dinsdag 18 oktober 2011

zondag 16 oktober 2011

Totally awesome!!!!!

Amerikanen zijn mij er eentje. Ik zet even een paar kenmerkende eigenschappen op een rijtje. Allereerst zijn ze uitermate gevoelig voor autoriteit. En als ze je iets willen verkopen zijn ze je allerallerallerbeste vriend. Eerst dat autoritaire. Overal, maar dan werkelijk overal waar zich een rij zou kunnen vormen staan van die afzetlinten, waar mensen dan gedwee tussen gaan staan. Dat begint al bij de douane op het vliegveld. Wie niet netjes en bedaard door het doolhof zigzagt wordt afgeblaft dan wel afgestraft. Maar er zijn ook rijtjes voor het bioscooploket, voor de kassa in de Abercrombe-winkel en voor het zebrapad bij Ground Zero. En is er geen rijtje gemaakt, dan word je onvriendelijk verzocht je aan één kant - vaak de meest onlogische - op te stellen. Doe je dat niet snel genoeg, dan volgt een toegebrulde monoloog over safety en 'it's the LAW!!!'. Helemaal irritant was het op en rond Wall Street, waar een groep mensen al weken zit te demonstreren. Om de demonstranten in goede banen te leiden was half het zakendistrict afgezet. We wilden ergens wat gaan eten, maar moesten voor het restaurant dat we op het oog hadden (letterlijk, het lag namelijk op 30 meter afstand) een heel blok omlopen. Bij elke wegversperder die we tegenkwamen moesten we uitleggen waar we heen wilden en ja, dat was toch echt de andere kant op. En nee, we mochten er écht niet langs. Na veel geheenenweer was het ons uiteindelijk gelukt. Maar wat een gedoe....

Gelukkig valt er ook een hoop te lachen. Vooral horeca- en winkelpersoneel doet zijn best je dusdanig te behagen dat je de zaak met tassen behangen dan wel volgevreten verlaat. Daar zijn sommigen heel erg goed in, en anderen wat minder. Zo kregen we te maken met een ober die zich zonder ook maar enige vorm van uitdrukking in zijn gezicht voorstelde met het volgende gebrom: 'Hi. I'm Edward. I am very excited to be your waiter tonight.' Verveeld duwde hij ons de menukaart in handen. Meestal volgt er dan een onophoudelijke stroom toevoegingen (specials, soep van de dag, happy hour-cocktails, dat het speciaal 'for our guests' een smoke free terras is (met andere woorden: verboden te roken), enzovoort, enzovoort). Edward tuurde stoicijns in onze legen glazen en vroeg: 'Tap water?'. Dat was het. Wel lekker rustig eigenlijk... Later die week kregen we menu-advies van Stacey. Zeker drie gerechten op de kaart waren haar Favourite!!!!!!. Het eerste gerecht was bovendien AWESOME!!!, het tweede SPECTACULAR!!! en het derde zowel DELICIOUS!!! als YUMMMM!!!. Elders werd onze keuze bekroond met de uitroep: 'Good choice! That's my favoritest!'

Dan de standaard begroeting in winkels en openbare gelegenheden. 'Hi/Hello/HIII THEERE!!!, how you're doing?!?'. De meeste mensen zeggen daar hooguit Hi op terug, maar ik vraag altijd beleefd terug hoe het met hem of haar gaat. Dat varieert dan van 'SUPER!' tot 'GREAT!'. Slechts in één geval trok een serveerster een zuinig mondje en zei zachtjes 'I'm perfectly ok.' Waarmee ze dus eigenlijk keihard toegeeft dat het kut met haar gaat omdat waarschijnlijk haar halve familie haar gangbangt en de andere helft dood is neergevallen. Het liefst zou ik zo'n meisje een kusje geven, maar aanraken is uiteraard totally not done.

Als toerist heb je weinig te maken met 'gewone' New Yorkers. Die kun je dus alleen maar afluisteren als ze naast je zitten te eten of wanneer ze hun intiemste gevoelens met elkaar bespreken op een terras of in het Central Park. Dat doen ze. Luidkeels. De vrouwen zeggen bovendien om de drie woorden 'Like'. 'I was like and then she was like, like and I was like Oh my gosh (overdag, bij koffie) of Oh My Fucking GOD!!! ('s avonds, na twee wijn).' Nu is dit al jaren zo, de titel van mijn blog bestaat immers alweer een jaar of tweeëneenhalf. Maar het lijkt wel of het steeds erger wordt, dat ge-like. I mean, like, totally iedereen doet het nu. Moeders, dochters, homo's... Alleen heteromannen lijken minder met het virus besmet.

