandacht voor volstrekt onbelangrijke zaken. Ergernissen die zomaar ineens opduiken en waar niemand iets mee opschiet. Zeker ikzelf niet. Maar ze bestaan, dus laat ik er maar aan toegeven.
Het begon al op de basisschool. Daar hing een juf rond die een heel schooljaar lang bijna elke dag hetzelfde aanhad. Ze ging gekleed in een wit overhemd, met daarop aan de voorkant de felgekleurde panden van een gilet erop genaaid. Aan de achterkant zat niets. Die juf deed er nooit een jasje over aan, wat mij wel de bedoeling leek: dan wekte je immers nog de schijn dat je een echt gilet over je nette blouse had aangetrokken. Nu liep ze het hele jaar voor lul in dat bloesje met twee rare gilet-flappen die ook nog eens om haar heen fladderden. Want reken maar dat ze de knoopjes niet dichtdeed. Met mijn tienjarige verstand vond ik het getuigen van creatieve armoede en daar heb me dus minstens een jaar aan moeten ergeren.
Een ander voorbeeld. Begin deze eeuw werkte ik op een kantoor waar dagelijks gezamenlijk geluncht werd. Erg leuk en vaak gezellig, tot het moment dat een van de collega's Hüttenkäse op zijn brood wilde doen. Hoe irritant was zijn uitspraak van dat woord! De collega - verder een prima vent - probeerde het op z'n Zweeds mogelijk te vragen: 'Mag ik de (let op het aanloopje) uuhHhhEUtenKèèèèse?' What the fuck: 'uuhHhhEUtenKèèèèse'? Terwijl de andere collega's gewoon doorkeuvelden over Kane-concerten en andere ellende, kromp ik dagelijks ineen van inwendig beleefd leed. Ik moest een tactiek verzinnen op dit vreselijke Hüttenkäse-probleem. De oplossing: weg-elimineren. In het begin keek ik 's ochtends in de koelkast en gooide ik de Hüttenkäse weg. Maar dat leidde tijdens het eten tot de vraag: 'Is de uuhHhhEUtenKèèèèse nu al op? Wil je morgen nieuwe uuhHhhEUtenKèèèèse meenemen? Jammer, ik had zo graag uuhHhhEUtenKèèèèse op brood gehad.' Aan mijn kant van de tafel: 'Aaargh' keer drie. Wat uiteindelijk het best heeft gewerkt: gewoon dat doosje Hüttenkäse alvast naast hem neerleggen zodra we gingen eten.
Een paar jaar later. Op weer een andere redactie. Deze collega belde elke middag om vijf uur stipt met zijn vriendin. Een heel klein vriendinnetje, denk ik, want hij sprak haar aan als een kleuter. 'Hai lieffie! Hoe istie? Alles goed? Heb je lekker gewerkt vandaag? Ja? Oh... Wat wil je eten lieffie? Lekker pastaatje maken met kaas? En groentjes? Wit wijntje d'r bij? Kusje. Doei!' En dat elke dag, al varieerde hij af en toe met de gerechten in de pasta. Maar dat was nog niet eens het ergste. Want terwijl je met kromme tenen het gesprek zat af te luisteren, krabde deze collega zichzelf tot de schilfers over z'n toetsenbord dansten. Juist de combinatie van dat lieve gefluister in de hoorn en een geruchtmakend huidprobleem deed mij huiveren van ergernis. Ook deze collega was in de omgang redelijk te doen, maar dit soort vunzigheid zorgde voor een verstoorde werkrelatie. In mijn hoofd, dan. Overigens ging dat krabben de hele dag door. Tschk, tschk, tschk. Tschk, tschk, tschk.
Tot slot erger ik me aan gesprekken in restaurants tussen groepen zakenmensen die elkaar niet of nauwelijks kennen. Als ik zie dat er aan de tafel naast me een dergelijk gezelschap neerstrijkt, móet ik observeren. Je ziet meteen wat de rolverdeling is. Vaak is er zo'n manager die plotseling alle conversaties overruled met een misplaatste grap. Of een behaagziek communicatiemeisje dat iedere gast (vaak buitenlanders die met een vies gezicht de menukaart bestuderen) gerust wil stellen en iets te hoog giechelt. Iemand van de afdeling H.R. die het alleen maar over de bedrijfsprocessen wil hebben. In steenkolen-Engels: 'So how is the work process in your company going? Do you have a lot of workmembers to care about?' Intussen zoeken de buitenlandse gasten aansluiting bij elkaar, met voorbeelden uit vorige reizen naar Nederland. Die gaan steevast over canal cruises, Vén Goow, Britse horken van toeristen waarvoor ze zich schamen en altijd over het symposium dat de vorige keer ook al niet geslaagd was. En daarna de manager weer, die met een lepel tegen z'n glas tikt en een onsamenhangende speech begint te geven. Het eindigt steevast met een opgelucht applaus van de toehoorders, waarna ze het - eindelijk verbroederd - op een zuipen zetten. Het behaagzieke meisje giert nu iets te hoog boven het gezelschap uit, de H.R.-man zit intussen met z'n arm om de leuning van de buitenlandse rayonmanager (v) gevouwen en de avond eindigt in gelal. Werkelijk te genant voor woorden.