Eigenlijk zouden ze overal bordjes met 'No LIKE please. It's the LAW!' moeten ophangen. Stoppen ze pardoes en heel gedwee met deze nare habit.

zondag 18 september 2011

Hondenvoer, elastiek en een catwalk

Ik weet niet precies waar het aan ligt, maar mij vallen bepaalde dingen nu eenmaal op. Mensen kunnen namelijk hele rare dingen zeggen. Die móet ik vervolgens opschrijven. Meestal doe ik dat even snel, op Twitter. Vooral de laatste tijd ontbreekt het me aan de energie om er een complete blog over op poten te zetten. Toch zal ik me er vanaf nu weer vaker toe zetten.

Het afluisteren van gesprekken, ik ben er dol op. Vorige week donderdag was ik even bij de huisarts omdat m´n ooglid er raar bijhing. Terwijl ik wachtte op het recept voor een zalfje, vertelde de assistent aan de dokter dat ze het zo zielig vond dat de arme mensen in Amerika soms kattenvoer moesten eten omdat er geen geld was voor fatsoenlijk voedsel. Het antwoord van de huisarts: 'O, maar dat is helemaal niet vies hoor. Ik eet ook wel eens kattenvoer. Niks mis mee.' Nu is dat al vreemd, maar nog gekker was zijn antwoord op de vraag waaróm precies hij kattenvoer at. 'Dat is toch logisch. Dat komt doordat ik geen hondenvoer lust.'

Een half uur later stond ik te wachten bij de apotheek. Op de balie was een pot met elastiekjes neergezet, waarmee de apotheekmensen kartonnen medicijnverpakkingen makkelijk kunnen bundelen. Plots doemde een van de wachtenden naast me op en graaide de pot met elastiekjes helemaal leeg. Een man daar weer naast merkte vervolgens op: 'Goh, ik dacht dat daar dropjes in zaten. Maar elastiekjes, daar doe je natuurlijk veel langer mee.' In mijn hoofd zei ik zachtjes 'What the fuck?', maar ik dacht tegelijkertijd: dit moet ik onthouden.

Net als gisteravond, toen ik even naar de Albert Heijn flitste voor een snelle hap. Een jongetje van een jaar of acht marcheerde door het gangpad. Of paraderen, was het meer. 'Dit is mijn catwalk!' gilde het ventje enthousiast. Waarop de moeder hem toeriep: 'Dat zouden we niet meer doen!' Arm joch, dacht ik nog. Als hij wil shinen, láát hem dan shinen. Creativiteit moet je juist aanmoedigen. Maar waarschijnlijk liep het joch de hele dag op te treden en was mevrouw het zat. Ik wierp haar nog een blik toe (nou ja, niet echt, ik was per slot van rekening in een supermarkt dus had ik het bij nader inzien best kunnen doen) en glimlachte naar het beteuterde knulletje. De volgende keer krijgt ie applaus.

donderdag 8 september 2011

Achter de schermen bij Diva’s Draaien Door

We zijn op een kindercrèche. Backstage kijken we mee hoe het eraan toegaat bij de opnames van het nieuwe programma Diva’s Draaien Door, waarin Patricia Paay, Patty Brard en Tatjana Simic een poging doen andere mensen te helpen. Dat ze geen van allen iets met kinderen hebben doet er niet toe. Het levert mooie plaatjes op, en een hoop hilarische quotes. Alles voor de kijkcijfers.

Tatjana: ‘Waarom wil niemand met mij op de foto? Altijd wil iedereen met mij op de foto maar geen van die kinderen wil dat!’
Patricia: ‘Dat komt omdat je in hun ogen op een oma lijkt, Taat. Een oma met raar blond haar.’
Taat: ‘Een oma? Ik? Ik lijk toch helemaal niet op een oma? Zeker niet met mijn kleren uit.’
Patries: ‘En dat willen die kinderen al helemáál niet zien. Je houdt vandaag alles aan hoor!’
Taat: ‘Wat zitten die kleintjes naar m’n borsten te loeren. Stelletje viespeukjes!’
Patries: ‘Die hebben gewoon honger…’
Patty: ‘WAT IS DAT VOOR EEN HONDEHOER! IK GA TOCH GEEN LUIERS LOPEN VERSCHONEN! DAT MENS IS GEK! DANK JE DE TYFUS!’
Taat: ‘Maar daarvoor zijn we hier toch? Om met mensen op de foto te gaan en tussendoor een beetje te helpen?’
Patty: ‘IN HET FORMAT STAAT NIKS OVER STRONT!’
Taat: ‘Ook niet over aandacht. En dat is de enige reden dat ik mee doe. Ik wil gewoon een beetje aandacht. En laten zien dat ik niet dom ben.’
Patries: ‘Van ons drieën krijg jij de meeste aandacht van allemaal. Hoe ik er ook mee schud, ze kijken allemaal naar jou.’
Taat: ‘En dan denken ze meteen: daar heb je dat domme blondje weer. Echt. Elke keer als Flodder weer op tv is daalt mijn verwachtings-IQ met tientallen punten tegelijk.’
Patty: ‘WAT HEB JE NOU AAN IQ ALS JE HIER IN EEN STRONTLUIER MOET GAAN STAAN GRAAIEN?!?
Patries: ‘Sinds wanneer ben jij vies van een beetje poep? Met je klysma.’
Patty: ‘DAARMEE BEN IK ANDERS WEL DE PRESENTATRICE MET DE SCHOONSTE ANUS VAN NEDERLAND.’
Taat: ‘Kunnen we het alsjeblieft over iets anders hebben dan poep en stront? Wanneer gaan we weer op de foto met mensen?’
Patty: ‘NEE DAT KAN IK NIET. MIJN HELE FAKKING CARRIÈRE IS GEBASEERD OP STRONT!
Patries: ‘Ik ga eerst nog even de make-up in.’

dinsdag 6 september 2011

Kassameisjes

Dinsdagochtend half negen. Tramhalte, bij de Albert Heijn aan de Oostelijke Handelskade. Drie meiden van een jaar of zestien. Twee zitten op het bankje, nummer drie drentelt heen en weer op hoge hakken. Ze drinkt een blikje roze Fernandes, de twee anderen delen een pakje Wicky.

‘Eeey, weten jullie dat ik Millicent kapot eng vind? Ze zit achter mij bij de kassa.’
‘Dan wissel je toch met Sigourney? Die zit bij de laatste kassa.’
‘Nee dat kan niet meer, want we hebben nu allemaal een vaste kassa. Dat moet. Van Millicent.’
‘Jeeeeesesseeee, zij is toch niet de baas. Ofsooow.’
‘Maar iedereen is kapot bang voor haar. Ik ga niet meer bij Albert Heijn werken.’
‘Nee ik ook niet. Ik heb al genoeg drama in mijn leven.’

Het hooggehakte meisje haalt haar iPod-snoer uit haar mond en begint zich er nu ook mee te bemoeien.
‘Ik heb nooit met Millicent gewerkt. Ik was net op tijd weg.’
‘Waarom hebben wij altijd pech en jij altijd mazzel?
‘Ik heb ook nooit mazzel hoor. Me haar is gestraight maar het is helemaal pluizig.’

Inderdaad, het haar van meisje drie is door de harde wind flink gaan pieken.
‘Stomme kutwind!’

Dan komt er een jongen aangelopen, de tegenwind trotserend. Een grote jongen is het, in een joggingbroek. Z’n gezicht gaat schuil onder een hoodie.
‘Zie eens wie dat is?’
‘Kan ik niet. Is het Anil?’
‘Anil heeft nooit Adidas.’

De meiden barsten plotseling uit in een hysterisch gelach.
‘Ik zie z’n schlong!’
‘Wattefuk, ik kan alles zien!’
‘Eeey! Heb je een boxer aan?’
Nog harder gegil.

Meisje drie gooit haar Fernandes in de prullenbak en loopt naar de jongen. Struikelend over haar hakken rent ze terug naar de andere twee.
‘Néé! Het is tóch Anil! Kóm, rennen!’
‘Nee, de tram dan!’
‘Nee, nu! We hoeven toch maar één halte.’