Kijk, daar erger ik me dus aan. Volkomen onterecht, want al deze mensen proberen er ook maar het beste van te maken. Op hun eigen, irritante manier. Misschien moet ik er gewoon een blogje over schrijven. Dat heeft vast meer nut dan al dat onzinnige geërger en het levert vast een amuserend verhaal op....
Het begon al op de basisschool. Daar hing een juf rond die een heel schooljaar lang bijna elke dag hetzelfde aanhad. Ze ging gekleed in een wit overhemd, met daarop aan de voorkant de felgekleurde panden van een gilet erop genaaid. Aan de achterkant zat niets. Die juf deed er nooit een jasje over aan, wat mij wel de bedoeling leek: dan wekte je immers nog de schijn dat je een echt gilet over je nette blouse had aangetrokken. Nu liep ze het hele jaar voor lul in dat bloesje met twee rare gilet-flappen die ook nog eens om haar heen fladderden. Want reken maar dat ze de knoopjes niet dichtdeed. Met mijn tienjarige verstand vond ik het getuigen van creatieve armoede en daar heb me dus minstens een jaar aan moeten ergeren.
Een ander voorbeeld. Begin deze eeuw werkte ik op een kantoor waar dagelijks gezamenlijk geluncht werd. Erg leuk en vaak gezellig, tot het moment dat een van de collega's Hüttenkäse op zijn brood wilde doen. Hoe irritant was zijn uitspraak van dat woord! De collega - verder een prima vent - probeerde het op z'n Zweeds mogelijk te vragen: 'Mag ik de (let op het aanloopje) uuhHhhEUtenKèèèèse?' What the fuck: 'uuhHhhEUtenKèèèèse'? Terwijl de andere collega's gewoon doorkeuvelden over Kane-concerten en andere ellende, kromp ik dagelijks ineen van inwendig beleefd leed. Ik moest een tactiek verzinnen op dit vreselijke Hüttenkäse-probleem. De oplossing: weg-elimineren. In het begin keek ik 's ochtends in de koelkast en gooide ik de Hüttenkäse weg. Maar dat leidde tijdens het eten tot de vraag: 'Is de uuhHhhEUtenKèèèèse nu al op? Wil je morgen nieuwe uuhHhhEUtenKèèèèse meenemen? Jammer, ik had zo graag uuhHhhEUtenKèèèèse op brood gehad.' Aan mijn kant van de tafel: 'Aaargh' keer drie. Wat uiteindelijk het best heeft gewerkt: gewoon dat doosje Hüttenkäse alvast naast hem neerleggen zodra we gingen eten.
Een paar jaar later. Op weer een andere redactie. Deze collega belde elke middag om vijf uur stipt met zijn vriendin. Een heel klein vriendinnetje, denk ik, want hij sprak haar aan als een kleuter. 'Hai lieffie! Hoe istie? Alles goed? Heb je lekker gewerkt vandaag? Ja? Oh... Wat wil je eten lieffie? Lekker pastaatje maken met kaas? En groentjes? Wit wijntje d'r bij? Kusje. Doei!' En dat elke dag, al varieerde hij af en toe met de gerechten in de pasta. Maar dat was nog niet eens het ergste. Want terwijl je met kromme tenen het gesprek zat af te luisteren, krabde deze collega zichzelf tot de schilfers over z'n toetsenbord dansten. Juist de combinatie van dat lieve gefluister in de hoorn en een geruchtmakend huidprobleem deed mij huiveren van ergernis. Ook deze collega was in de omgang redelijk te doen, maar dit soort vunzigheid zorgde voor een verstoorde werkrelatie. In mijn hoofd, dan. Overigens ging dat krabben de hele dag door. Tschk, tschk, tschk. Tschk, tschk, tschk.