De meisjes verdwijnen in de verte. Anil staart ze ongemakkelijk na, voor de zekerheid met z’n rug in de wind. Voor wie dit precies een afgang was, en waarom, is me nog steeds niet helemaal duidelijk.

maandag 22 augustus 2011

Rare werkpraatjes

In elke werkomgeving wordt geroddeld. Flink geroddeld ook. Vaak gaat dat er heel omzichtig aan toe, soms zelfs op fluisterniveau. Ook erg: collega’s die samenspannen tegen een bepaalde persoon en daar al hun ergernissen op projecteren (‘jee, gaat ze nu alweer naar de wc? Zou ze stiekem aan de coke zitten?’). Maar het ergst én het grappigst zijn de einzelgängers die doodleuk hun gang gaan en alles eruit kramen wat ze voor de bek komt.

Een paar banen geleden werkte ik voor een vakblad op het gebied van reclame. Behalve een collectieve hekel aan de baas (een narcist pur sang met een bord voor d’r kop, dat het elke dag om vier uur op een wijnzuipen zette) hadden de collega’s erg weinig met elkaar gemeen. Zo kon het gebeuren dat de ene helft van de sales-afdeling bij ons op de redactie over de andere helft kwam roddelen. Er werkte bijvoorbeeld een zeer grote, omvangrijke vrouw, die dagelijks over de tong ging bij haar collega die we voor de vorm maar even Yoghurt noemen (dat was immers zijn bijnaam). Yoghurt sloeg altijd toe op momenten dat het net niet uitkwam. Zat de meerderheid van de redactie aan de telefoon, dan bedacht hij dat hij bij jou op de hoek van je bureau moest komen zitten. ‘Heb je Gemma (bijna haar echte naam) gezien?’, begon hij dan. ‘Gemma zit nú al weer te vreten.’ Vervolgens keek hij je samenzweerderig aan en fluisterde: ‘Een heel pak aardbeienyoghurt. Daar schudt ze dan van die pure chocoladevlokken over uit. En dat slobbert ze dan achter elkaar naar binnen.’ Gemma was verder best aardig, al noemde ze haar homocollega’s steevast zaadvreters en van haar is de uitdrukking ‘Hare Narigheid’ afkomstig, een titel die we voor de bazin reserveerden. Maar dat vreten, dat ging op een gegeven moment iedereen tegenstaan.

Overigens was Hare Narigheid al even schaamteloos. Als ze zichzelf niet liep op te hemelen (‘Overal waar ik binnenkom beginnen mensen te stralen. Ik ben een bron van pure inspiratie.’), liep ze anderen af te kraken. Werknemers werden plotseling op non-actief gezet omdat ze haar hadden geïntimideerd dan wel met een mes in haar tuin hadden gestaan. Of omdat ze er mee in bed had gelegen, volgens het roddelcircuit. Eén persoon, iemand die de redactie moest coachen nota bene, bleef weg omdat ze volgens Hare Narigheid ‘geestelijk en lichamelijk volledig was uitgewoond.’ En zo had ze over iedereen wel wat.

Weer een paar banen daarvoor werkte ik bij een grote internetprovider. Met name in de studio heerste bij vlagen complete anarchie. Op vrijdag kwam een cokebusje allerlei lekkers bezorgen, terwijl collega’s wodka en ander sterk spul haalden bij de Gall & Gall. Twee vrouwelijke collega’s, die de dag doorkwamen op een groentensapdieet en een enkele tictac, gingen er geregeld lam lallend aan onderdoor. Maar op maandag werden ze bij de koffieautomaat weer even vriendelijk bejegend door collega L., die met z’n onschuldigste ogen doodleuk aan zo iemand kon vragen: ‘Sta je lekker kutscheetjes te laten?’ L. was nogal een ongeleid projectiel. Hij verscheen soms dagen niet op kantoor, kwam dan terug met spierwit haar, om er nog voor het einde van de dag allemaal zwarte anarchistentekens in te kliederen. Het ging pas echt mis toen collega R. bij hem introk. Die zat vanaf dat moment knikkebollend in z’n bureaustoel. Het schijnt dat hij tijdens een personeelsuitje nog eens door de HR-mevrouw uit een volgekotste plantenbak is gevist. Afijn, L. dus. Die de grofste opmerkingen naar de hoofden van brave, duurbetaalde consultants slingerde. Waar L. was, daar gebeurde wat. Stond hij geen tram te moonen, dan vloog er wel een prullenbak in de fik. Uiteindelijk is L. gewoon maar helemaal niet meer komen opdagen en tot op heden ontbreekt ieder virtueel spoor van hem. Naar het schijnt is hij tegenwoordig keurig getrouwd en heeft ie een paar (nu nog) lieve kinders.

Zo heb ik nog veel meer voorbeelden van bizarre gesprekken, vreemde collega’s, idiote practical jokes, inside information en stiekeme lift-affairettes die ik met liefde voor jullie neer pen. Maar voorlopig lijkt me dit wel even genoeg…

woensdag 10 augustus 2011

Kansloos netwerken bij het UWV

Ik ben alweer ruim een jaar druk aan het werk, maar vorig jaar heb ik drie maanden zonder gezeten. Achteraf een heerlijke periode, want het was van 1 mei tot 31 juli alleen maar mooi weer. Maar na mijn niet-verdiende ontslag moest ik een WW-uitkering aanvragen en kwam daardoor in een ambtelijke molen terecht. Althans, dat dacht ik van tevoren.

De regel is dat je vlak voor je laatste werkdag begint met je aanvraag. Ik belde dus met het UWV en kreeg een heel aardige jongen aan de lijn. Hij vertelde wat ik doen moest, en dat kon gelukkig allemaal online. Tien jaar geleden zat ik in een soortgelijke situatie (nu werd één FTE wegbezuinigd, toen een hele afdeling). Destijds moest ik me met een enorme stapel formulieren, waaronder alle loonstrookjes uit mijn hele werkzame leven, melden bij een kantoor waar een mannetje achter een loket zat. Dat mannetje vertelde me op welke vacatures ik het best kon solliciteren. En hoe ik een sollicitatiebrief het best kon beginnen. Echt, de betutteling. Het viel me mee dat ik geen uitbrander kreeg omdat ik me pas om vijf over negen had gemeld in plaats van negen uur stipt. Dat kon ook niet, want het hek voor het gebouw zat nog op slot.

Hoe anders was de situatie nu. Vol goede moed maakte ik een DigiD aan, meldde me aan bij iets dat Netwerkplein ofzo heette en stuurde een pdf-versie van mijn paspoort de ambtelijke molen in. Dat was allemaal op mijn eerste dag als steuntrekkende werkloze. In het telefoongesprek had de aardige jongen aangekondigd dat er voor hoger opgeleiden zoals ik speciale bijeenkomsten waren. Daar zouden ze allerlei handige tips geven die hielpen bij het vinden van een nieuwe baan. 'Moet ik me tot die tijd nog ergens melden?', vroeg ik. 'Nee hoor', zei de aardige jongen. De bijeenkomst was op 14 juni. 'Maar het kan in de tussentijd geen enkele kwaad om alvast een beetje om je heen te kijken, natuurlijk', lachte hij.

Het werd 14 juni. Om 15.00 uur stipt meldde ik me bij een groot, glanzend pand op Amsterdam Sloterdijk. Ik had een plukje mensen verwacht dat net als ik op een 'werkcoach' zat te wachten. In plaats daarvan kwam ik in een ruimte terecht waar zeker zestig mannen en vrouwen vertwijfeld om zich heen stonden te kijken. Wat bleek: dit was een 'netwerkmeeting'. Vandaag gingen we leren hoe we online netwerken als LinkedIn en (whoehoe) misschien zelfs Twítter konden inzetten om te netwerken. En wie weet hadden we ook nog wel iets aan elkáár.