Tot slot erger ik me aan gesprekken in restaurants tussen groepen zakenmensen die elkaar niet of nauwelijks kennen. Als ik zie dat er aan de tafel naast me een dergelijk gezelschap neerstrijkt, móet ik observeren. Je ziet meteen wat de rolverdeling is. Vaak is er zo'n manager die plotseling alle conversaties overruled met een misplaatste grap. Of een behaagziek communicatiemeisje dat iedere gast (vaak buitenlanders die met een vies gezicht de menukaart bestuderen) gerust wil stellen en iets te hoog giechelt. Iemand van de afdeling H.R. die het alleen maar over de bedrijfsprocessen wil hebben. In steenkolen-Engels: 'So how is the work process in your company going? Do you have a lot of workmembers to care about?' Intussen zoeken de buitenlandse gasten aansluiting bij elkaar, met voorbeelden uit vorige reizen naar Nederland. Die gaan steevast over canal cruises, Vén Goow, Britse horken van toeristen waarvoor ze zich schamen en altijd over het symposium dat de vorige keer ook al niet geslaagd was. En daarna de manager weer, die met een lepel tegen z'n glas tikt en een onsamenhangende speech begint te geven. Het eindigt steevast met een opgelucht applaus van de toehoorders, waarna ze het - eindelijk verbroederd - op een zuipen zetten. Het behaagzieke meisje giert nu iets te hoog boven het gezelschap uit, de H.R.-man zit intussen met z'n arm om de leuning van de buitenlandse rayonmanager (v) gevouwen en de avond eindigt in gelal. Werkelijk te genant voor woorden.
Kijk, daar erger ik me dus aan. Volkomen onterecht, want al deze mensen proberen er ook maar het beste van te maken. Op hun eigen, irritante manier. Misschien moet ik er gewoon een blogje over schrijven. Dat heeft vast meer nut dan al dat onzinnige geërger en het levert vast een amuserend verhaal op....
donderdag 28 januari 2010
Mötley Crue & The Darkness

The Darkness is weer bij elkaar. Begin deze eeuw brak de Britse groep door met een sound die nog het meest deed denken aan een pastiche op jaren '70 rock en 80s metal. Dat leverde enkele steengoede tracks op die ook zonder gimmicks overeind bleven, maar ook een hoop overdreven irritante meuk. Al snel vielen ze door de mand als novelty act, bleven de hits uit en gingen ze uit elkaar, maar niet na de slechtste kerstsingle aller tijden te hebben uitgebracht. Later ging zanger finaal onderuit in een songfestivalduet, maar hij is weer opgekrabbeld. Nu dus een reünie.
Een jaar of vijf geleden heb ik The Darkness kort geïnterviewd. In een trailer die stond opgesteld naast Paradiso nam ik plaats in het zitgedeelte. Drie bandleden lagen ergens te ronken en de gitarist (Dan) stond me te woord. In de veredelde caravan stonk het ontzettend vies naar poep en zweet. Dan droeg een vuile joggingbroek en een uitgelubberd wit hemd, ook hij stonk naar zweet. In die bedompte ruimte rookte hij bovendien als een ketter mijn laatste vijf sigaretten achter elkaar op (ja, ik rookte nog). Toen het interview (dat 20 minuten zou duren) halverwege was, kwam zanger Justin een handje gegeven, slechts gekleed in een onderbroek waar hij met z'n andere hand in stond te krabben. Uiteindelijk leverde het een aardig verhaaltje op, maar mijn vooroordeel was bevestigd: rockers zijn smerig.
Dat de jongens van The Darkness achteraf heel erg meevielen, merkte ik toen ik begon aan de biografie over Mötley Crüe, een Amerikaanse band die groot was in de eighties. Ik ben pas bij pagina 74, maar de blow jobs en squirts vliegen je om de oren. De groep doet het fictieve Spinal Tap verbleken waar het gaat om drugsgebruik (eentje od'd de ene dag, wordt doodverklaard maar overleeft door enkele adrenalineshots in het hart, om de dag erna meteen weer excessief te gebruiken). Groupies liggen vastgebonden op met bloed en kakkerlakresten besmeurde bedden, dat werk. Ook de leden van Mötley Crüe kwamen onlangs weer bij elkaar, dus ik hoef het boek niet uit te lezen om te weten dat het goed komt. Nou ja, soort van goed.
Hier een video van The Darkness in hun hoogtijdagen:
donderdag 21 januari 2010
Een eerbetoon aan de Zangeres Zonder Naam

De Zangeres Zonder Naam. We kennen haar vooral als een zieke, oude vrouw met gekke wenkbrauwtjes in een malle pastelkleurige pofjurk, die voornamelijk zat te jammeren over haar dode man Sjoo. Maar lang daarvoor was het een tamelijk slimme, zelfs gewiekste zangeres. Ik moest aan Mary Servaes denken toen bekend werd dat Willeke van Ammelrooy haar gaat spelen in een film, gemaakt door Steven de Jong.
De ZZN scoorde hits met tranentrekkers als Keetje Tippel en Ach Vaderlief, toe drink niet meer, of op net ontdekte vakantiebestemmingen georiënteerde liedjes als Mandolinen in Nicosia. Maar tegelijkertijd zong ze ook teksten van Lucebert en draaide ze haar tong niet om voor een parabel van Goethe. Een van haar mooiste liedjes is Het Moederhart, met een tekst die zowel door merg en been gaat als op de lachspieren werkt.
Er was eens een jongen, zo goedig en trouw
Die veel van een meisje hield dat 'm niet wou
Ze zei: ga naar huis toe en breng me terstond
't Hart van je moeder en geef 't m'n hond
Hij ging naar z'n moeder en heeft haar vermoord
Toen nam hij haar hart en hij vlucht' 'r mee voort
Hij struikelt en plofte voorover in 't zand
En 't hart van z'n moeder, dat viel uit z'n hand
Terwijl daar dat hartje zo neven 'm lei
Toen hoorde hij dat 't 'm zachtjes iets zei
Al snikkend en jam'rend vroeg 't 'm wat
Heb jij je soms zeer gedaan, enige schat...
Dat is toch prachtig? Nog een voorbeeld is 'En ze lachte', een onvervalste murder ballad, eentje waar Nick Cave zelf een moord voor zou doen (als je geen zin hebt het hele verhaal te lezen: hij gaat dus dood. Hoe, dat staat in de spectaculaire ontknoping van het laatste couplet dat je NIET mag overslaan).
Hij was een schooier en zij was een slet
Maar zij was de sterkste van beiden
Ze spoorde en hitste tot misdaad hem aan
Zij, de knapste en mooiste der meiden
Ze dreef hem tot diefstal, ze dreef hem tot moord
Hij moest er op uit, alle nachten
En kwam hij dan bij haar, beladen met buit
Dan nam ze het aan, en ze lachte
Het mooiste en duurste was haar nog te min
Begon haar dan ook te vervelen
Ze vroeg nooit hoe hij aan die sieraden kwam
Wat kon haar zijn liefde ook schelen
Zijn zoenen en smeken, ze lieten haar koud
En als hij naar liefde soms smachtte
Haar smeekte, zeg toch dat je veel van mij houdt
Dan keek ze hem aan, en ze lachte
Ze dreef hem tot wanhoop en tot razernij
Hij moordde toen zonder genade
Ze wist waar hij was en toen men hem zocht
Toen heeft ze zijn schuilplaats verraden
Men wachtte hem op en hij liep in de val
Toen zij naar het gerechtshof hem brachten
Stond zij aan de deur, sjiek gekleed en gekapt
Hij ging haar voorbij, en ze lachte
Hij zat in de cel, dagen, weken lang
Totdat de dood hem zou bevrijden
Hij schreef haar een brief: ik wil nog eenmaal je zien
Hoe kun je me zo laten lijden
Al was je een duivel, toch hield ik van jou
Als je wist hoe ik nu naar je smachtte
Het was zijn laatste brief, ze las hem kalm door
Toen scheurde ze hem stuk, en ze lachte
Des 's morgens om vijf uur toen werd hij gehaald
Naar het schavot wat daar stond opgeslagen
Een rilling ging door de mensenrij heen
Toen men hem de trap op zag dragen
En bij de guillotine, vlakbij stond een vrouw
Die kalm zag hoe men hem slachtte
Een snerpende gil en toen viel het mes
Ze keek naar het lijk, en ze lachte
Beide nummers staan op een dubbelalbum met veertig liedjes waarin telkens minimaal één iemand doodgaat. Morgen ga ik het weer hebben over Animal Collective, La Roux of ander hippig spul, maar laat me éven zwelgen in dit ZZN-sentiment. Hier de site met meer dan honderd liedteksten en historisch beeldmateriaal.
donderdag 10 december 2009
Patty Pie vs. Theo Maassen
Meestal ben ik het roerend eens met Theo Maassen, maar zo ongenuanceerd als hij gisteren tekeer ging in De Wereld Draait Door: belachelijk. Je mag best vinden dat Patricia Paay zich op haar zestigste puur om de aandacht in de Playboy gaat liggen, maar hou je fatsoen. Bovendien: ik had van Maassen juist verwacht dat hij dit soort gekkigheid zou aanmoedigen. Maar nee, hij ontpopt zich ineens als oerconservatief.