Wat er toen gebeurde was werkelijk te bizar voor woorden. Echt, zelfs Toren C was niet weggekomen met de volgende scène. Twee dames - eentje eind twintig, de ander eind dertig - in bloemetjesjurken met een witte legging eronder vroegen ons in het midden van de ruimte te gaan staan. 'De muur aan de overkant is het noorden van Nederland, de muur aan ónze kant is het zuiden. Nu moet iedereen gaan staan waar hij geboren is.' Als een schooljuf klapte de oudste van de twee in haar handen. Ongemakkelijk begonnen de aanwezige steuntrekkers door elkaar heen te bewegen. Een van de aanwezigen klom in een hoek van de zaal op een vensterbank. 'Wat doe jij nou?', kirde de jongste schooljuf. Ietwat schaapachtig volgde het antwoord. 'Ik kom uit Curacao.' Dat was lachen geblazen. Overigens kwamen de meeste mensen gewoon uit Amsterdam en omstreken, dus halverwege de achtermuur stond een pluk mensen elkaar in de nek te hijgen. 'Nu moeten jullie gaan staan waar je hebt gestudeerd'. En hup, daar dook de rest ook op het kluitje Amsterdammers.

Gelukkig mochten we ons daarna weer door de zaal verspreiden. De dames gingen ons uitleggen waarom LinkedIn handig was. 'Wie van jullie heeft LinkedIn?' 59 van de zestig vingers gingen de lucht in. 'En wie van jullie heeft Twitter?' Een stuk of tien handen bleven over. 'Twitter is anders hartstikke handig hoor. Als je ons volgt op Twitter kun je hele interessante vacatures tegenkomen.' Vervolgens ontstond een discussie in de zaal over het zoeken van werk via internet. Of dat niet gewoon via vacaturesites kon. Maar toen bleek dat het bij de sollicitatieverplichtingen óók telde als je je LinkedIn-profiel bijwerkte, verstomde het gemor.

Na een kwartier gezwatel over sociale media pakten beide schooljuffen een mandje. De twintiger deelde oranje usb-sticks uit, de dertiger blauwe. De oudste riep vervolgens: 'Hou nu allemaal je usb-stick in de lucht. Zestig verbaasde armen zwaaiden omhoog. 'Willen degenen met een oranje usb-stick in een kring gaan staan?' Aarzelend kwam een kring tot stand. 'Willen degenen met een blauwe usb-stick een kring vormen om de oranje mensen heen?' Zo gezegd, zo gedaan. 'Nu tel ik tot drie en draaien alle oranje mensen zich om. Je stelt je voor aan degene die tegenover je staat en dan ga je met die persoon netwerken!'

Nog voor ik 'What The Fuck' kon denken, klonk het 'Een! Twee! Drie!'.

Een soort van jongen of een man draaide zijn vlassnor naar me toe. 'Hi! Ik ben Stacey.' Stacey bleek middenin een metamorfose van man naar vrouw te zitten, of andersom. Ik heb het niet durven vragen. Stees moest een periode overbruggen van een studie psychologie en een postdoctoraalachtig iets. Leuk voor Stacey, maar ik had nog steeds geen zicht op een baan. Toen blies de oudste schooljuf op een fluitje, dat ze tot dusver ongezien om haar nek had hangen. 'We schuiven allemaal twee personen op naar links!' Nu stond ik tegenover een ex-directeur van een dure bank, denk aan Lanschot of iets dergelijks. Ik viel maar meteen met de deur in huis. 'Vind jij deze bijeenkomst net zo idioot als ik?' Gelukkig kreeg ik bijval.

Na weer vijf minuten ging het fluitje opnieuw. 'Op de usb-stick staan alle formulieren die je nodig hebt bij het Netwerkplein. En nu is het tijd voor de borrel!'

Ik heb nog nooit zo snel een zaal zien leegstromen. En van die ambtelijke molen heb ik weinig gemerkt. Tot het moment dat ik meldde dat ik weer werk had, was het enige contact met mijn 'werkcoach' een autoreply: 'Van 3 tot en met 24 juli ben ik op vakantie.'

Gay Pride 2011 versus Gay Games 1998

De buurmannen van drie deuren verderop hebben hun regenboogkleurige homovlag nog buiten hangen. De rest van de gays in onze straat heeft niet gevlagd. Hadden we dat met z'n allen wel gedaan, dan had iedereen kunnen zien dat we hier bijna onze eigen versie van Blue Movie* kunnen naspelen. Zóveel wonen er hier. Dat klinkt overigens spannender dan het is, want daar zijn we met z'n allen veel te gezapig voor geworden. En dan heb ik het vooral over mezelf, natuurlijk.