Kijk zelf:
Een reactie op YouTube waar ik me volledig bij aansluit: "Maassen viel ongenadig van z'n voetstuk en bleek een provinciale muts te zijn die, met ranzige, puberale opmerkingen paay aanviel over hetgeen hij zelf al z'n leven lang bepleit: doen waar je zin in hebt. Met volwassenheid en klasse bleef Paay glansrijk overeind tegenover meneer Maassens hooligan-achtig gebral."
Kijk zelf:
Een reactie op YouTube waar ik me volledig bij aansluit: "Maassen viel ongenadig van z'n voetstuk en bleek een provinciale muts te zijn die, met ranzige, puberale opmerkingen paay aanviel over hetgeen hij zelf al z'n leven lang bepleit: doen waar je zin in hebt. Met volwassenheid en klasse bleef Paay glansrijk overeind tegenover meneer Maassens hooligan-achtig gebral."
Labels:
Een prettig gesprek,
fag hags,
media,
mediahoeren,
RTL Boulefart,
tv,
Uiterlijk vertoon,
vooroordelen
donderdag 23 april 2009
Pindakaas en een ontnuchterende tramervaring
Het begon vrij eenvoudig met een avondje netwerken op een borrel bij Pindakaas. Je kent het wel: 'Yadayadayada! Hihihi! Hahaha! Jahaaaa: Kwitterkwetterkwattersnatersnatersnater? Wieisu? Tim! Amaaaai! Amaaai! Allee zunne heeookier? Lachehahahahahaha! Twitterdetwit! Kwekkerdekwek! LALALALALALALALALALA Hahaha! LOL nogkeer! Ja he? Nee he? Ja He? WelNietWelNietWelNiet! Nee nou wordt ie mooi en ophoudenkappennou! HIHIHIHIHIHIHIHIHI? Hoeisdatnou? En je collega? Biertjewijntjecocktail? WATZEGJIJALLEMAAL IKNIETVERSTAAAAAAAAN! ARTIEKUULEEEERUN! Yadayadayada bardaar drankhier kommaardoor.'
Na afloop met tram 5 naar huis, want mijn fiets zei ineens krak. Daarna werd het ingewikkeld, want in het achterste compartiment domineerden drie erg vervelende, luidruchtige K-Marokkaantjes de rest van de passagiers. Halverwege de rit spookte het ene vooroordeel na het andere door m'n hoofd, maar toen gebeurde het: een ietwat provinciaal vrouwenduo enterde de tram. De een zeeg neer naast mij, de ander op het stoeltje dat door K-M nummer twee werd verwarmd tot het moment dat zijn waterflesje door de tram vloog en hij het moest terughalen. ' Guusellug', zei K-M een. 'Ja he', zei de provinciale vrouw. 'Het is altijd gezellig in de tram. Maar nu ga ik weer naar huis want ik vind het doodeng zo 's avonds, met al dat nare gespuis', onderwijl haar tas dubbelvouwend. 'Je wordt beroofd waar je bijzit. Maar zo zijn jullie niet he?' Alledrie gaven ze geen kick meer, de rest van de reis. Zo doe je dat dus.
Na afloop met tram 5 naar huis, want mijn fiets zei ineens krak. Daarna werd het ingewikkeld, want in het achterste compartiment domineerden drie erg vervelende, luidruchtige K-Marokkaantjes de rest van de passagiers. Halverwege de rit spookte het ene vooroordeel na het andere door m'n hoofd, maar toen gebeurde het: een ietwat provinciaal vrouwenduo enterde de tram. De een zeeg neer naast mij, de ander op het stoeltje dat door K-M nummer twee werd verwarmd tot het moment dat zijn waterflesje door de tram vloog en hij het moest terughalen. ' Guusellug', zei K-M een. 'Ja he', zei de provinciale vrouw. 'Het is altijd gezellig in de tram. Maar nu ga ik weer naar huis want ik vind het doodeng zo 's avonds, met al dat nare gespuis', onderwijl haar tas dubbelvouwend. 'Je wordt beroofd waar je bijzit. Maar zo zijn jullie niet he?' Alledrie gaven ze geen kick meer, de rest van de reis. Zo doe je dat dus.
Abonneren op:
Posts (Atom)