Lees bijvoorbeeld hoe ik de gay pride het afgelopen weekend heb gevierd. Vrijdagavond op een bootje de grachten doorgevaren. Zaterdagmiddag met nog zo'n vijftig anderen bij vrienden die op de Prinsengracht wonen de boten aan ons voorbij laten gaan - zowel letterlijk als figuurlijk. Daarna opnieuw op een bootje, vanwaar de lieftallige Nienke en ik een ietwat teleurstellende komkommer-act hebben opgevoerd. Rond 19.00 uur uit eten - nee, geen snelle, kleffe hap kebab zoals ik vroeger zou doen, maar op stand in een klasserestaurant - en vervolgens een plasstop op kantoor. Ik ga natuurlijk niet in zo'n ondergelopen piskruis staan. Tot slot nog even brallen bij een barretje in de buurt van de Amstel. Het entertainment: de paraplu in mijn hand met een doodskop als handvat die willekeurige voorbijgangers ophield en aan het lachen probeerde te maken.

De zondag vulde zich met uitslapen, tv kijken, sushi eten en een laatste feestelijke stuiptrekking op het Rembrandtplein, waar X-Factorsterren en deejays de boel nog even aan de gang hielden. En toen was het uit met de pret. Geen wilde Rapido-feesten meer, en ook niet losgaan in de Trut.

Al met al klinkt het nog best gezellig (toch?), en dat was het zeker ook. Maar wat een enorm verschil met dertien jaar geleden! Die eerste augustusweek van 1998 stond niet alleen in het teken van Gay Pride, maar van een complete Gay Games. Een hele week lang stond het centrum van Amsterdam volledig op z'n kop. Ons huis bood plaats aan een horde logees uit het verre Brabant, maar van slapen kwam niet veel. Overdag werkten we bij de Daily Friendship, een krantje dat iedere dag onder het gayminnende publiek verspreid werd. 's Avonds en 's nachts was het één groot feest.

Tijdens die avonden kwamen we de gekste types tegen. Troeteltrans Kelly was toen nog Ferry. Niels en ik deden onze toen al niet meer wekelijkse Jermaine Jackson & Pia Zadora-act op het in hoogte verstelbare minipodium in de Montmartre. Om toeristen te pesten vroegen we kerstliedjes aan van Mariah Carey, die prompt gedraaid werden. Ook kwam ik een groepje lesbo's tegen waarvan ik er overdag eentje had geïnterviewd. 's Middags durfde ik het nog niet, maar eenmaal in extase heb ik toch even aan haar zorgvuldig gecultiveerde baardharen getrokken. Daarna dansten we tot diep in de nacht op een White Party in de Heineken Music Hall of op spontaan georganiseerde feesten. Het gíng maar door!

Eén avond herinner ik me in het bijzonder. Het was de nacht dat stellen van hetzelfde geslacht symbolisch met elkaar in het huwelijk traden, iets wat pas vanaf 2001 officieel zou mogen. Een paar herinneringen lopen door elkaar heen, en de volgorde komt anno nu wat onrealistisch over, maar het gebeurde toch écht zo. Voordat we naar een fraai aangeklede trouwzaal in het sjieke Krasnapolsky togen, maakten we een omtrekkende beweging naar de RoXY. De legendarische discotheek maakte z'n naam waar, die avond. Als bizarre act werd er namelijk live op het podium gefistfucked. Dat het een lieve lust was, ook nog. In een grote cirkel stond het publiek met uitpuilende ogen en opengesperde monden toe te kijken hoe twee uitermate gespierde, kaalgeschoren nichten in de weer gingen met Crisco en poppers. We zagen het een tijdje aan, maar toen we vuistdiep in de voorstelling zaten vonden we het welletjes.

Op naar Kras, op naar de trouwende stelletjes. Een groter contrast was nauwelijks denkbaar. De versmeltende geur van goedkope campingboter en rotte eieren tegenover de snoezige snorretjeshomo's en potten in Dietrich-pakken die elkaar met tranen in de ogen een ongeldig ja-woord gaven.

De gayvlag hangt er nog. Ik weet precies waar ik moet zijn. Zal ik even langsgaan om een kopje, eh, boter te lenen?

*Blue Movie: film waarin Hugo Metsers II de hele tijd aanbelt bij buurvrouwen en ze vervolgens aan z'n lans rijgt.